DOUR 2011 :: Channel Zero, donderdag 14 juli, The Last Arena

Onze relatie met Channel Zero is een beetje ambivalent. Als tiener gingen we geen klein beetje plat voor platen als Unsafe en Black Fuel, maar eens de band gesplit was, verwerd Channel Zero als snel tot een vage herinnering.

Tot dat reünieconcert in de AB: omvergeblazen worden kreeg een nieuwe invulling, leek het wel. Maar ondanks de euforie die die bewuste januari-avond de kop opstak, waren er bedenkingen. Gitarist en voornaamste songschrijver Xavier Carion heeft de band de rug toegekeerd -al weet vervanger Mikey Doling naar behoren dat gat te vullen- en dat nieuwe nummer, “Black Flowers”, wat voor een draak is dat?

Het bericht dat een nieuwe plaat op komst was, onthaalden we dan ook met schouderophalen. We hadden een jeugdherinnering nog één keer Groots aan het werk gezien, het was goed zo. Bij het voorbijkomen van nieuwe single “Hot Summer” draaiden we zelfs de radio uit. Over and out voor Channel Zero, wat ons betrof.

Tot dit weekend. Omdat de panda-obessie van collega (elv) beangstigend begint te worden en we dus liever niet mee naar Gold Panda gaan kijken, belanden we alsnog bij Channel Zero. Waar we de rammeling van ons leven krijgen. Oké, Franky DSVD slaat nog steeds de meest kige bindteksten uit zijn nek, maar verder is dit in-druk-wekkend. Ook de nieuwe nummers, voor alle duidelijkheid.

Misschien moet dat zelfs zijn: vooral de nieuwe nummers. Na een inleidend nostalgierondje met een redelijk mak “Suck My Enery” als opener en niet veel later “WTT” schakelt het viertal enkele versnellingen hoger met een voorstelling van de nieuwe plaat Feed ’em With A Brick. Het duurt niet lang of het wordt duidelijk dat een plaattitel zelden zo treffend was. Channel Zero gaat er héél hard tegenaan. “In The City” komt aan als een kopstoot en zelfs “Hot Summer” blijkt plots een verdomd goeie song te zijn. Het licht zien, heet zoiets, als we goed ingelicht zijn.

Eigenlijk had het daar zelf bij mogen blijven: Channel Zero hoeft niet langer de nostalgische toer op te gaan om een applaus te krijgen, daarvoor is het nieuwe materiaal zowaar meer dan sterk genoeg. Toch kiest de band er voor aan het einde opnieuw een brug te slaan naar het verleden, door af te sluiten met het klassieke “Help” en een vol met steroïden gespoten versie van “Black Fuel”. Misschien was dit wel de grootste verrassing van het weekend: dat ook bands die je in je hoofd al afgeschreven had, toch nog weten te overtuigen en het zowaar tot een van de hoogtepunten van het festival schoppen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 1 =