40 Jaar Vorst door de ogen van goddeau :: Hossen, herkenningsgekakel en halfgoden

Veertig jaar staat Vorst Nationaal recht, en in die tijd heeft zowat elke grootheid er minstens één keer op het podium gestaan. Bovendien wordt er al vier decennia lang geklaagd over de klankkwaliteit in de bunker. Toch heeft iedereen er wel een onvergetelijke concertervaring opgedaan; ook uw goddeaumannen.

Kim Timperman: Levellers, 15 december 1995

Toegegeven, van het concert zelf kunnen we ons maar bitter weinig herinneren. Volgens de eveneens aanwezige [mvs] was het niet zo geweldig. Er moet wel iets knap gebeurd zijn met een doek aan het begin van het optreden, maar ook dat is inmiddels lang geleden verdwenen in de nevelen des tijds. En toch, als je het concert aan de ene kant van de zaal begint en eindigt aan de andere kant, moeten we het toen wel geweldig hebben gevonden. Hadden we de reputatie van Vorst als betonnen bunker gekend, dan hadden we achteraf wat gemopperd over het geluid, maar als je als veertienjarige alleen nog maar Gorki in een plaatselijk parochiecentrum en Marktrock bij klaarlichte dag hebt meegemaakt, heb je van die dingen nog geen kaas gegeten. Muzikaal gezien was Bob Dylan in 2002 waarschijnlijk het meest gedenkwaardige dat we ooit zagen in Vorst, maar als het eerste Grote Concert dat we meemaakten, heeft dat van Levellers toch wel de grootste indruk nagelaten.

Guy Peters: Steely Dan, 12 september 2000

De band waarvan je een cd meeneemt als je nieuwe speakers gaat kopen. Nonkelmuziek voor bij de sherry. Kan wel zijn, maar ook een van de origineelste bands van de jaren zeventig, die met zijn eerste vijf platen (OK, zes voor wie het overschatte Aja erbij wil hebben) een gewéldige reeks neerzette. Na Gaucho (1980) werd het stil, tot begin 2000 Two Against Nature opdook.

Het erop volgende concert was meer een nostalgietrip naar een periode die we nooit zelf hadden kunnen beleven dan een weerzien. Terwijl publiekslievelingen als “Peg” en “Hey Nineteen” door een paar duizend toeschouwers onthaald werden op herkenningsgekakel en juwelengerinkel, zaten wij vooral te wachten op het oude spul, dat we ook kregen. “Dirty Work”, “Bodhisattva”, “Kid Charlemagne”, stuk voor stuk perfecte popsongs, zaten er allemaal in, in prachtige uitvoeringen. Neen, cool was dit niet (dat geldt ook voor de 1000 BEF die we neertelden voor een tour-shirt), maar het was wel fantastisch om de grillige genieën eindelijk eens bezig te zien.

Matthieu Van Steenkiste: Manu Chao, 25 september 2001

We waren al wel een paar keer in Vorst geweest, maar nog nooit hadden we de zaal echt zien kolken. Geen twee weken na Elf September, in die sfeer van onzekerheid wat er nu zou gebeuren eenmaal de Amerikanen hun groggy waas zouden afschudden, hing er op de monitors de slogan “No War!”, en bracht Manu Chao zijn Radio Bemba Sound System naar Brussel en hebben we Vorst zien kolken. Wat zeggen we? Vorst stond op zijn kop, Vorst daverde, Vorst wist niet meer waar zijn begin was en waar zijn eind. En dat alles op het ritme van Chao’s wereldverbeterende hartenklop, die opklonk uit de microfoon die hij om de drie nummers tegen zijn borstkas sloeg.

De zomer van 2001 was Chao’s hoogtepunt; vóór 9/11 de hete antiglobalistische zomer de nekslag gaf, was hij de vertolker van wat tot een massaprotest tijdens de G8-top in Genua leidde. Tegen zijn stop in Vorst was het elan gebroken, maar niet als het van Chao afhing; met niets ontziend vuur ging hij de arena te lijf, en wij, wij hebben meegekolkt, zijn de hele parterre meegesleurd, langs onze voormalige leraar Latijn — “Dàg, mijnheer Bernaert!” — en zijn buitengekomen met een glazige blik die zei “What the fuck was dat?” en vooral: “Heeft iemand een lift terug naar Leuven?”

Freek Lauwers: Lou Reed plays ‘Berlin’, 18 juni 2007

Vierendertig jaar na de release én op algemeen verzoek bracht Lou Reed zijn duistere meesterwerk Berlin voor het eerst integraal op Europese bodem. In ons Vorst Nationaal! De uitstraling van de Brusselse concerttempel – denk Oostblok – kon die avond zelfs niet deren. Het beklijvende en mistroostige karakter van Berlin kreeg er zelfs extra cachet door. En enige kleine mankementen in de eerste helft niet te na gesproken werd het een hartverwarmend concert. Geen legendarisch maar wel zo eentje dat je maar moeilijk kan afschudden.

Omdat Berlin nu eenmaal een verdomd intense plaat is. Omdat “Caroline Says” prachtig klonk en afsluiter “Sad Song” al evenzeer. En alles er tussen in eigenlijk ook wel. Omdat je de – oké, hier en daar al wat rammelende – halfgod Lou Reed in levende lijve mocht aanschouwen en hij zich ook nog eens liet bijstaan door een dertigkoppige band, inclusief blazers, strijkers én een heus kinderkoor. Heel even lag Berlijn in Brussel.

Vorst viert zijn veertig jaar met een feestelijk concert “Vorst & Friends” op vrijdag 3 juni met onder andere The Bony King Of Nowhere, The Van Jets, Diablo BLVD, The Tellers en veel anderen.

(fl), (gp), (kt) en (mvs)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 20 =