Lamb :: 5

Lamb, 2011
Strata Music Ltd

Aaah, Lamb. Eeuwige controverse bestaat er omtrent deze
triphoppioniers. Wanneer je het geluk of het ongeluk hebt een
optreden van hen mee te maken, word je ofwel zodanig in vervoering
gebracht dat alle vier je dansende ledematen een eigen leven
beginnen te leiden, ofwel blijf je apathisch in het niets staren en
gniffel je onopgemerkt over de absurditeit van het hele gebeuren.
Het zal u derhalve niet verwonderen dat ook onze redactie zijn
voor- en tegenstanders kent. Ondergetekende maakt echter deel uit
van de aanhangers, en werd twee jaar terug op Cactusfestival
compleet verstomd door de noten die Lou Rhodes uit haar peperkoeken
strot tovert en (vooral dan) door het betere synth- en samplewerk
dat Andy Barlow op zijn publiek afvuurde.

De geniepige hoop dergelijke sensatie deze zomer opnieuw te
mogen ervaren, toen Lamb voor de tweede maal in drie jaar
tijd het wereldse podium in het Brugse Minnewaterpark beklom, werd
zodoende ingelost, al toonde nieuweling ‘5’ zich niet van zijn
meest overtuigende kant. Het waren eerder experimentele nummers uit
onder meer ‘Fear of Fours’ die Brugge het meest met verstomming
sloegen. De nummers die uit ‘5’ voorgesteld werden (en dat waren er
een heel pak) toonden zich kranig, maar niet innovatief genoeg en
het jongste album sluimerde wat voort in sfeervolle
nietszeggendheid. Al kan dat ook als voordeel beargumenteerd
worden. ‘5’ is een instinker met vele gezichten, die veelal
nostalgisch en botweg mooi kleuren.

Voor de lezers die nog niet lang genoeg op deze aardbol
rondlopen om te begrijpen waarover ik het heb (niet dat
ondergetekende reeds een gezegende leeftijd bereikt heeft, maar
laat ons dat een detail noemen): Lamb is een Britse triphopformatie
die tijdens de jaren ’90 in het bloedspoor van Portishead, Massive Attack en
Tricky furore
maakte met alom bekende nummers als ‘Gorecki’ en ‘Gabriel’. Hun
oeuvre wordt doorspekt door meedogenloze elektronica, die het
geheel een boeiende en vooral hypnotiserende toets verstrekken. Dat
recept stond reeds garant voor vier platen en verzamel-cd ‘Best Kept Secrets‘ die
uitkwam vlak na de split in 2004.

Dat hun concertreünie in 2009 geen staartje meer zou krijgen,
was buiten de fans gerekend. Een omvangrijke hoeveelheid devote
aanhangers waren de reden dat er een (overigens origineel benoemde)
vijfde parel op de markt zou verschijnen. Massaal werd ‘5’ als
pre-order aangeschaft, en dat bedrag stond uiteindelijk
garant voor de financiering van de plaat zelf. Een leger fans als
producers aanstellen, je moet het maar doen. Het is een teken dat
nostalgische elektronicafans al te lang op hun honger gezeten
hebben, en het bewijs dat de opvolger van ‘Between Darkness and
Wonder
‘ wel degelijk gewenst is.

De originele geldbron zorgde er evenzeer voor dat Barlow en
Rhodes zonder enige tijdsdruk, noch de beklemming van een label dat
hen in een hokje wenste onder te verdelen, rustig hun creativiteit
de vrije loop konden laten: “pushing boundaries without
constraint,” zoals Lou Rhodes het zelf verwoordt op hun blog,
ruimte laten voor scheppingsdrift. ‘5’ betekent niet puur
navelstaren in het verleden, maar toont aan dat rustieke
triphopgeluiden hun plaats in de eenentwintigste eeuw verdienen.
Wat Portishead met ‘Third’ kan, kan Lamb met ‘5’. Toch?

Portishead verraste anno 2008 vriend en vijand met een
verfrissende mokerslag die jaren later op de wei van Werchter een
bezwerende impact zou hebben. Een dermate onverhoeds hoogtepunt als
‘Machine Gun’ bezit Lamb niet meteen, tenzij je ‘Build a Fire’ zo
zou bestempelen. Al houdt dat nummer meer dan stand door het luid
uitgesponnen stemgeluid van Rhodes – waar Louise normaliter vooral
hees en geruisloos in harmonie haar stempel op de beats van Barlow
drukt , een nucleaire explosie kun je het niet noemen. Toch kunnen
we ons evenzeer afvragen of dat ook werkelijk nodig is.

Lamb is met ‘5’ een verlicht pad ingeslagen, vol spacy
klanken en zonder noodzakelijke hitgevoeligheid. De fans zijn niet
uit op een vervanger voor eeuwige melige meezinger (in hoeverre
triphopbands over meezingers beschikken) ‘Gorecki’, veelal
verlangen ze naar een boeiend geheel. Met ‘Another Language’ vangt
het album aan op dezelfde manier waarop het concert in Brugge zijn
start kende, en meteen vallen Barlow en Rhodes met de deur in huis.
De experimenten zijn dit keer beperkt tot een elektronische greep
in het verleden, de hoopvolle melancholie spat van het witte doek
in een atmosferische schijn en meer hoeft dat niet te zijn. Dit is
geen triphop van de bovenste plank, dit is louter prachtig.

Het zal u inmiddels niet verbazen dat dit geheel zich bijzonder
sereen naar de betere podiumkunsten vertaalde.
Herkenbaarheidsfactor nihil, en toch wist Lamb zijn Brugse
fanschare te overtuigen met deze cd-voorstelling. Natuurlijk was er
plaats voor de publieksliefhebbers, maar het was ook meer dan
duidelijk dat de Gorecki’s van deze wereld niet langer de
protagonistenrol opeisen in hun performance. De krachtdadige
hypnose die rond het gebeuren gecreëerd werd, dat is pas een
hoofdrolspeler.

Vanzelfsprekend kent dit album ook zijn dieptepunten. Zo
irriteert ‘Existential Itch’ met zijn “no no no” letterlijk als
hardnekkige jeuk, en verveelt ‘Wise Enough’ als een idealistische
opgroeiballade après la lettre, met lyrics als “Surely
we’re bright enough to shine like the stars/For humankind gets so
lost in finding its way/when we have a chance to make a difference
’til our dying day”. ‘Strong the Root’, nota bene het eerste nummer
dat de band schreef na een pauze van vijf jaar, kan echter
wedijveren met de betere elektronicakunstenaars die u de laatste
jaren heeft aangehoord, en dat argument gaat voor meerdere nummers
op.

‘Last Night the Sky’ kan zo uit een impressionistisch
literatuurhandboek gelopen zijn, en tijdens afsluiter (mits u
bonustrack ‘Back to Beginning’ even niet meerekent) ‘The Spectacle’
zindert de piano als een kalm vlot in een open zee vol
toekomstperspectief. In bovenvermeld bonusnummer gaat Lamb zelfs
een samenwerking aan met Ierse bard Damien Rice, een
duidelijk teken dat Rhodes net als Beth Gibbons van Portishead een
boontje voor folk ontwikkeld heeft en tijdens haar solo-tour na de
split heel wat inspiratie kon opdoen. Zodoende bewijst Lamb
springlevend te zijn in deze trip down triphop memory
lane.

Spring daarom maar een gat in de lucht als u iet of wat
geïntrigeerd bent door deze mengelmoes aan triphop, elektronica,
ambient en impressionistische lyriek. Lamb lost de verwachtingen in
en levert een degelijke plaat af, die niet enkel zoethoudt maar ook
weet te ontroeren. Meer dan oerdegelijk is ‘5’ echter ook niet te
noemen, daarvoor is het vat af. Innovatie als indertijd
moet u niet verwachten, grootse gebaren evenmin.

Wat je dan weer wel op je bord krijgt, is een album dat
nostalgie koppelt aan kinderlijke gretigheid, en dat kunnen we
enkel maar toejuichen. Geen idee of Lamb in de toekomst met een
zesde albumtelg op de proppen zal komen, maar momenteel is het een
lieve lust om verloren gewaande bassen uit het verleden op te halen
onder de vorm van de immer sfeervolle schoonheid die ‘5’ heet.

http://www.lambofficial.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + twintig =