Guido Belcanto :: Dorian Gray in Vlaanderen


Ik kan alles weerstaan behalve de
verleiding”

Naar aanleiding van zijn elfde plaat ‘Een Man Als Ik’ werd
Guido Belcanto in De Laatste Show geconfronteerd met volgende
uitspraak: “Als geen andere beschrijft hij de romantiek van de
zelfkant van onze samenleving. De smartlap zoals hij bedoeld is.
Johnny Cash meets Gerard Reve, met het uiterlijk van Willy
De Ville.” Heldhaftig probeerde Guido deze lovende woorden te
relativeren maar dat ze hem raakten, verraadde de lichte
tremelo in zijn stem. En toen ook Marc Didden er
Vlaanderen op attent maakte dat Belcanto eigenlijk gewoon met
niemand te vergelijken is, kon Guido niet anders meer dan deemoedig
het hoofd buigen. Belcanto blijft een unieke figuur die je moeilijk
in een vakje kan stoppen. Alles is mogelijk: smartlap en
rock-‘n-roll, Decaporgel en Steinway, La Esterella en Marlene
Dietrich, Bobbejaan Schoepen en Bob Dylan, wulpse vrouwen en
artistieke muzes, maagden en hoeren, stoermannelijk en
supersensueel, komedie en drama, kuisheid en zonde.

Hoe Belcanto de koning werd van het levenslied in
Vlaanderen

Belcanto wortelt – willens nillens – in een traditie. Historicus
Bart De Wever zal het ons met plezier vertellen. Nog niet zo lang
geleden domineerde de katholieke leer ons leven en hadden de
Franstaligen de touwtjes in handen. Theateropvoeringen waren in de
taal van Molière, maar Vlaamse liedjes vonden toch hun weg naar het
volk. Markt- en straatzangers waren de entertainers van de lagere
sociale klassen. Ze trokken rond met bij zich een groot plakkaat
ter illustratie van hun liedjes, een zogeheten roldoek of smartlap.
Daarnaast had je ook vanaf 1830 de café chantants,
afkomstig uit Parijs en vooral bedoeld als ontspanning voor het
industrieproletariaat. Boven het geroezemoes uit en te midden van
rook en drank die de cafés vulden, klonken ballades zoals die ooit
door middeleeuwse troubadours werden gebracht, maar ook volkse
deuntjes, straatliedjes en parodieën op bekende melodietjes.

Guido Versmissen (1953) groeit op in Wortel, een boerendorp in
de Noorderkempen. Zijn ouders baten het beroemde volkscafé ‘In de
verzekering tegen de dorst’ uit, vlak naast de kerk. Aan de muur
van het café hangt een groot kruisbeeld en het opschrift ‘God ziet
u, hier vloekt men niet’. De kerk zit altijd stampvol en de pastoor
stort angstaanjagende donderpreken over de gelovigen uit. De kleine
Guido luistert gefascineerd naar het lijdensverhaal van Christus en
de andere martelaren, het sadomasochisme, de verdoken seksualiteit
en de symboliek van de duivel en de hel. Na een processie, stranden
de mannen van de plaatselijke muziekfanfare steevast in het café.
Het zuipen begint en de jonge Guido wordt op de toog gehesen, een
trommeltje rond de nek gehangen en mag zo meespelen met het dronken
orkest. Verder is het culturele aanbod in Wortel niet groot. Geen
cinema, theater of televisie. Wel Ernest Claes, Felix Timmermans en
portretten van Jezus. Muziek? De fanfare, een occasionele smartlap
van de Zangeres zonder Naam en de heimatliederen van Armand
Preud’homme.

Spiegeltenten

Na de Tweede Wereldoorlog wordt de volksmuziek in de hoek
gedrumd door de opkomende Vlaamse schlagerzangers. Ze halen hun
inspiratie in Duitsland, Engeland en bij de Amerikaanse
crooners en zingen in het Engels, Frans en Nederlands.
Binnen deze traditie van schlagers is er ook het levenslied of de
smartlap. Hier wordt alles breed uitgesmeerd tussen een lach en een
traan.

Op zondagnamiddagen neemt Guido’s grootvader hem mee naar de
grote legendarische danszalen in de Kempen waar onversneden
volksamusement wordt geserveerd. De jaren vijftig zijn een tijd van
optimisme en geloof in de toekomst: de dancings en
spiegeltenten staan garant voor een uitbundig sfeertje. Eddy Wally
maakt zijn debuut en Guido is enorm onder de indruk van La
Esterella en Bobbejaan Schoepen, die met zijn gefloten en gejodelde
cowboyliedjes in Amerika toerde. Maar vooral de overal aanwezige
Decaporgels – impressionante, gigantische, vanzelfspelende
muziekmachines – slaan de jonge Guido met verstomdheid. Een
wall of sound als antidepressivum.

Outing

Veel van die eerste generatie Vlaamse schlagerzangers klinken
melodramatisch, missen enige originaliteit en staan muzikaal zwak.
Will Ferdy laat zich inspireren door het Franse chanson in een
poging om tekst en muziek te verdiepen. Hij wordt zo een pionier
van wat men Vlaamse kleinkunst zou noemen. In ‘Christine’, één van
zijn grootste hits, geeft Ferdy zijn liefdesrelatie een heterofiele
draai. Pas jaren na zijn outing (1970) neemt hij de
definitieve versie op, met als titel ‘Mijn vriend’. Het is een
moedige stap van Will Ferdy want Vlaanderen is op dat moment nog
uiterst homofoob. Ferdy levert zo een wezenlijke bijdrage aan de
emancipatie van alle Vlaamse homo’s.

In Wortel is sinds lange tijd de ‘Rijksweldadigheidskolonie voor
Landlopers’ gevestigd. Op één of andere manier oefent dit een grote
aantrekkingskracht uit op Guido. Er is veel mysterie. Hoe zijn ze
daar terechtgekomen? Hebben ze iets op hun kerfstok? Hij leert de
zogenaamde mislukkelingen kennen, pechvogels die achter het net
vissen. Hij heeft deze losers altijd met veel mededogen bezongen.
Hij verklaart die verwantschap door het feit dat hij zelf behoort
tot een groep die niet aanvaard wordt door de samenleving: de
travestieten. Net als Ferdy heeft hij moeite gehad zich te
outen. Geheimzinnige, dubbelzinnige seksualiteit zoals die
van Zarah Leander en Marlene Dietrich – stoermannelijk en
supersensueel – is voor de jongeman uit Wortel van een betoverende
aantrekkingskracht.

Kritische boodschap

Een kleinkunstenaar probeert verfijnd en genuanceerd te werken.
Waar een schlagerzanger de maatschappij of mensen nooit in vraag
stelt, is er nu engagement en een kritische boodschap. In het pure
amusement blijft ontspanning het uiteindelijke doel, bij de
kleinkunst komt er ook wat inspanning bij. Naast Ferdy heb je drie
grote pioniers: KoR Van Der Goten, Miel Cools en Hugo Raspoet. In
die tijd zijn er maar weinig theaters in Vlaanderen. Er wordt
opgetreden in lokaaltjes van jeugdbewegingen en in parochiezalen.
Op die manier kan de Kerk nog een oogje in het zeil blijven houden.
Hugo Raspoet bezingt zijn vlammende aanklacht tegen de paus en de
rijkdom van het Vaticaan in ‘Evviva il Papa’, waardoor menig
parochiezaal voorgoed voor de zanger dichtgaat.

Veel Vlaamse verenigingen eisen van de kleinkunstenaars ook een
duidelijke portie flamingantisme. Censuur ligt overal op de loer.
Denk aan de katholieke quoteringen voor literatuur en film, of aan
de beruchte index. Maar de maatschappij is ondertussen al in volle
beweging. De Beatles en de Stones
verbijsteren de wereld met hun muziek. Bob Dylan begeestert
als de grote protestzanger van de sixties. Er is namelijk
genoeg om tegen te ageren: Vietnam, de atoomdreiging, autoritaire
regimes. Het duo Miek en Roel en Boudewijn de Groot zijn erg
populair. Ook bij Jan De Wilde is de invloed van Dylan nooit ver
weg.

In 1958 verhuist Guido Versmissen naar Turnhout. Ieder jaar
strijkt er een kermis neer pal voor zijn nieuwe huis. Zijn leven
krijgt er een nieuwe wonderlijke dimensie. De muziek van de
botsauto’s is overrompelend. Adamo, Françoise Hardy en Jacques
Dutronc. Maar ook Roy Orbison en Tom Jones. Vooral de zeildoeken
met de portretten van de zangers in prachtige kleuren ervaart hij
als pure magie. ‘Paint it Black’ van de Rolling Stones en ‘One
Night with You’ van Elvis Presley doen hem hunkeren naar het
duistere universum van seks, drugs en rock-‘n-roll. Op school bij
de Jezuïeten worstelt en puzzelt hij met woorden om een zo perfect
mogelijke zin te creëren. Bob Dylan wordt één van zijn favoriete
artiesten en op vijftienjarige leeftijd koopt hij een
Hohnermondharmonica. Hij vormt een bandje met zijn broer.

Popmuziek interesseert hen maar matig. Het bandje speelt
hoofdzakelijk folksongs en ze zijn gek op de blues van de
Amerikaanse negers. Tot hun helden behoren John Lee Hooker,
Champion Jack Dupree, Big Joe Williams, Mississippi John Hurt,
Lightnin’ Hopkins, Blind Lemon Jefferson, Howlin’ Wolf, Muddy
Waters en Clifton Chenier. Tevens zijn ze dol op folksingers als
Woody Guthry, John Prine en Ferre Grignard en de country zangers
Hank Williams en Johnny Cash. Bij de
oude rock-‘n-rollers spant Chuck Berry de kroon.

De Vlaamse pop

De modernisering van het luisterlied dringt zich op aan het
kleinkunstgebeuren, weg van de te grote invloed van politieke,
sociale en culturele groeperingen. Zjef Van Uytsel maakt de
klassieker ‘De Zotte Morgen’. De nieuwe generatie heeft een gezonde
dosis arrogantie. Een weg die de Beatles hebben geplaveid: alles
kan. De Vlaamse pop is geboren. Ze gebruiken elektrische
instrumenten en draaien de volumeknop naar rechts. Thematisch zijn
er geen beperkingen meer. Kris De Bruyne, Johan Verminnen en
Raymond Van Het Groenewoud schrijven alle drie een arsenaal aan
pareltjes bijeen. Zij zijn vanaf nu de kwaliteitsnorm voor de
Vlaamse muziek. Weinigen kunnen dan ook opboksen tegen deze
giganten. Maar later komen daar ook De Kreuners en Noordkaap bij.
Zelfs West-Vlaming Flip Kowlier heeft het in de vingers. Ook een
speciale vermelding voor De Mens, een groep
meer dan het ontdekken waard. En er is natuurlijk ook Guido
Belcanto.

Volgens Versmissen is verloren lopen in een wereldstad het
grootste genot. Op twintigjarige leeftijd belandt Guido in
Antwerpen voor zijn studies in de opvoedkunde. Het is liefde op het
eerste gezicht. Er hangt een tolerante sfeer in de lucht. Hij
frequenteert ‘De Muze’, de kroeg waar ook Ferre Grignard wortel
schoot. Een andere geweldige trekpleister is de rosse buurt met
zijn rode lampen, havenvampen, travestieten en transseksuelen. Het
straatbeeld vol zeelui en matrozenpakjes openbaart zich als een
geheimzinnige, wonderbare wereld die een belofte van Sodom en
Gommora inhoudt. Storyville revisited. Dit is materiaal
voor de werelderfgoedlijst, denkt Guido. Rock-‘n-roll en rockabilly
blijven zijn passie die hij kwijt kan in verschillende groepjes.
Muziek is eigenlijk z’n enige ambitie. Hij vindt het de beste
remedie tegen vastroesten: “Je komt op vele plaatsen en je leert
altijd andere mensen kennen.”

Versmissen wil zich niet settelen, ook niet in een relatie. Soms
heeft hij een job, soms gaat hij stempelen. Hij heeft liefjes, maar
muziek is de enige maîtresse die hem nooit in de steek laat. En dan
komt ‘Belcanto’ op de proppen. Hij besluit een kroegzanger te
worden en zoveel mogelijk in zijn eigen taal te zingen. Op het
repertoire staan de Zangeres zonder Naam, Will Tura (El Bandido),
Freddie Quinn en Rocco Granata (Marina). Resoluut opteert hij voor
de volkscafés. De accordeon – le piano des pauvres – is
zijn lievelingsinstrument. Het wordt een fantastische tijd en nu
weet hij het zeker: in deze wereld van pisbakken, lauw bier,
goedkope parfums en zattemansgebral word ik de nieuwe koning van
het levenslied. Na vele avonturen, in 1989, brengt hij zijn
debuutalbum uit: ‘Op zoek naar romantiek’.

Een man zoals ik

En nu op de leeftijd van 58 jaar is er het juweeltje ‘Een man
als ik’. Een plaat die verrast door de klank en zijn algemene
sfeer. De blazers en strijkers geven de nummers grandeur.
Aan de arrangementen is veel gesleuteld. In het uitstekende orkest
zitten onder meer contrabassist Nicolas Rombouts (Dez Mona), drummer
Bert Huysentruyt (Gorki), accordeonist
Gwen Cresens en multi-instrumentalist Andries Boone. Producer Jo
Francken (Admiral
Freebee
, Buurman, Milow, Bart Peeters)
leidt alles in goede banen. Het geheel klinkt als een Vlaamse
countryplaat (banjo, pedalsteel). Een goede keuze want de
countrythematiek van ontrouw, afscheid en gebroken harten is hier
volop aanwezig. Maar we horen ook flarden rockabilly, blues,
smartlap en chanson.

Zoals zijn favoriete schrijver Oscar Wilde legt hij op een
humoristische, maar wrange wijze de tragische wendingen van het
leven bloot. Steeds loert het drama om de hoek. Een groot
waarnemingsvermogen en een scherp oog voor detail heeft hij altijd
gehad. Belcanto is een man naar ons hart. Conventies zijn aan deze
rebelse figuur niet besteed. Is er ‘Één zonde die hij nooit
beging’? Het lied waaiert breed uit, bijna filmisch en Belcanto
projecteert zijn onkuise gedachten op onze verbeelding. Wellust
blijft zijn favoriete hoofdzonde. “Vroeger was ik een jonge gast
met een groot libido, vandaag heb ik alleen dat laatste nog.” Maar
het is ook zijn achillespees.

‘Dan ga ik weg voorgoed’ snijdt door merg en been. Hij zingt
over dat hete, broeierige gevoel dat enkel de vrouwelijke
seksualiteit kan teweegbrengen. Hij hunkert naar de zoete geur van
de hete huid en vraagt smekend om nog één keer het vuur in zijn
bloed aan te wakkeren. Want hij heeft haar verlaten. En keert toch
terug. Op de knieën. “Doe nog één keer je kleren voor me uit. Laat
me het wonder zien.” Schoonheid die een psychische ravage aanricht.
Het oorspronkelijke nummer is van Bob Dylan. Een geslaagde
bewerking!

“It ain’t me babe” – ‘Ik ben niet de man die je zoekt’ (ook een
herwerking van Dylan) is wrang. Een man stelt vast dat hij niet kan
en wil beantwoorden aan de verwachtingen van de vrouw op wie hij
verliefd is. Belcanto neemt door zijn interpretatie de angel uit
het lied weg. De zanger maakt zich vrolijk over de vrouw die
blijkbaar op hem verliefd is, maar die hijzelf niet ziet zitten.
Erg vreemd dat net Belcanto de dubbele bodem verwijdert. Maar het
moet gezegd: Belcanto heeft in die twee nummers hard aan de teksten
gewerkt. Geslaagde vertalingen die naar veel meer doen
verlangen.

In ‘Toverdrank’ belooft An Pierlé “lavendel en honing die naar
de lente smaakt”. Maar elke medaille heeft zijn keerzijde, ook al
proeft de honing zo zoet. Een mooi duet en een bewerking van
‘Summer Wine’ van de fantastische Lee Hazlewood. ‘Na de dood’ is
het vrolijkste nummer van de plaat. Misschien had Belcanto Jacques
Brels ‘Le Moribond’ in gedachten (“dat men lacht en danst als ik
neerlig in mijn kuil”) want ook wij worden uitgenodigd om te
dansen. Een onweerstaanbaar stukje muziek. In ‘Half zo mooi als nu’
wordt een erecode gebroken: “begeer nooit het lief van een vriend”.
En dubbele bitterheid: ze glanst van geluk. Hij gaat zich vragen
stellen. ‘Wat wil je dan?’ De zanger weet het niet meer. De vrouw
blijft een mysterie. Misschien is het een troost dat hij beroemd
is, een ster van het chanson maar in ‘Een man als ik’ onthult hij
zijn éénzaamheid.

‘SMS of 3’ laakt de afstandscommunicatie omdat lichamelijke
nabijheid en het lezen van de lichaamstaal ontbreekt. Wanneer een
boodschap te nadrukkelijk herhaald wordt, gaat ook de onzekerheid
de kop opsteken: daar moet iets achter zitten. Paranoia of
realiteitszin? Het slotnummer ‘Alsof je het niet weet’ rekent af
met een mooie vrouw die al te berekend te werk gaat. Ons besluit?
Gelukkig is dit geen plaat van Guido Versmissen want één man kan zo
veel tristesse nooit het hoofd bieden. Over Belcanto – de
man van de ironie en zelfspot – maken we ons geen zorgen. Een
prachtig oeuvre and “he is still going strong.” De zanger geeft een
45-tal concerten. Het belooft fraai te worden.

Noot: Voor de beschrijving van het leven van Guido Belcanto werd
geput uit zijn ‘Geheime bekentenissen‘. Het is een
aanrader net zoals de ‘Confessiones’ van Augustinus (een boek over
de zondige jeugd van deze kerkvader). Eén verschil echter: Belcanto
heeft zich nooit bekeerd. Maar (heel) misschien beleeft Belcanto
nog een ‘Christian Reborn’-periode zoals zijn idool Bob Dylan.

http://www.guidobelcanto.be/
Meer
foto’s van Yann Bertrand: http://yannbertrand.wordpress.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 18 =