Modern Times / Maggid :: 28 februari 2013, cc Zoetegem

Stille films voorzien van live begeleiding is geen nieuw idee. Denk aan Bill Frisell en Buster Keaton, Zita Swoon en Murnau’s Sunrise of de Gentse KASKcinema, waar geregeld unieke vertoningen plaatsvinden. Zo zagen we onlangs nog het onthutsende Begotten met muziek van Syndrome. Maar het moet natuurlijk niet altijd cultcinema zijn om bijzondere resultaten op te leveren. Dat werd bewezen door het kwartet Maggid, dat een vrij klassieke, maar knappe begeleiding speelde bij Chaplins onverwoestbare Modern Times.

En als er iets is dat opvalt, dan is het wel dat die film uit 1936, ondanks de verouderde technieken en humor, nog altijd fier overeind kan staan, ongemeen grappig gebleven is en bij momenten zelfs pijnlijk relevant voor het huidige tijdsbeeld. Chaplins kritiek op een maatschappij die zo verslingerd was aan haar eigen vooruitgangsdrang dat ze zich niet bewust was van de processen van ontmenselijking die op gang werd gebracht, is perfect toepasbaar op onze tijden, want geldgewin, efficiëntie ten koste van zowat alles en het schuiven met en afdanken van personeel zijn zowat dagelijkse kost geworden/gebleven.

Modern Times is misschien niet de aller-allerbeste Chaplin (onze stem gaat nog altijd naar The Great Dictator), maar het zal niet veel schelen, want de iconische scènes (met het hele fabriekshoofdstuk, de rolschaatsscène en het brabbellied in het restaurant op kop) staan op het netvlies gebrand zodra je ze een keer gezien hebt, waardoor het nu weer een heuglijk weerzien was. Bovendien viel op dat de film een stevig ritme heeft waardoor de spanning nooit verslapte. En dan heb je Paulette Goddard (de ronduit verrukkelijke sidekick van het zwerverstypetje) nog niet bezig gezien met een banaan.

Dan rest enkel nog de vraag hoe je als band omgaat met zo’n film. De mogelijkheden zijn eindeloos: ofwel voorzie je de film van een geluidsband die voortdurend inpikt op wat er getoond wordt, al dan niet met ironische commentaar, ofwel kies je voor een gradatie die minder sterk vasthoudt aan de film: je kan ondersteunen en inpikken op de sfeer en het tempo van de scènes, je kan je creatief laten inspireren door wat er getoond wordt en je eigen gang gaan (en bijvoorbeeld bewust spelen met contrasten) of je kan de film bijna naast je neerleggen en erop los improviseren. Maggid koos voor een aanpak die strak op de film geënt was (daarom vermoedelijk ook de koptelefoons) en haast seconde per seconde afgemeten was.

Dat is niet de meest avontuurlijke aanpak, want je houdt het vooral bij het benadrukken of uitvergroten van wat er op het scherm gebeurt, maar anderzijds is het ook wel de meest arbeidsintensieve werkwijze, want je bent voortdurend overgeleverd aan bladmuziek en timing, kan je geen seconde concentratieverlies permitteren en het valt meteen op als er iets verkeerd loopt. Niets van dat bij Maggid, want met contrabas, viool, drums/vibrafoon en toetsen/accordeon, zorgden de vier muzikanten voor een weelderige ondersteuning die anderhalf uur lang meeslepend bleef.

Het kwartet speelt ook reguliere concerten en heeft een repertoire dat vooral aansluiting zoekt bij klezmermuziek. Dat zat er nu ook in, met knappe, melancholische melodieën (en daar was niet eens een klarinet voor nodig), maar er werd ook geleend bij Oost-Europese volksmuziek (van bezopen balkanblues tot statige marsen), stukjes die leken te refereren aan tradities uit het Midden-Oosten en hier en daar een likje jazz of popmuziek. Zo werd niet enkel een stukje geïntegreerd dat uit Leonard Cohens “Take This Waltz” geplukt leek, maar ook een kinderklassieker uit Tik Tak. Gelukkig werd er geen eindeloos herhaalde gimmick van gemaakt.

En voor de rest bepaalde het tempo van de film ook de muziek: bij die gesjeesde achtervolgingen ging het tempo en de exuberantie van de muziek omhoog, bij romantische scènes ging het er wat meliger aan toe. Tijdens een chaotische gevangenisscène (met ongetwijfeld de beste vooroorlogse coke-scène) werd vooral gewerkt met donderende percussie-effecten, terwijl de band zichzelf ook een paar keer het zwijgen oplegde voor scènes waarin Chaplin wél werkte met geluid. Het legendarische restaurantlied werd ook bewaard, maar dan uitgevoerd door het kwartet, dat de zwier en absurde insteek mooi wist te bewaren.

Kortom: Maggid zorgde niet voor een revolutionaire of vernieuwende aanpak, maar was creatief en bevlogen in de weer met een van de meest iconische prenten uit de filmgeschiedenis. Om niet ten onder te gaan bij zo’n visuele overrompeling moet je al van goeden huize zijn, en het kwartet bewees meer dan voldoende flair in huis te hebben om anderhalf uur lang de anonimiteit te mijden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 − een =