Tinariwen :: Tassili

Libië, voormalig thuisland van de ene keer als een dolle hond omschreven en dan weer met alle egards ontvangen dictator Mouammar Kadhafi, heeft het vreemde voorrecht te gelden als het land waar een groep Toearegrebellen niet alleen leerde hoe met wapens om te gaan, maar ook hoe samen muziek te maken. Het was in de Libische vluchtelingenkampen dat de leden van Tinariwen besloten het geleden onrecht in muziek te vatten.

Na jaren van obscure tapes en moeilijk te vinden albums kwam Tinariwen langzaam maar zeker in het vizier van de “wereldmuziekliefhebber”. Sinds zijn ontdekking rond de eeuwwisseling, en vooral sinds het wereldwijd positief onthaalde Aman Iman, kan de band zich beroepen op een steeds uitdijende schare fans, waarbij sommige niet meteen tot de minsten behoren. Helemaal vreemd is het dus niet dat op zijn laatste plaat ook Westerse muzikanten opduiken, zoals Nels Cline (Wilco), The Dirty Dozen Brass Band en TV On The Radio’s Tunde Adebimpe en Kyp Malone.

Het siert de “grote namen” dat ze zich ten dienste stellen van Tinariwen en de muziek en zich nergens krampachtig naar de voorgrond proberen te worstelen. Toegegeven, Tunde Adebimpes inbreng kan niet genegeerd worden op “Walla Illa” maar hij blijft wel samen met Malone netjes op de achtergrond terwijl de karakteristieke stem van oprichter/frontman Ibrahim Ag Alhabib de song bepaalt. Toch mag het nummer geen onverdeeld succes heten, daarvoor draagt de inbreng van Adebimpe en Malone te weinig bij en lijkt het te veel alsof ze spontaan even mee kwamen neuriën zonder te weten hoe de song precies moest klinken.

In die optiek is het kronkelige “Tenere Taqhim Tossam” te verkiezen: hier vindt de soulvolle stem van Adebimpe perfect een plaats binnen de woestijnblues van Tinariwen en vormt hij een mooie aanvulling op de karakteristieke zang van de Toeareg. Voor Nels Cline vormt het taal- en cultuurverschil duidelijk geen struikelblok, zoals de indrukwekkende opener “Imidiwan Ma Tenam” prachtig aantoont. Alle ingrediënten die de vorige Tinariwenplaten optilden naar een hoger niveau, zijn opnieuw aanwezig zonder dat het naar oude wijn in nieuwe zakken smaakt. De bakermat van de blues zoekt nogmaals aansluiting bij een van zijn nazaten in “Ya Messinagh” waar een sectie blazers de oerkreet mee vorm geven.

Ander fraais valt te rapen bij het rustig voortsjokkende “Imidiwan Win Sahara” dat zijn tempo aan het leven in de woestijn aanpast, en het in zichzelf gekeerde “Djeredjere” dat teruggrijpt naar de oerprincipes van de blues en mijmerend over de oneindige vlaktes staart. De rust en ingetogenheid van het album wordt occasioneel onderbroken door iets stemmigere songs genre “Tamiditin Tan Ufraw” dat in de eerste plaats dankzij handgeklap en meerstemmig gezang een verbondenheid oproept (de song gaat overigens over een overspelig liefje) die een aanvullende rol speelt bij de spaarzamere nummers. Een gelijkaardig geluid valt ook te horen in het rustige “Asuf D Alwa” dat ook in zijn tekst diezelfde broederschap eert.

Het rockende “Tiliaden Osamnat” is een van de weinige songs met een echt uptempogevoel (over jaloerse vrouwen) waarbij de gitaarlijnen sterk “westers” aandoen en het dichtste de moderne blues benaderen terwijl de zangstem(men) bewust voor de eigen overlevering kiezen. Het vormt een mooie clash die aan de song een extra troef verleent, zij het dat Tinariwen ook zonder dergelijke kruisbestuivingen weet te boeien. Het in zichzelf gekeerde, belijdende “Isswegh Attay” en het minder toegankelijke “Takest Timadiret”, dat ook zonder de tekst te kennen naar voor komt als een vreemde, onbehaaglijke getuigenis.

In sommige artikels wordt gewag gemaakt van enige onvrede die binnen het collectief zou heersen over deze plaat en de rol die Ag Alhabib als zanger en dus ook frontman opgenomen heeft. In hoeverre dergelijke geruchten ook waar zijn, blijft voer voor speculatie. Feit is dat zelfs zonder de specifieke omstandigheden rond het ontstaan van Tinariwen in acht genomen, het moeilijk blijft om de groep zonder meer vanuit een westers kader te bekijken. Tinariwen blijft immers een uniek gegeven, zelfs met het stijgend succes van andere woestijn- en Toearegbluesbands in het achterhoofd, en daar is Tassili het beste bewijs van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 6 =