Ivan Paduart Quintet + Nana Vasconcelos :: 12 januari 2012, Vooruit

Een concert uit de JazzLab Series dat gekoppeld werd aan het Europalia Festival dat dit jaar in teken staat van Brazilië. Op papier een wat vreemd samengaan, maar het resulteerde in een mooie combinatie die in het teken stond van de naturel.

Neem het uitgebreide cv van de Waalse pianist Ivan Paduart onder de loep en je gaat je ongetwijfeld afvragen waarom de man geen ronkende naam is als Jef Neve. In een carrière die intussen ruim twee decennia overspant bewees hij zich als een veelzijdig muzikant en componist, die soms wel een vergaarbak van invloeden lijkt. Zijn stijl is erg toegankelijk zonder oppervlakkig te worden en verschuift moeiteloos van ingetogen, naar lichte klassiek lonkende kamerjazz, naar meer traditionele, op swing drijvende bop, als naar een popgetinte melange zoals je die bijvoorbeeld ook bij het Pascal Schumacher Quintet te horen krijgt. Hij startte onlangs een nieuw kwintet, met daarin vaste speelpartner Philippe Aerts (bas), de Nederlandse drummer Joost Van Schaik en de tandem Carlo Nardozza (trompet) en Jeroen Van Herzeele (tenorsax).

Het ging allemaal vrij ingetogen van start met een uitvoering van “Crush” door het trio zonder de blazers en meteen viel de vanzelfsprekendheid op waarmee de ritmesectie (en dan vooral Aerts) zich het materiaal eigen gemaakt heeft. Paduart toonde zich een bevlogen pianist met een oor voor aanstekelijke melodieën, maar eentje die die zich niet voortdurend wil laten gelden, iets dat een constante zou blijven doorheen het concert. Hij was de leider, maar niet de ster. Die rol was misschien wel weggelegd voor de Limburgse trompettist, die van bij zijn eerste bijdrage in Michel Herrs “Distant Echoes” uitpakte met een prachtige combinatie van lyriek en vingervlugheid. Z’n toon is haast even mooi als die van Bert Joris en z’n solo’s vloeien als in de beste Clifford Brown-traditie.

Ook tijdens een uitvoering van Joris’ “Benoît” was hij het die uitgebreid op de voorgrond kon treden. Van Herzeele was dan weer z’n betrouwbare zelve: hier en daar iets tegendraadser dan Nardozza, met een sound en stijl die nog altijd wat doen denken aan Coltrane. Vooral tijdens een lekker swingende versie van Herrs “Thinking Of You” imponeerde de saxofonist met eigenzinnige dosering, waarin zowel plaats was voor repetitieve elementen als hoekige intervalsprongen. Echt verrassen deed Paduart niet met dit kwintet, maar het vijftal stond er wel. De muzikanten zijn stuk voor stuk kleppers en het samenspel leek een vanzelfsprekendheid. Laten we hopen dat er ooit een album van komt. En meer Nardozza op de Vlaamse jazzplanken, graag!

De Braziliaanse meesterpercussionist Naná Vasconcelos was speciaal voor dit concert overgevlogen uit thuisstad Recife. Voor de man op het podium verscheen haalde programmator Wim Wabbes herinneringen op aan de vorige passage uit 2003. Dat had hij achteraf bekeken misschien beter niet gedaan, want al snel werd duidelijk dat Vasconcelos nog altijd bij dezelfde show zweert. Niet dat het afbreuk deed aan de kwaliteit van het optreden, want hij is een innemende persoonlijkheid die z’n publiek (‘big orchestra’) in Portugees en gebroken Engels betrekt bij z’n optreden en maar al te graag op de planken lijkt te staan. Starten en afsluiten gebeurde met de berimbao, het instrument dat z’n handelsmerk geworden is. Het ding, een combinatie van een boog met een soort kalebas eraan, heeft een meteen identificeerbare klank, ergens tussen een aftandse gitaar en een percussie-instrument.

Wat de man qua nuances uit z’n instrument haalt is bij momenten indrukwekkend. Z’n performance moet het doorgaans niet hebben van hysterische virtuositeit en razendsnelle vingergymnastiek, iets dat de organische flow en de aardse ritmiek van de stukken alleen maar ten goede komt. Of het nu gaat om rammelaars, een metalen vel, trommels, glazen bol, of allerhande houten speeltjes, de man zal het gebruiken om (vaak geloopte) tranceachtige ritmes te creëren die in combinatie met z’n zang en stemeffecten zorgen voor een eclectisch resultaat. De afwisseling binnen het programma was imposant, al haalde het soms de wel flow van het geheel onderuit, doordat hij ten allen koste het volledige arsenaal leek te willen presenteren.

Dat was meteen ook het voornaamste (en eigenlijk enige) punt van kritiek: het voelde nu en dan aan als een obligate performance, een nummertje opvoeren, een dwarsdoorsnede van waar de man voor staat. Dat werd echter ruimschoots gecompenseerd door z’n goedlachse persoonlijkheid en veelzijdigheid. En hoe afkerig we doorgaans ook zijn ten aanzien van publieksparticipatie, het stuk waarin hij met zijn ‘orkest’ de vallende regen in het regenwoud wist op te roepen was even hilarisch als overtuigend.

Het Ivan paduart Quintet speelt deze maand nog een zestal concerten. Meer info op de website van JazzLab Series.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − twaalf =