Red Fang + Mastodon :: 19 januari 2012, AB

Donderdagavond was het eindelijk zover: Mastodon stond nog eens in een Belgische zaal. Het nieuwe concertjaar had niet beter kunnen beginnen.

The sky is the limit voor het metalwonder uit Atlanta. Er zijn vandaag weinig metalbands die het progressieve, complexe karakter van hun muziek kunnen combineren met groteske hooks en catchy passages. Dat bewees het magistrale, maar opvallend toegankelijke The Hunter. “Curl Of The Burl” werd op de radio bijna plat gespeeld. De band is dan ook binnen én buiten de metalscene nog hotter dan tevoren geworden. Het verwonderde dan ook niet dat de AB al maanden op voorhand uitverkocht was.

Mastodon vond zijn support in het noordwesten van de VS. Ook Red Fang uit Portland heeft het laatste jaar geen reden tot klagen. Dankzij Murder The Mountains, vorig jaar unaniem positief onthaald, en een hilarische video van “Wires” — een promotiestunt waar een Van der Stighelen van zou watertanden — zag Red Fang zijn populariteit gestaag toenemen. In de AB is de stonerband eigenlijk veel meer dan een gewone support.

Ze hebben de oude grooves van Black Sabbath, de vuile riffage van de vroege Queens Of The Stone Age en de vuilgebektheid van Entombed. Red Fang is tegelijk badass en toegankelijk. Resultaat: ondanks het vroege uur gaat het dak er al bijna af. De twee muzikale gezichten van de band worden aan den lijve ondervonden door de vocale afwisseling. Brulaap van dienst is gitarist Bryan Giles terwijl bassist Aaron Beam de overtuigende cleane stemmen voor zijn rekening neemt.

In het beestige “Throw Up” smaken we een scheut Melvins. Vooral het radiofähige “Wires” heeft dan weer iets weg van een extra gebalde Queens Of The Stone Age. En de stampende stonerrock uit het zelfgetitelde debuut (onder meer afsluiter “Prehistoric Dog”) is zelfs nog dreigender dan nieuwer werk. We zijn net als een klein deel van de AB al langer fan, maar twijfelen er niet aan dat de compromisloze maar catchy heavy metal ook heel wat nieuwe muzikale zieltjes bij de lurven pakt.

Mastodon zou en moest alles verbrijzelen. Het trommelvlies hebben ze al meermaals gegeseld, maar tijdens recente festivalpassages moesten de Amerikaanse virtuozen al te vaak opboksen tegen een kutgeluid. Als pessimist is de hamvraag dan: doet de sound de band weer de das om? Inderdaad, het kwaad geschiedt tijdens openers “Dry Bone Valley” en “Black Tongue”. Het is alsof de man achter de PA roekeloos staat te mixen in een veel te dikke soep. Zo verdwijnt de stem van drummer Brenn Dailor jammerlijk tussen de brokken gitaar en donderende drums.

Van zodra het vervelende euvel is rechtgezet, is het genieten tot de laatste noot van “Creature Lives”. Wegdromend bij een Floydiaanse intro komt de AB na een bedwelmende basintro in een laat kerstsfeertje terecht, want de epische afsluiter wordt door Mastodon, alle leden Red Fang en het voltallige publiek meegezongen. We hebben bijna de concertgangers naast ons bij de schouders vast.

Maar tijdens de rest van de anderhalf uur durende verschroeiende set gaat het er allerminst vredig aan toe. Even woest als virtuoos exposeren Brent Hinds en Bell Kelliher alle kanten van hun gitaaruniversum, ondanks het feit dat de meest onconventionele nummers (uitgezonderd “Crack The Skye”) achterwege gelaten worden. Het zijn nummers als “Bedazzled Fingernails”, “Aqua Dementia” en vooral “Capillarian Crest” die ons — amateur-gitaristen zijnde — met een gevoel van onmacht en nietigheid opzadelen. En bij een drummonster als Dailor rijst de vraag of een mens dan wel een octopus achter het drumstel zit.

Dan is er nog de gangmaker van de band, Troy Sanders. De bassist heeft niet alleen in oudjes als “Iron Tusk” en “Colony Of Birchmen” de kunst van het schreeuwen én het gekke-bekken-trekken onder de knie, maar kan ook zingen. Dat hij geen woord nodig heeft om de AB in een haast euforisch sfeertje te brengen, zegt genoeg. Ook de nieuwe, moddervette nummers “Stargasm”, “All The Heavy Lifting” en “Blasteroid” staan live als een huis in gewapend beton. Enkel “Curl Of The Burl” komt niet volledig tot zijn recht, al tovert een als Ozzy klinkende Hinds meteen een glimlach tevoorschijn.

Hoogtepunten kiezen is haast onmogelijk, maar wijzelf gingen op een duizelingwekkend “All The Heavy Lifting”, verwoestend “Blasteroid” en tophit “Blood And Thunder” helemaal uit ons dak. Voor wie denkt dat Mastodon dolgraag op automatische piloot speelt: net als bij een concert van zijn grote voorbeeld Tool er is geen tijd voor geslijm en geklets. Nummers uitvoeren is het enige wat telt. Het oprechte — of zo lijkt het toch — dankwoord van Dailor op het einde van de show komt zelfs hartverwarmend over. Een band die met zo’n bezieling en meesterschap zijn publiek afgemat naar huis stuurt, verdient niets dan lof. Dat belooft voor de zomer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − zes =