Sharron Kraus :: The Woody Nightshade

Volume, laaggestemde gitaren en ziedende agressie zijn helemaal niet nodig om de luisteraar op te zadelen met het gevoel dat hij weerloos staat tegenover de muziek die hem/haar in de greep probeert te krijgen. Mooi voorbeeld daarvan is Sharron Kraus’ nieuwste plaat The Woody Nightshade, het soort werk waarvoor koptelefoons en knipperende 20W-lampjes uitgevonden werden.

Kraus staat, net als pakweg Alasdair Roberts, met anderhalf been in de traditionele Britse folk, maar weet er een draai aan te geven die haar duidelijk in het hier en nu zet. Of misschien zelfs in het tijdloze, want met die nadruk op universele thema’s en het gebruik van oerklassieke metaforen en instrumenten maakt ze muziek die net zo goed in de jaren vijftig of zestig ontstaan had kunnen zijn. Kraus lijkt soms z’n figuur die bij ons terechtkwam door een of andere teletijdmachine en deel uitmaakte van de progressive folk-scene die vier decennia geleden grote sier maakte.

Het ging daar niet enkel om traditie, maar om een manier om daar mee om te gaan. Een artieste als Shirley Collins makte in de jaren zestig al muziek die de dag van vandaag nog altijd eigenaardig en fris klinkt en het is dan ook niet verwonderlijk dat die platen herontdekt en omarmd worden door een nieuwe generatie door folk beïnvloede artiesten. David Tibet is zo’n fan van Collins en het zou ons niet verbazen als ook Kraus aan dat altaar staat met haar duistere folk, die op z’n best betoverend én sinister is. Dark folk for the new millennium, zoals dat heet op haar site.

En het is niet enkel die eigenaardige stem (denk aan Aimee Mann met een verstopte neus), maar net zo goed de invulling van de songs die het verschil maakt, met onheilspellende percussie, huilende feedback en sombere melodieën. Het geheel, in goede banen geleid door producer Christophe Albertijn (tevens bassist bij het Belgische Zita Swoon) zorgt voor een combinatie van oorstrelingen en onderhuids vergif, iets dat eigenlijk al aangekondigd werd door die titel. De ’woody nightshade’, of solanum dulcamara, bij ons bekend as bitterzoet, is immers al eeuwenlang een heksenkruid, een gevaarlijke plant met zowel een hallucinogene als medicinale werking.

Dat beeld van het giftige en helende slingert als een rode draad doorheen deze tien songs, die klassieke thema’s als liefde, verlies en eenzaamheid op een mooie manier opnieuw even inblazen. Nu en dan klinken de songs eerder modern, zoals in het onheilspellende "Nothing" ("He left me with nothing / but I can’t complain / for I had nothing / before he came"), dat door indringende drumslagen wordt vooruit geduwd en teert op meerlagige vocalen en drone-elementen. Op andere momenten lijkt het dan weer alsof Kraus zich werpt op de vaste waarden

Het is absoluut een compliment dat ze soms lijkt uit te pakken met tijdloze klassiekers. Mooi voorbeeld is "Two Brothers", dat volledig beantwoordt aan het beeld van de in mistige waas en traditionele klederdracht gehulde sirene. Het zijn het soort intense ballades waar speedmetalkids nog een puntje aan kunnen zuigen; songs vol verderf, verraad en voortdurende dreiging van de dood. Nog beter: "Evergreen Sisters", dat met z’n martelgangtempo en eigenaardige zanglijn iets van het legendarische Comus had kunnen zijn. Het is muziek met een onweerstaanbaar duister randje. Idem voor "Story", dat ook "Ghost Story" had mogen heten.

Met meerdere zangeressen en de toevoeging van traditionele elementen als bouzouki, dulcimer en autopharp wordt een sound op poten gezet die zorgt voor authenticiteit, maar Kraus’ eigenheid nergens in de weg staat. Of het nu gaat om het verraad van de titelsong of de multi-interpreteerbare afscheidssong "Traveller Between The Worlds", die de plaat afsluit: het blijft huiveren bij zo veel ongemak en bitterzoete verhalen. Door die aanpak is ze het soort artiest die zowel in de smaak kan vallen bij liefhebbers van traditionele folk (maar dan niet van de huppelende beentjessoort) als bij degenen die vooral op zoek zijn naar wat eigenaardige geluiden en een experimentele aanpak die nu eenmaal too much is voor een publiek dat het eerder heeft voor de luisterliedjes van de nieuwe generatie folkartiesten. Te ontdekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − negen =