Glenn Branca Ensemble :: 11 december 2011, 4AD

Geweldig toch, dat je een figuur als Glenn Branca, zowat het synoniem van grootstadmuziek, in België enkel te zien krijgt in Vlaand’rens stilste streek. De componist deed er z’n reputatie als schepper van gitaarkabaal alle eer aan, want de uitvoering van het in 2010 uitgebrachte vervolg op de undergroundklassieker The Ascension (1981) liet nog eens horen dat zijn reputatie niet op lemen voeten staat.

Maar eerst het Belgische sextet [sic] electric. Een paar maanden geleden zagen we hen al een prima concert geven, maar het leek wel alsof de duivel in de jongelingen gevaren was, want deze set was nog een stuk strakker en krachtiger. En luider. De frontlinie van vier saxofonisten gaat soms tekeer met een imponerende kracht, waarbij thema’s die er vlot in gaan worden uitgevoerd met schwung en neurotische agressie. Het heeft iets van Zorns punkjazzprojecten, maar door de wendbare en daverende ritmesectie zijn er ook een paar verwantschappen met Zu, terwijl een herhaald baseffect zorgde voor een korte verwantschap met Battles. De groep werd ook geholpen door een ronduit fabuleuze sound, waarmee ze zowel rockfanaten als avant-gardeliefhebbers voor zich wisten te winnen. Geef deze band mogelijkheden en podia om zich te ontplooien en we kunnen er nog mooie dingen van verwachten.

Rond 22u werd de pauzemuziek afgezet en ging het Glenn Branca Ensemble geduldig wachten naast het podium tot de leider zou opduiken. Dat gebeurde uiteindelijk pas een half uur later, toen de verwaaide artiest het podium op waggelde met een map partituren en een trappist in de aanslag. Zonder al te veel omwegen werd afgetrapt met “The Tone Row That Ruled The World”, het eerste stuk uit Ascension: The Sequel, waarop de composities net als in 1981 door zes muzikanten (vier gitaristen, een bassist en een drummer) werden uitgevoerd. Die muziek, die labels opgekleefd kreeg van ‘abstracte gitaarrock’ en ‘gestructureerde chaos’ tot ‘postminimalisme’, ‘noise’ en ‘drone’, klonk nog altijd verrassend hedendaags en meeslepend. Arty maar met een viscerale power die voor geen extreem metalgeweld moet buigen.

Veel heeft daarbij ongetwijfeld te maken met de invloed die de muziek het voorbije decennium heeft uitgeoefend op zowat alle genres die een gitaar centraal stellen en afwijken van de stromingen die heil zochten bij rock-‘n-roll en soul. Branca’s gitaarkolossen zijn immers van alle swing, good times en blues ontdane stukken die worden uitgevoerd met mathematische precisie (al een geluk dat de maat af te lezen was aan het tellende geprevel van de bassist) op gitaren in ongewone stemmingen waarvan de partijen op de meest merkwaardige manieren in elkaar worden gepast. Dat maakt het voor de muzikanten, die aandachtig de bladmuziek in het oog hielden ofwel reageerden op de extatische bewegingen van de dirigent, een helse klus, zeker omdat het geheel al snel een wirwar leek van accenten, verkapte gitaarelementen en duivels intense crescendo’s.

Die vreemde stemmingen en texturen vind je niet enkel terug in het werk van Sonic Youth, Band Of Susans (nog zo’n kliek met leden die in de leer gingen bij Branca), maar ook bij jonge turken als Action Beat of heelder generaties postrockmuzikanten met hun gestileerde soundscapes en luid/zacht-dynamiek. Hoe abstract en cerebraal het op papier allemaal mag klinken: de muziek van The Ascension: The Sequel heeft de weerbarstige gedrevenheid van z’n voorganger, maar soms ook de gelaagdheid en zorgvuldige zin voor ontwikkeling van Branca’s symfonieën. De eerste stukken, met na de opener ook nog “Carbon Monoxide” en “Quadratonic”, waren compact, werden voortgestuiterd door de repetitieve ritmes van drumster Libby Fab, lieten nu en dan veel ademruimte, maar stevenden doorgaans af op meervoudige climaxen.

Pieken gebeurde echter pas verderop in de set, toen de langere stukken werden bovengehaald. “Lesson No.3 (Tribute To Steve Reich)” pakte uit met meeslepende martiale ritmes, maar pieken gebeurde pas écht met het lange “The Blood”, dat zich ontplooide tot een symfonie op zich. Het zat er allemaal in: de vreemde timing en texturen, de volumecontrasten, dronende passages en momenten die enkel als extatisch kunnen worden omschreven. Het is muziek die primitief en cathartisch is, maar bij momenten, en ondanks dat denderende volume, ook verbluffend mooi. Als een psychedelisch klankgedicht, maar dan FUCKING LUID. En Branca zelf? Die stond te gesticuleren, te wijzen en vuisten te maken als een halvegare, de benen wijd gespreid en diep door de knieën buigend. Aan het einde van “Lost Chords” kreeg de alcohol (of wat het ook moge zijn geweest) het laatste woord: de man wierp z’n statief omver, sleurde nog wat rommel met zich mee, wierp zich ei zo na op de drumster, stampte z’n trappistglas in stukken en droop af.

De muzikanten wisten duidelijk niet wat hen overkwam, maar slaagden erin om de muziek snel en proper af te ronden. Deze performance van The Ascension: The Sequel was nooit een verrassing voor wie een beetje vertrouwd is met het oeuvre van Branca. Wat hij ook componeert en door welke bezetting het ook wordt uitgevoerd, het draagt altijd dezelfde stempel. Maar dat hij nog steeds weet te overtuigen, zelfs met muziek die duidelijk in het verlengde ligt van een album dat intussen z’n dertigste verjaardag gepasseerd is, spreekt boekdelen. Een paar minder overtuigende momenten niet te na gesproken was dit een performance die de cultstatus van de man alle eer aandeed. En dat in Diksmuide, of all places.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =