Max Blecher :: Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid

In ons taalgebied geniet Max Blecher amper naambekendheid. In Roemenië en de omliggende Balkanlanden is dat nochtans anders. Daar kleeft men op Blecher de status van surrealistisch-existentialistisch grootmeester, waarmee hij op leeslijsten naast Franz Kafka, Bruno Schulz of André Breton komt te staan. Dankzij de reeks LJ Veen Klassiek is er nu voor het eerst werk van Blecher te lezen in het Nederlands.

{image}”Wie ben ik?”, vraagt de jonge protagonist zich in Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid af vanaf de eerste bladzijde. Wat volgt is een over net geen 150 pagina’s uitgesponnen zoektocht naar de betekenis van het “ik” en het “bestaan”. Daarmee betoont Blecher zich natuurlijk rechtstreeks verwant aan schrijvers die de werkelijkheid in vraag stellen. Denk wat dat betreft maar aan het Roquentin-personage uit Sartre’s Walging, die bevraagt wat er ten grondslag ligt aan zijn gevoel van totale vervreemding van de dingen (en mensen) rondom hem. Blechers uitgangspunt is vergelijkbaar, maar tegelijk iets abstracter en minder toepasbaar op de werkelijkheid. De auteur onderzoekt namelijk hoe onze werkelijkheid zich verhoudt tot het surreële en stelt zich de vraag op welke gronden wij het “onwerkelijke” als dusdanig benoemen. Vangen foto’s niet meer de echte “ik” dan het “ik” dat door een lichaam en door een immens gecompliceerde contextualisatie gevangen gehouden wordt? Dat betekent concreet dat de wereld die wij kennen als zijnde “alledaags”, eigenlijk de “onalledaagse” werkelijkheid wordt, de vervormde verschijningsvorm van de echte werkelijkheid. Blecher komt dus tot een onverwachte inversie van de werkelijkheid. De titel moet echter vooral omgekeerd geïnterpreteerd worden: wanneer de jonge man “aanvallen” (of gewoon plotse duizelingwekkende inzichten) krijgt in de manier waarop dit “zijnsniveau” functioneert, worden zijn schijnbaar banale ervaringen echte crisismomenten. Genoeg voer voor Blecher om een korte roman aan op te hangen vol bizarre ontmoetingen en lucide invallen.

Blecher ontwikkelt zijn denkoefening echter niet als een roman die strikt vasthoudt aan plot, integendeel: Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid is een thematisch verwante stroom vragen, die de auteur aan de hand van enkele “casussen” met elkaar verbindt. Over amper 150 bladzijden vormt dat geen probleem en de erg vlotte vertaling van Jan H. Mysjkin, die bovenal transparantie en laagdrempeligheid heeft nagestreefd (zonder daarbij de poëzie en de humor van Blechers verwoordingen te veronachtzamen!), verleent dit boek een zeer aangename uitstraling. De situaties waarin de mannelijke protagonist terecht komt, ontlokken meermaals een glimlach van verraste verrukking en die hoofdfiguur is van het naïeve, nadenkende type dat bij alles durft stilstaan en de werkelijkheid tot de bodem wil uitspitten. Tegelijk zit deze roman helaas wat vast in zijn structurele eenzijdigheid: Blecher had een bepaald experiment voor ogen en trekt de lijn in een ruk door van begin tot einde. De weinige progressie is dus een gegeven dat de lezer er moet bijnemen, maar wie geniet van de overdaad aan vragen, zal dit boek nog steeds bijzonder kunnen smaken.

Wie was deze Max Blecher die een bijzonder weinig omvangrijke productie naliet? Hij was de zoon van een Joodse porseleinhandelaar en trok net voor zijn twintigste weg naar Parijs om daar medicijnen te gaan studeren. Hij kreeg echter al snel te horen dat hij leed aan “spinale tuberculose” (tuberculose van de ruggengraat), waardoor hij in bed moest blijven liggen in een gipsen korset. Hij ging terug naar Roemenië en liet daar een bed inrichten waarop hij zou kunnen schrijven: zijn volledige nalatenschap alsook zijn briefwisselingen met gelijkgestemde kunstenaars kwam tot stand van op dat ziektebed. Te meer bewondering dan voor de protagonist uit Avonturen uit de alledaagse onwerkelijkheid, die juist het dagdagelijkse leven tot het onderste wil uitspitten. Dat Blecher zich (als daad van verzet) niet aan esoterische literatuur waagde, maar juist heel betrokken wilde zijn bij datgene wat hem was ontnomen — het rondlopen, de wereld verkennen, … — is een ontroerend gegeven dat deze roman verder verheft.

Als intrigerende denkoefening is Blechers Avonturen uit de alledaagse onwerkelijkheid absoluut aan te raden, maar wie niet houdt van het stroeve stramien, zal misschien sneller geneigd zijn naar grotere namen terug te grijpen. Hoewel Kafka en Sartre finaal meer gewicht in de schaal werpen en vrijere literatuur nalieten die eenvoudiger wegleest, is Blecher echter niet gespeend van betekenis. En naast de ideeën krijgt men er nog een lading humor en directe ontroering (uit de zeer ongedwongen, karaktervolle taal) bovenop. Zeker een figuur om te ontdekken dus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + een =