The Mountain Goats :: 12 oktober 2013, Handelsbeurs

“Dinu Lipatti’s Bones”, “Linda Blair Was Born Innocent”, “Marduk T-Shirt Men’s Room Incident”, “Game Shows Touch Our Lives”. Het is duidelijk dat The Mountain Goats niet het project is van een doorsnee singer-songwriter met vooral ernstige ontboezemingen in de aanbieding. Doorheen de jaren heeft John Darnielle – sinds kort met lang haar én klein buikje – een cultsucces opgebouwd waar velen slechts van kunnen dromen. Het grote voordeel daarvan is dat hij met z’n setlist alle kanten op kan. Hits zijn er niet, enkel persoonlijke favorieten, dus de loyale aanhang ligt aandachtig op de loer en werd in de Handelsbeurs op z’n wenken bediend met een echt fijnproeversconcert.

Maar eerste de drieëntwintigjarige Allesi Laurent-Mark, die als Alessi’s Ark al vier albums op haar naam heeft staan en bezig is aan een charmeoffensief. Ze valt dan ook op, zowel qua uiterlijk – stijf wit hemd, een rok die 10 cm te lang is, ouderwets frouke – als met haar muziek: veelal ultracompacte songs die uitblinken in eenvoud en gebracht worden met delicate stem. Die was niet altijd even zuiver en hier en daar liet ze een steekje vallen of werd er eens fout ingezet, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door een nonchalante charme, grappige bindteksten en de mooie aanvullingen van haar kompaan op (slide-) gitaar, bas en percussie. Een artieste om in het oog te houden of, voor degenen die haar voor het eerst hoorden (zoals wij), verder te ontdekken.

The Mountain Goats stond er als duo. John Darnielle had enkel Peter Hughes, vaste bassist sinds het begin van de 00’s, meegebracht. Drummer Jon Wurster was thuisgebleven. Het zou echter geen beslag leggen op een concert dat met een indrukwekkende gedrevenheid op gang kwam. Geen idee wat Darnielle en Hughes pas ervoor verorberd hadden, of misschien was het gewoon die vermoeidheid, maar de start van hun concert was een overrompeling die de lat meteen onwaarschijnlijk hoog legde. Dat terwijl er een handvol songs tussen zat – opener “Pure Gold”, de akoestische punk van “Nine Black Poppies”, “Going To Monaco” uit de eindeloze “Going To…”-reeks – die de gemiddelde luisteraar niet meteen zou herkennen.

Je had dan ook snel het gevoel dat de Handelsbeurs vooral gevuld was met kenners, geen toevallige passanten en vaag geïnteresseerden. Darnielle is al een hele tijd niet meer in België geweest, dus de loyale aanhang, met daarin opvallend veel jonge luisteraars, was volledig opgedaagd om hun held aan het werk te zien. Die grasduinde in een oeuvre van twee decennia en putte daarbij uit allerhande zeldzame EP’s en compilaties (goed voor een kwart van de set), plukte slechts één song uit zijn recentste album Transcendental Youth (2012) en liet zelfs zijn fel bejubelde Heretic Pride links liggen. Bij de ene artiest zou dat verwijten en boegeroep van het publiek opleveren, maar niet bij Darnielle. Dat is dan ook het soort artiest dat er vroeger ook een ‘Alpha Couple’-cyclus op nahield, een resem songs over een koppel met relatieproblemen, waarvan de titel altijd begon met “Alpha” en die verspreid werd over talloze releases en tijdens concerten. Songs die vervolgens opgesnord werden door fanatiek verzamelende fans. Darnielle is er ook eentje die een ganse plaat vult met titels die verwijzen naar bijbelpassages.

Hem afdoen als de man van de gimmicks zou hem echter tekortdoen. Er zit een hoop humor in zijn teksten, maar die verbergt vaak een wrange ondertoon van verbittering of wanhoop. Dit is immers de man die na eindeloze reeksen fictieve portretten ook de vuile was buiten hing met The Sunset Tree (2005), dat het autobiografische verhaal van hem en zijn mishandelende stiefvader uit de doeken deed. Of Get Lonely, dat een break-upsong bevat als “Woke Up New”, met de klassieke regels: “The first time I made coffee for just myself I made too much of it / But I drank it all just ’cause you hate it when I let things go to waste”. Het ene moment zie je Darnielle als de enige waardige opvolger van Loudon Wainwright III, zeker met die schelle stem, maar dan besef je dat hij dingen uitspreekt die Wainwright vermoedelijk voor zich zou houden.

Na een razende start nam Darnielle plaats achter de piano. De songs die hij daar bracht waren doorgaans langer en donkerder, met “Ezekiel 7 And The Permanent Efficacy Of Grace” dat haast morbide ging klinken. Dat haalde de vaart wat uit de set, maar benadrukte nogmaals wat een opmerkelijke ambachtsman die Darnielle is, een artiest die schijnbaar achteloos memorabele regels uit de mouw schudt. Hij werd een aantal jaar geleden niet voor niets een van de knapste tekstschrijvers van buiten de hiphop genoemd. Verdere hoogtepunten: het met ronddolende geesten gevulde “Maybe Sprout Wings” en “Fall Of The Star High School Running Back”, met een onweerstaanbaar kronkelende baslijn van Hughes.

Na een goed uur werd de set afgesloten met het knappe een-tweetje “You And Your Memory”, een van Darnielle’s mooiste kortverhalen, en de springerige folkpop van “Up The Wolves”. In de bisronde speelde hij een machtige versie van “Tallahassee”, het titelnummer van de plaat die hem goed tien jaar geleden introduceerde bij een breder publiek. “Dance Music” werd uiteindelijk gevolgd door nog een laatste toegift: het wat minder bekende pareltje “’Shadow Songs”, dat afsloot met nog zo’n typische zin: “This is a song for you, in case I never make it through to where you are”.

Het lijkt onmogelijk om niet van Darnielle te houden. Zoals hij voortdurend dat lange haar naar achter staat te zwiepen, z’n stem laat overslaan bij de snellere nummers, onnozele bindteksten verkondigt. Echte interactie met het publiek kwam er niet van (al stak hij wel een song vooraan in de set omdat iemand in het publiek had laten weten het einde van het concert te moeten missen), maar het was een gulle en indrukwekkende set van een folkie met een unieke status (en vermoedelijk de enige die pagina’s vulde over zijn liefde voor de bokssport, een boek schreef over Black Sabbath én in een recente vragenlijst van Pitchfork over welke muziek past bij bepaalde levensmomenten, steevast antwoordde met songs van Danzig). Het is enkel te hopen dat hij nu wat vaker deze contreien opzoekt, want de man bewees dat hij thuishoort in het rijtje van de grote songschrijvers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + zes =