James Blake :: 12 april 2011, Botanique

Is het een vliegtuig? Is het een vogel? Nee, dat is het niet! Het is James Blake die je aan de hemel ziet. De populariteit van de jonge Brit schoot de voorbije maanden immers als een komeet de lucht in. Het is niet Domino, maar de Brusselse Botanique die Blake wist te strikken voor een exclusief zaalconcert in ons land.

Iedereen heeft tegenwoordig een mening over James Blake; gaande van “de redder van de popmuziek” tot “meest over het paard getilde hype van dit millennium”, waarbij de waarheid zoals steeds ergens in het midden ligt. Wij zien ’s mans debuut nog steeds niet als een absolute klassieker, maar wel als een moedige plaat, één met branie waar het vakmanschap van afdruipt, die bovendien een breed publiek aanspreekt. Getuige hiervan de bomvolle Orangerie van de Botanique, die voor dit optreden al na luttele minuten uitverkocht was. Grappig genoeg blijven zulke optredens ook hipsters aantrekken voor wie erbij zijn volstaat. Zo antwoordt een kerel “De rechtse, denk ik, want die heeft een micro”, op de vraag van zijn vriend wie van de drie James Blake is.

Want op het podium wordt James Blake aangevuld met een drummer en een gitarist annex knoppendraaier, die vanavond hun toegevoegde waarde bewijzen. Al is het uiteraard Blake zelf die de hoofdrol opeist. Gedurende het openingskwartier komt de zanger nog wat schuchter over; het is een bedeesde jongen zonder kapsones die voorzichtig “Unluck” inzet. Ook tijdens “Give Me My Month”, dat Blake solo achter de piano brengt, zit er nog wat terughoudendheid in zijn stem. Dat blijkt nergens voor nodig, al zijn we benieuwd hoe de jonge knaap zal reageren op de tienduizenden joelende jongeren die hem op Rock Werchter zullen opwachten.

Na deze wat aarzelende start komt Blake al snel op kruissnelheid. De bas van “To Care (Like You)” klieft doorheen je middenrif en tijdens “I Never Learnt To Share” — met de bezwerende mantra “My brother and my sister don’t speak to me/ But I don’t blame them” — trekt het trio alle registers open. Het niemendalletje “Lindisfarne I” werkt hier wel als voorbode voor het prachtig openbloeiende “Lindisfarne II”, waardoor een subtiel gitaartje verweven wordt. Het publiek blijft muisstil tijdens de minutenlange break waarin enkel doffe, akoestische drum te horen is, waarna massaal de handen op elkaar gaan.

De fans van het eerste uur worden verwend met een uitstekende versie van “Tep & The Logic” en met het dansbare “Klavierwerke”, dat wordt opgedragen aan Renaat (Vandepapeliere, de labelbaas van R&S, het Gentse label dat Blake destijds lanceerde). Al zijn het de prijsbeesten “Limit To Your Love”, dat een straffe coda aangemeten krijgt waarin de drummer kille dubklanken integreert en “The Wilhelm Scream” — die funky gitaar erdoor is een goed idee! — die de show nog net dat extraatje meegeven. Als toemaatje schotelt Blake ons nog een nieuw nummer ( “Heartbreaks”?) voor waarna hij na amper een uurtje definitief achter de coulissen verdwijnt.

Volgens James Blake zijn we aan het einde van een cyclus, waarbij het steeds moeilijker wordt om het klassieke popformaat te blijven hanteren. De industrie heeft de popmuziek beroofd van zijn originaliteit en het publiek zit op iets nieuws te wachten. Al is beweren dat Blake zelf de Witte raaf is die alles gaat heroriënteren, nog veel te voorbarig. Wél is de jonge knaap op korte tijd uitgegroeid tot één van de interessantste figuren in de scène die erin slaagt zijn authenticiteit te behouden, en toch zegevierend nieuwe paden te bewandelen. Bovendien eet het publiek uit zijn hand, waardoor hij op termijn ook effectief iets zal kunnen betekenen.

James Blake is deze zomer te gast op Rock Werchter. Op donderdag 30 juni speelt hij in de Pyramid Marquee

.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =