Ken Vandermark :: 10 mei 2013, La Médiathèque du Manège (Bergen)

Opmerkelijk toch, dat een muzikant als Vandermark, die er al jarenlang een geschift tourschema op nahoudt, pas op z’n 48e voor het eerst een solotour onderneemt. Met de overweldigende performance van 18 maart 2012, ‘s mans eerste soloconcert op Belgische bodem, nog vers in het achterhoofd, trokken we naar Bergen, de onwaarschijnlijke tussenstop tussen Kroatië (9/5) en Servië (11/5). De verrassing was deze keer minder groot, maar de overgave en de diepgang van het spel van de meester zaten op het vertrouwde niveau.

Veel meer nog dan de meeste van zijn vaste speelpartners is Vandermark verslingerd aan het componeren. Toch is hij vooral de laatste jaren veel vaker te horen geweest binnen de context van de vrije improvisatie, want ook daarbinnen heeft hij zich weten te ontplooien door het uittesten van allerhande strategieën. Geen vastgelegde procedures, maar tactische methodes om de improvisaties tot een goed einde te brengen. Furniture Music (2003) en Mark In The Water (2011) waren al zeer de moeite, maar als de voorbije concerten een indicatie zijn, dan gaan ze moeiteloos overvleugeld worden door de derde soloplaat.

Vandermark wisselde voor de twee sets af tussen klarinet, tenorsax en baritonsax. Die sets waren trouwens opgedragen aan experimentele filmmakers. Niet verrassend, gezien de man al jaren bekend staat als een obsessief film- en fotografieliefhebber. De eerste set was voor Chris Marker, de in 2012 overleden cineast die vooral furore maakte met de fotomontage La Jetée (1962), in de tweede ging het om Michael Snow, voor wiens New York Eye And Ear Control (1965) nog een legendarische soundtrack gebruikt werd van het Albert Ayler Trio met Roswell Rudd, John Tchicai en Don Cherry als extra gasten. Praktisch leidde dat vooral tot een eerste set die iets directer en krachtiger was dan de meer expansieve tweede.

“Rhythm is primary”, antwoordde Vandermark toen gitarist/auteur Joe Morris hem in een vragenlijst (die uiteindelijk opgenomen werd in diens boek Perpetual Frontier: The Properties Of Free Music, 2012) vroeg naar de bestanddelen die bepalend waren voor zijn improvisaties. Meer dan melodie, harmonie of spelen met densiteit, zoekt Vandermark het bij ritme, en dat werd ook snel duidelijk uit de stukken die hij gisteren speelde. Hoewel er regelmatig werd gespeeld met textuur, extended techniques en een combinatie daarvan met melodie, stonden ritmische patronen, uitschieters en wendingen vaak centraal. Het is iets dat ook terug kwam en komt bij veel van zijn bands, van The Vandermark 5 tot Made To Break, en ongetwijfeld ook te maken heeft met een voorliefde voor soul, R&B, rock-‘n-roll en de jazztraditie.

Het startte met herhaalde plofklankjes op de tenorsax die steeds nadrukkelijker uitschoten en via circulaire ademhaling langs schrille pieken en scheurende laagtes gestuurd werden. Vooral in het eerste baritonstuk leidde het tot een bronstig stoombootgeronk en een afwisseling van extremen, van lijzig gezucht tot daverend gebrul, tussen de serenade-elegantie van Harry Carney en Gerry Mulligan en de oermanreutels van Gustafsson. De stukken op klarinet waren dan weer taaier, hier en daar met een vaag exotische insteek, maar vooral volgestouwd met radde intervalsprongen, tongue slapping-techniek en snerpende prikken. Een tweede tenorstuk was een en al variatie op cellen, met vuile growls en spervuurratels. Indrukwekkend in z’n fysieke overmacht.

De tweede set voelde wat meer doordacht aan en zocht vaker de extremen op. Heel knap waren daar de aanzwellende en afnemende golven in een tenorstuk, dat uitmondde in haast pijnlijke hoge triltonen, een bewijs van een meesterlijke instrumentbeheersing en controle. Een baritonstuk kreeg daar haast een aanstekelijke schwung en conventionele structuur, terwijl het op klarinet tussen delicaat en dissonant ging klinken. Het afsluitende baritonstuk was dan weer een bravourestuk waarin de circulaire ademhaling werd aangewend voor een hyperintense workout-sessie om de spieren te laten rollen. De overrompelende verrassing van vorig jaar wist hij niet te herhalen, maar het viel eraan te merken dat de soloperformance een centrale(re) plaats is gaan innemen in zijn activiteiten. Tijd om het grenzeloze respect voor zijn collega’s wat bij te stellen, want met dit kleine anderhalf uur mocht Vandermark zichzelf gerust toevoegen aan het rijtje van de solo-experten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =