Julian Barnes :: Alsof het voorbij is

De jury van de Britse Man Booker Prize kon niet langer om publiekslieveling Julian Barnes heen. Heel recent verzilverde de auteur zijn vierde nominatie en sleepte hij de felbegeerde hoofdprijs in de wacht voor The sense of an ending, een subtiel verhaal over hoe de mens zijn eigen herinneringen vormgeeft en daar troost uit put, tot de illusie ruw wordt doorprikt.

Weliswaar gaat Alsof het voorbij is over veel meer dan louter de herinnering. Aanvankelijk lijkt Barnes een gemiddeld verhaal te gaan vertellen dat naar inhoudelijke intimiteit toe aansluiting vindt bij het recente meesterwerk On Chesil Beach van Ian McEwan. Niet alleen de extreem natuurlijke kracht van Barnes’ proza, ook de beschrijving van de seksuele intimiteiten en hoe de mens daar mee worstelt, zetten het idee kracht bij dat er een onderhuidse verbintenis tussen beide bestaat. Ook hier werpt de techniek waarbij een man of leeftijd terugkijkt op zijn eigen leven overigens zijn vruchten af: het construct laat Barnes toe vanuit een bepaalde levenswijsheid te schrijven, die niet gekunsteld aandoet en toch betrekkelijk veel filosofische kanttekeningen in het verhaal laat sluipen. De sublieme kruisbestuiving tussen een zachtaardige stijl en een aantal levensbeschouwelijke inzichten, die Barnes cyclisch hanteert (door bijvoorbeeld constant op de werking van het geheugen terug te komen), is niet alleen sympathiek, maar bovenal bedwelmend en intrigerend. Alsof het voorbij is is dan ook het soort boek dat men met bonkend hart in één avond uitleest, om het met een mengeling van verdriet, maar ook hoop, terzijde te leggen.

Nochtans is Barnes’ laatste roman niet het soort boek dat via doorsnee literaire technieken een spanning veroorzaakt. Juist de “banaliteit”, even goed te interpreteren als “herkenbaarheid”, van wat in deze roman beschreven wordt, maakt het gegeven zo universeel. Hoewel tijden, omgangsvormen en situaties weliswaar veranderen, beschrijft Barnes de menselijke psychologie zodanig raak, dat men aan de lippen van de verhalende protagonist gaat hangen. Zeker in het tweede deel van het boek, waarin de plot concreet vorm krijgt en handeling zowel als idee steeds concreter worden uitgewerkt (het eerste deel is vooral anekdotisch van aard), wordt de lezer een bepaalde leesdrift gewaar die vreemd aanvoelt bij integere boeken zoals Alsof het voorbij is. Tony Webster is echter een romanpersonage uit de duizend, precies omdat hij zo weinig “roman” en zoveel “echt leven” belichaamt. Hij mijmert over zijn jeugdvrienden en de ideeën die hij eens had, zijn relaties en hoe de “tijdelijke haven van het huwelijk” uiteindelijk tot een scheiding zou leiden, waar Anthony inmiddels mee in het reine is gekomen. Hoe doorsnee kan een leven zijn? En hoe uitzonderlijk intens kunnen zestig jaar uit het leven van een gemiddeld begaafd intellectueel beschreven worden?

Alsof het voorbij is bruist en kolkt van de gevoeligheid, maar nooit gaat Barnes overdrijven. Elk woord staat op de juiste plaats — tevens een verdienste van Ronald Vlek, die de valkuil van het te grote sentiment behendig omzeilde — en aan elk stuk verhaal koppelt Barnes een idee over heden of verleden. Dvorak, Tsjaikovski, Camus of Zweig worden daarbij nooit hoogdravend in de literaire strijd geworpen: ze zijn decorstukken in de concrete en de abstracte wereld waarin de personages van deze schitterende roman zich begeven. Het einde van de roman, waarin Barnes zijn subtiel ontwikkelende verhaal plots heel concreet heeft uitgewerkt (een artistieke ingreep waarover kan gediscussieerd worden), blijft ondanks het ingewikkelde verhalende web dat plots samenkomt ook gewoon menselijk, waardoor de lezer totaal verpletterd achterblijft. Niet het gevoel alsof men net een pletwals over zich heen gekregen heeft, maar wel de ontsteltenis die ontstaat wanneer men van de sluimerende melancholie uit een boek terug in de chaos van het leven wordt geworpen.

Is Alsof het voorbij is een perfect boek? Bijna. Zeggen dat Barnes de Man Booker Prize terecht gewonnen heeft zonder de overige boeken gelezen te hebben is per definitie voorbarig, maar bij The sense of an ending voelt men dat het een soort boek is waarvan er zelfs in een vruchtbaar decennium weinig worden geschreven. Slechts één devies rest ons: lees dit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − dertien =