Death Grips :: The Money Store

Ze zijn zot geworden bij Sony. Niet alleen hebben ze daar Odd Future Wolf Gang Kill Them All getekend, met Death Grips (op hun Epic-sublabel) maken ze het zichzelf helemaal moeilijk. Dit is harde, onverkoopbare shit die even opwindend en onsamenhangend is als een dronken straatvechter.

 

Veel weten we niet over deze Amerikanen. Dat ze eind 2010 ontstonden. En nauwelijks een seizoen later met de Exmilitary-mixtape een klein bommetje — het soort dat begint met een paar Charles Mansoncitaten — losten. Genoeg om hen een contract bij Epic te bezorgen dus, en een paar remixopdrachten voor Björk. Voor Stefan Burnett, Zach Hill en Andy Morin is het dan ook tijd voor dat debuut: eentje dat geen half streepje terugneemt van de agressiviteit van die mixtape.

Het duurt geen dertig seconden of Death Grips heeft je mee in The Money Store. Is het hiphop? Neen. Het is geen rap wat Burnett brengt. De dichtste referentie is het gescandeerde geweld van A.R.E. Weapons dat een kleine tien jaar geleden heel even een paar undergroundclubs in New York beroerde. Dit is muziek die in groezelige, betonnen kraakpanden thuishoort, temidden de chaos, die het mee helpt scheppen.

Het geeft niet dat Burnett de eloquentie en baldadigheid van een neanderthaler heeft; gecombineerd met de backing track van Hill en Morin is dit het geluid van de afgrond die voor ons gaapt. “I’ve Seen Footage”, klinkt het in het gelijknamige nummer, terwijl een als gitaar vermomde synth cirkelzaagt. Death Grips heeft iets apocalyptisch dat deze tijden past als een handschoen.

Het grote verschil met Exmilitary is de kwaliteit in productie. Op The Money Store zorgen Hill en Morin voor een perfect gebalanceerd geluid dat alles voortdurend naar een zwart gat in het midden trekt. Het is een implosie, en het zuigt ons nummer na nummer dieper de plaat in. En daar is geen stijl te min voor: of het nu industrial, groezelige dance of punk is, het kan er altijd wel bij. In het pugilistische “The Cage” wordt zelfs een streepje dubstep bijgestoken dat het niet misstaat, een nummer later krijgt “Punk Weight” diepe hardcorebassen mee. “Hustle Bones” saboteren de groepsleden zelf door er halverwege een plotse sample door te gooien, als was het een onverwachte handgranaat. En dat is een goed iets in deze context: stoorzenders zijn bouwstenen als een ander.

41 minuten lang geselt The Money Store de oren, om te culmineren in “Hacker”, dat ongeveer dubbel zo lang duurt als de voorgaande nummers: 4’35”. Voor het eerst lijkt het wat samenhang te vertonen — al moet u nu ook weer niet te veel verwachten, met teksten als “you’ll catch a jpeg to the head/über reach/you’re an intern/I’m Wikipedia” (Welja, u vertelt het ons maar als u daar iets in ziet) — en wordt het bijna vlot dansbaar. Op een bepaalde manier. Als u over genoeg spastische moves beschikt. We gaan hier niét commercieel gaan doen, ok?

Maar weet u wat? Luister gewoon, en probeer eens niet te headbangen of te luchtboksen. The Money Store is geen plaat om vrienden mee te worden, maar één die u ofwel ronduit zal ambeteren ofwel een schop onder de kont en een stomp in de maag bezorgen. Onverschillig blijven is geen optie.

Wel: zulke platen hebben wij graag.

Dat ze met The Money Store niets aankunnen, hebben ze bij Sony België dan weer wel begrepen. Zij brengen de plaat hier dan ook enkel digitaal uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 6 =