The Temper Trap :: The Temper Trap

Met zijn tweede album gaat The Temper Trap resoluut voor de populairste zones van de FM-band, in de hoop een tweede wereldhit à la “Sweet Disposition” te scoren. Maar omdat The Temper Trap nergens het niveau van die doorbraaksingle benadert, is deze plaat een ferme teleurstelling.

Voor wie de single “Need Your Love” nog niet had horen waaien, is The Temper Trap best even schrikken. Die single opent de plaat en doet dat niet met een gitaarintro zoals dat gebeurde op het debuut Conditions, maar met stevig pompende synths. De Australische groep heeft namelijk met Joseph Greer zijn tournee-toetsenist bij de kraag gevat en mee de studio in gesleurd. En dat was kennelijk niet om hem subtiel op de achtergrond te houden.

Wat deze band drie jaar geleden zo goed maakte, was de onopvallendheid waarmee elke song boven de middelmaat uitsteeg. Met zanger Dougy Mandagi had de groep weliswaar een aparte stem maar echt verrassend klonk ze niet. Conditions stond vol degelijke gitaarnummers die je niet meteen slecht maar ook niet meteen geweldig kon vinden. Maar naarmate hij langer in de cd-speler bleef zitten, groeide Conditions. Enkele weken na die eerste luisterbeurt bleek het een sterk album geworden, dat bovendien met hoogtepunt “Sweet Disposition” een echte blijver in huis had. Het was dat sluimerend hoog niveau dat van The Temper Trap zo’n bijzondere band maakte.

Maar dit keer kiest The Temper Trap dus voor een andere aanpak. Die is grootser, krachtiger en een pak meer poppy dan in 2009. En wat erger is: regelmatig gaat The Temper Trap helemaal over the top. Met geluidsfragmenten uit nieuwsberichten rond de Engelse rellen in 2011 bijvoorbeeld, in “London’s Burning”. Of met zodanig groteske zangkoren (“Dreams”), net niet met vuurwerk begeleide arrangementen (“Trembling Hands”) en theatrale teksten (“I’m Gonna Wait”) dat het allemaal moeilijk serieus te nemen valt.

Ook in de zanglijnen van Mandagi wordt de lijn van pathos en drama voluit doorgetrokken. De strakke percussie die zijn stem sluipend naar een climax dreef op het debuut, is op deze tweede vervangen door een elektronische kickstart. “Where Do We Go From Here” en “Never again” willen vanaf de eerste noot even larger than life klinken als de hymnes van Coldplay of Depeche Mode. “Ingetogen hartzeer in de vorm een voetbalstadion-singalong”, zo noemt Mandagi het zelf. Daar fronst u toch ook even de wenkbrauwen bij?

Die bombastische overdaad wordt gelukkig ook af en toe gemeden. Hier en daar kan dat fijne stemmetje van de Indonesische Australiër zich in een obscuur hoekje schuilhouden. Zonder nummers als “Miracle”, “The Sea Is Calling” en “Rabbit Hole” die voor wat welgekomen variatie zorgen, zou dit een erg monotone verzameling middelmaat zijn. Nu is het middelmaat met hier en daar een tempowisseling, maar dat is lang niet genoeg om voor enige spanning te zorgen. Memorabel is The Temper Trap bijgevolg nauwelijks.

Na drie jaar wachten, blijft The Temper Trap ver onder de opgebouwde verwachtingen. Het is moeilijk te geloven dat de groep hier zo lang aan heeft zitten sleutelen. Nergens krijg je het gevoel dat ze elke song hebben afgewogen of dat er een kritische selectie aan te pas is gekomen. Less was vast en zeker more geweest, maar Mandagi en co lijken de nuance en het geduld verloren te zijn. Dit moet allemaal zo snel mogelijk tussen je oren en in de hitparade belanden. Maar oh ironie: omdat een waardige opvolger voor “Sweet Disposition” er niet lijkt in te zitten, zou deze plaat wel eens snel vergeten kunnen zijn.

The Temper Trap staat op 15 september op Leffingeleuren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + twaalf =