First Aid Kit :: The Lion’s Roar

“I’ll be your Emmylou/And I’ll be your June/And you’ll be my Graham, and my Johnny too”. Song twee, en The Lion’s Roar ligt in al zijn essentie naakt voor ons: de zusjes Söderberg zijn verliefd geworden op Amerika en zijn muzikale traditie. Fair enough; ze voelen zich er duidelijk als vissen in het water.

Dat krijg je natuurlijk tegenwoordig, met een wereld waarin elke tiener opgroeit met The O.C., Glee en … – wat weten wij eigenlijk van al die series; u weet het ongetwijfeld beter dan wij, dochterlozen. Dan kraait dat van “oh my gawd” hier, of “youknow” daar… en dus doet dat in de studio van producer Mike Moggis in Lincoln, Nebraska ongetwijfeld alsof het Conor Oberst al jaren kent. Wat natuurlijk een beetje waar is, als je als jonge tienermeid met zijn muziek bent opgegroeid. Soit, de kern van de zaak: na het prachtige folkdebuut The Big Black & The Blue neemt First Aid Kit nu de americana in een enthousiaste wurgknuffel die in de meeste gevallen behoorlijk goed afloopt.

Niet altijd, wil dat laatste zeggen. Zo hadden we het wat tamme “In The Hearts Of Men” niet nodig. Met enkel een gitaar, drums en het orgeltje van Joanna Söderberg is het een stap weg van dat nieuwe countrygeluid, en niet meer dan een afdankertje van die eerste plaat. De “Lalala’s” klinken zelfs volstrekt overbodig; en het nummer haalt na een sterk begin al meteen de vaart uit een plaat.

En dat is jammer, want The Lion’s Roar trapt met de titelsong op zijn sterkst af: muzikaal de beginselverklaring die all things America tot doel maakt, en dan is er die tekst, waarvan je nauwelijks kunt geloven dat ze uit het hoofd van een achttienjarige komt. Ook elders is de donkere kijk op relaties verbazingwekkend voor twee meisjes die nauwelijks de twintig hebben bereikt, maar bon; al op de Drunken Trees-EP uit 2008 wemelde het van de ongelukkige huisvrouwen, dus ondertussen zijn we van de zusjes niet anders gewoon.

Vonden we “The Lion’s Roar” bij zijn singlerelease zo verslavend als dat dagelijkse stuk chocola, dan is ondertussen “Emmylou” – die voormelde wondermooie song twee – niet meer uit onze oren te krijgen: de zusjes gaan nog meer het Graham Parsonspad op, maar god, wat is die samenzang prachtig: kippenvel en een lichte aandrang tot tranen zijn ons deel elke keer dat harde bruggetje “And yes I might have lied to you/You wouldn’t benefit from knowing of the truth” zo achteloos wordt gezongen.

Want ook omringd door een volledige band – met onder andere vader Benkt (in Zweden een deel van de rockgeschiedenis op zichzelf) op bas –, blijven het immers die twee stemmen, en hoe die in elkaar kunnen klauwen, die de kracht van de groep uitmaken. Nog steeds zingen de Söderbergs met volle kracht; je hoort het plezier in dat samengaan, in hoe ze elkaar moeiteloos aanvullen: Klara in de hoge registers, Joanna daar onder met een wat lager timbre.

Dichter tegen het debuut dan dat plaatbegin, ligt de tokkelfolk van “To A Poet”, waarin Klara opnieuw laat horen dat ze perfect weet hoe poten en oren aan een song dienen te zitten. De hoog gezongen middle eight is om van te smullen. “This Old Routine” bekommert zich alweer om het eenzame lot van een huissloor. En nergens heeft het duo het idee van een popsong meer benaderd als in “Blue” met zijn tinkelende klokkenspel en vlotte melodie. Het kale “New Year’s Eve” – harpje, orgeltje en stemmen — is een aardig contrast.

In de jolige afsluiter “King Of The World”, met voorsprong het stevigste nummer op The Lion’s Roar, komt Oberst himself nog een coupletje meezingen (hij schreef ook mee). Het is een vrolijk einde voor deze plaat van de bevestiging. First Aid Kit is thuisgekomen, zo hoor je. We hebben het laatste van de zusjes Söderberg niet gehoord.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =