Heather Nova :: ”Ik ben nooit cool geweest”

Ach, Heather Nova. Een nooit echt geroeste jeugdliefde uit de jaren negentig — en dan spreek ik niet alleen voor mezelf, nietwaar. De laatste jaren wat weggedeemsterd — ze is er nog gelukkig mee ook, zo blijkt — en zich steeds meer en langer terugtrekkend met haar gezin in thuishaven Bermuda. Alleen om te touren of, zoals nu, een nieuwe plaat te promoten, komt ze nog eens buiten.

Een verrassend sterke plaat trouwens, 300 Days At Sea, die plots na al die jaren weer aanleunt bij de sound van Oyster en Siren. Geen toeval, aangezien de muzikanten van die hoogdagen op deze plaat meespelen. Niet dat ze die hoogdagen bewust terug opzoekt: “De songs hadden deze sound gewoon nodig”, zegt ze halfweg het gesprek, maar vooral: ze is amper twee dagen in Europa of ze mist haar zoon Sebastian (7) al enorm, blijkt nog voor ik m’n recorder op tafel heb kunnen leggen: “Deze promotrip duurt maar liefst twee weken, zo lang heb ik hem nog nooit moeten missen.”

Wanneer ik daarop toegeef dat ik onlangs m’n dochters vier dagen achterlaten al een eeuwigheid vond, ontspint zich een lange openings-small talk over de kindjes, voorlezen voor het slapengaan, kinderboeken… Daar zit haar interesse, meer dan in muziek vandaag, dat is duidelijk. Van de stugge, afstandelijke Heather Nova, een (interview)reputatie die ze al sinds haar begindagen met zich meedraagt, geen spoor — toch niet wanneer het over haar kindertijd of die van haar zoon gaat. Ze is verrassend goedlachs en, vooruit dan, het is verbazingwekkend hoe de Tijd met zijn graaiende kraaienpoten geen vat op haar schoonheid krijgt. Zo, dat moest er even uit.

enola: Vergis ik me of is dit het eerste album waarop het echt lijkt dat je vrede hebt met wie en wat je bent?
Nova: “Ja, zo voel ik me eigenlijk ook (lacht). Ik voel me echt goed de laatste tijd, ik heb het gevoel dat ik niemand meer moet imponeren, ik doe gewoon wat ik wil en wat ik voel. Een grote oorzaak daarvan is dat ik niet meer bij een groot platenlabel zit. Ik doe steeds meer alleen, en eigenlijk is dat niet meer dan logisch in mijn ogen. Het is jouw visie, het zijn jouw nummers, dus waarom het niet zelf uitbrengen? We namen de plaat ook gewoon thuis op, op een heel organische manier dus… (Stopt plots wanneer ik m’n extreem ouderwetse taperecorder dichter naar haar toe schuif.) Is dat nog met een echte cassette?”

enola: Ja, dat gaat al minstens vijftien jaar mee. Werkt nog steeds perfect.
Nova:My God, you’re crazy (lacht luid). Waarom wil je dat nog gebruiken? De hele tijd op start en stop duwen, terugspoelen… God.”

enola: Als ik dit interview probeer op te nemen met iets dat na pakweg 2000 gemaakt is, moeten we het morgen telefonisch opnieuw doen.
Nova: (lacht) “Maar weet je, ik moet eigenlijk een cassettespeler vinden, want ik heb onlangs nog talloze demotapes gevonden in een grote doos, maar ik kan ze niet meer spelen! (lacht) Maken ze dat nog wel, cassettespelers? Cassettes komen volgens mij nooit meer terug. Ik vind het wel fantastisch dat vinyl terugkomt.”

enola: En dat in tijden dat een album als geheel steeds minder belangrijk wordt en er steeds meer afzonderlijke songs gekocht worden. Daar moet jij het lastig mee hebben.
Nova: “Dat is écht frustrerend, ja. Ik haat dat. Ik zie een plaat nog steeds als a complete body of work. Waar ik dan ook niet over te spreken ben, is dat men op de promo-exemplaren die van deze plaat uitgestuurd zijn blijkbaar de songs in de verkeerde volgorde heeft gezet. Ik was daar echt ontzet over, want ik besteed heel veel tijd aan de songs in de juiste volgorde te zetten.”

enola: (weifelend) Mag ik zeggen dat ik je niet zo relax had verwacht? Tien jaar geleden las ik al overal wat een hel je interviews geven vond. Je sloot je altijd af in gesprekken als dit, vaak tot frustratie van de interviewers.

Nova: (denkt na) “Ja, vroeger was ik ergens bang, eigenlijk. Nu niet meer hoor. Ik probeer er anders naar te kijken. Ik zie ze nu, in het beste geval, als interessante gesprekken met mensen over muziek. Dat is ok.”

enola: Of heeft het er ook mee te maken dat je jezelf op je eerste platen totaal bloot gaf over nogal pijnlijke dingen in je leven, terwijl je nu best wel gelukkig bent?
Nova: “Mja, mijn albums zijn altijd nogal persoonlijk geweest, maar in het begin zong ik vaak over dingen waar ik zelfs niet over sprak, en zeker niet over wou spreken met vreemden. Bovendien had niemand me voorbereid op zulke interviews, en zo bevond ik me plots in een grote ruimte met vreemde mensen die me al die persoonlijke dingen vroegen. Dat was echt niet leuk. Met de jaren heb ik geleerd om “nee” te zeggen. I call it self-preservation” (lachje).

enola: Maar over deze plaat, of pakweg Redbird lijkt het me moeilijk zulke pijnlijke vragen te krijgen.
Nova: “Ja, mijn eerste platen waren echt heel self-absorbed, zo ben je wanneer je jong bent. Nu ben ik heus wel bezorgd om andere dingen dan alleen mezelf (lacht). Dat komt door het ouder worden, door moeder te zijn… Je begint meer buiten jezelf te kijken.”

enola: Deze plaat gaat wel vooral over je eigen kindertijd en hoe je die beleefde op jullie zeilboot “Moon”. Voelde je een zekere behoefte om daar een plaat over te maken?
Nova: “Eigenlijk is dat heel toevallig gekomen. Op een bepaald moment sprak een visser me aan in de supermarkt om te zeggen dat hij het wrak van de zeilboot van mijn ouders had gevonden. Bermuda is eigenlijk heel klein, dus haast iedereen weet wel wie ik ben. Hij gaf me het kompas terug dat mijn vader altijd op die boot bij had. Toen ik die man achteraf vroeg waarom hij dat gedaan had, zei hij: “Door jouw muziek”. Hij waardeerde dat echt en het bleek een compagnon geweest te zijn voor hem al die tijd. Echt wel fijn om te horen.”

enola: Domme vraag misschien, maar wist je eigenlijk wat er met de boot gebeurd was?
Nova: “Het was gezonken in een storm een tiental jaar geleden. Toen we dat hoorden in die tijd, was dat natuurlijk een klap. Ik had nooit gezien waar het lag, daar ergens onder de zee. Maar het is nu pas, door het daar te zien liggen, dat al die emoties zo in me raasden. Ik voelde echt een nieuwe waardering voor wat die boot had betekend in mijn jeugd, dat mijn vader die bouwde met zijn eigen handen, dat mijn ouders dat ongelooflijke risico namen om hun droom te leven, en welke invloed dat op mij had. Echt overweldigend, ik moest dat kwijt kunnen. En vooral het feit dat ik dat kompas terug had, was echt enorm symbolisch voor me. Dat ding had al die tijd op het dek gelegen, had ons overal naartoe gestuurd… En plots kwam het terug naar me. Overweldigend.”

enola: Probeer je Sebastian ook zo’n intense kindertijd te doen beleven zoals die van jou?
Nova: “Er zijn zeker die ik hem wil meegeven, ja. Daarom verliet ik Londen toen ik zwanger was, want ik wilde hem laten opgroeien aan de zee, in Bermuda, en hem dezelfde vrijheid te kunnen geven van gewoon altijd buiten te kunnen lopen en spelen. Maar er zijn ook zeker dingen die ik hem wil meegeven die ik zelf nooit heb gehad, zoals een “thuis”, op één plaats. Ik wilde dat eigenlijk wel hebben toen ik een kind was. Daarom tour ik ook veel minder, maximaal nog twee à drie maanden op een jaar. Zo kan hij veel reizen, maar heeft hij ook een thuis (lacht fijntjes). Bovendien geef ik hem thuis zelf les, hij gaat niet naar school.”

enola: Hoe moet ik me dat voorstellen? Geef je dan ook een halve dag taal, dan een halve dag wiskunde, of zijn het vooral “algemenere levenslessen”?
Nova: “Wel, ik denk dat hij de echte levenslessen wel meekrijgt door te zien hoe zijn ouders leven, in plaats van hem op een stoel te zetten en echt te onderwijzen – Sebastian, dat doe je zo (lacht). Nee, ik geef hem inderdaad wiskunde, geschiedenis, echt de dingen die je op school leert… (denkt na) Maar ik zie wat je bedoelt. Ik werk mijn eigen nostalgie zeker niet uit op hem. Als mensen me vragen of hij ook muzikant moet worden, word ik kregelig. Nee, ik kies niet voor hem wat hij gaat worden. Wat ook z’n passie wordt, ik zal hem steunen. Zelfs al wordt hij een boekhouder (lacht). Kinderen moeten vooral uitdagingen hebben, het mag allemaal niet te gemakkelijk zijn voor hem. En dat is lastig voor een ouder. Je wilt immers dat ze het gemakkelijk hebben, je wilt ze zo veel mogelijk geven, maar je mag dat niet doen. Het is een harde wereld buiten, maar je mag zelf niet te beschermend zijn. Vandaar dat mijn zoon karateles volgt.”

enola: (lacht)
Nova: (bloedserieus) “Ja. Hij moet sterk zijn, niet agressief maar assertief. Bovendien doen de kinderen dat graag, met al die verschillende kleuren van gordels… Een tip voor je dochters.”

enola: Zal ik onthouden. Nu we het de hele tijd over de kindertijd hebben. Op je plaat zing je dat je echt terug verlangt naar die tijd. Nu ben je toch een moeder, je hebt alles op orde in je leven… Weegt dat alles echt niet op tegen je kindertijd?
Nova: “Nee hoor, ik ben dankbaar voor alles wat ik nu heb. Ik apprecieer dat echt nu. Maar er is echt iets speciaals in die tijd van toen dat ik ook enorm blijf appreciëren. In je kindertijd is er een onschuld die nooit meer terugkomt, je hebt immers geen verantwoordelijkheden. Je bevindt je in een soort van droom ofzo.”

enola: Het maakt wel dat je op je platen niet echt de grote actuele thema’s aanraakt.
Nova: “Hmm, dat is niet helemaal waar. Op deze plaat bijvoorbeeld staat “Stop The Fire”, dat gaat over een groot probleem in Bermuda, namelijk geweldpleging door bendes. Dat is sterk toegenomen de laatste jaren, er worden mensen gewoon neergeschoten op straat. Voor een klein eiland is dat echt tragisch, weet je. Het nummer gaat erover dat dat geweld van een echt diepe pijn moet komen. En vanwaar komt die pijn in onze gemeenschap? We moeten meer met elkaar integreren, elkaar beter begrijpen zodat we dat kunnen genezen. Nog een voorbeeld: “Higher Ground” gaat over de tsunami in Indonesië in 2004. Ik was enorm geïnspireerd door een zekere Matt George, een journalist, die er toen voor zorgde dat de noodhulp ook de afgelegen gebieden bereikte door een boot te huren en de hulp tot daar te brengen samen met een dokter. Daaruit is de organisatie “Last Mile” ontstaan. Ik denk dus niet dat ik volledig vast zit in het verleden.”

enola: Wat me opviel bij het herbeluisteren van al je platen, ook die van vijftien jaar geleden: ze klinken niet gedateerd, ze kunnen allemaal de laatste paar jaar opgenomen zijn. Opvallend.
Nova: “Interessant… Daarom ben ik nooit trendy geweest (lacht). I’ve never been cool, never been the flavour of the month. Ik vind dat een mooi compliment. En ik werk daar niet echt op, dat gebeurt gewoon. Ik maak gewoon de platen die goed voelen voor me. Ik heb ook niet echt bepaalde invloeden. Wanneer we een plaat maken, zitten we nooit geluidjes te stelen zoals “die bepaalde gitaarklank op de laatste Kings Of Leon-plaat” bijvoorbeeld. Het gaat om je instincten volgen.”

enola: De sound gaat heel sterk terug naar Siren. Geen toeval aangezien je de drummer (Geoff Dufmore) van die plaat en de gitarist (David Ayers) van op Oyster laat meespelen. Hoe ging dat? Was dat niet even onwennig? Je hebt sindsdien heel andere platen gemaakt.
Nova: “Het was echt cool, het klikte terug na vijf minuten. We zijn allemaal ouder, we hebben allerlei andere dingen gedaan ondertussen. David heeft ondertussen in een andere band gespeeld, Geoff heeft met vele anderen gespeeld. Het fijne was dat iedereen diezelfde passie van vroeger nog had. Dat gaat gelukkig niet weg met ouder worden (lacht).”

enola: Hoe is de rol van je muziek in je eigen leven eigenlijk veranderd de laatste jaren? Schrijf je nu vanuit een andere beweegreden of vanuit andere gevoelens?
Nova: “Goede vraag. (denkt lang na) Hmm, nu is het zo’n duidelijk, voor de hand liggend deel van mijn leven, het is een natuurlijk iets geworden… (denkt na). Ik heb beseft dat ik het niet voor het succes doe, niet om op de radio gedraaid te worden, niet om bakken geld te verdienen. Wat door de jaren heen echt iets voor mij betekend heeft, is dat mijn muziek mensen bereikt en geraakt heeft, vaak heel diep. Het is in mensen hun levens binnengedrongen, waarna ze me schrijven en vertellen wat het voor hen betekend heeft. Daarom blijf ik het doen, omdat ik voel dat ik een doel heb, dat ik deel uitmaak van iets belangrijks. Het is niet zo dat ik per se wil dat “de wereld mij hoort”, het is eerder “ik moet deze songs schrijven”. Dan geef ik ze uit en zie ik wat er gebeurt. En als ze mensen raken, blijf ik ze schrijven en uitgeven, omdat ik zo voel dat ik een verschil kan maken, hoe klein ook.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 8 =