Family Of The Year :: Our Songbook

Met Our Songbook doet Family Of The Year een poging om aansluiting te vinden bij de popbands die in de tweede helft van de sixties aan de Amerikaanse Westkust als paddenstoelen uit de grond schoten. Door handig gebruik te maken van moderne elektronica, krijgt de muziek van de Family een hedendaagse toets, al volstaat die niet om een meesterwerk af te leveren.

Volgens Steven Tyler klinkt Family Of The Year als The Mamas And The Papas op lsd, wat enigszins vreemd is, aangezien wij altijd in de veronderstelling verkeerden dat The Mamas And The Papas aan de lsd zaten. Wat Steven Tyler — voor de jongere lezers: dat is die Mick Jagger-achtige figuur van Aerosmith, u mist niks als u hem niet kent — vermoedelijk wou zeggen, is dat Family Of The Year de mosterd overduidelijk bij in harmonieën gedrenkte West-Coast popgezelschappen uit de sixties heeft gehaald.

Het probleem met in harmonieën gedrenkte West-Coast popgezelschappen uit de sixties, is dat ze niet zelden overroepen zijn. Ooit een hele plaat van The Mamas And The Papas uitgezeten zonder naar de skiptoets te grijpen of een zucht te slaken? En dan hebben we het nog niet over de minder grote namen. De bands in kwestie stonden garant voor singles die om het predicaat "geniaal" smeekten, maar voor elke geweldige knaller, bevat hun oeuvre meerdere vullers, materiaal waar buiten een enkele zestiger, gehuld in regenboogachtig T-shirt, niemand een boodschap aan heeft.

De wetmatigheid dat het origineel beter is dan de kopie zorgt er dan ook voor dat Our Songbook van Family Of The Year met een bang hart in de speler geschoven wordt. Zowel bandnaam als plaattitel doen immers vermoeden dat dit een zoveelste exponent is van een cultuur die Hunter S. Thompson begin jaren zeventig reeds failliet verklaarde.

Tenzij je voor een vitalisering van dergelijk muziek kan zorgen — zie bijvoorbeeld Fleet Foxes — is er niet echt een reden te verzinnen waarom je zou dwepen met het peace-sfeertje dat toch tot niet veel meer dan plaatsvervangende schaamte leidt.
Maar kijk, Family Of The Year blijkt zich nog redelijk staande te houden. Het ergste dat over Our Songbook gezegd kan worden, is dat de plaat met zijn veertien nummers veel te lang is. Schrap daar de helft van — de juiste, welteverstaan — en je zou zowaar een aangename albumette overhouden.

Een deel van de kracht van Family Of The Year schuilt ’m in het feit dat het viertal niet te beroerd is verrassend uit de hoek te komen, zoals in het van ronkende synthesizerklanken voorziene "Castoff", dat herinneringen oproept aan het schromelijk onderschatte Pilot Scott Tracy. Ook "Treehouse" koppelt de klassieke zonovergoten pop aan primitieve elektronische ritmes en werkt dat af met een kleine knipoog naar Dylan’s "I Shall Be Released".

De ware aard van Family Of The Year komt echter voornamelijk bovendrijven in (semi-)akoestische, half melancholische nummers als "Surprise" en "Summer Girl", waarin – jawel — over het vervliegen van de zomer en bijhorende liefdes verteld wordt. En dat is best leuk en mooi en allemaal ontzettend herkenbaar, maar ook allemaal al héél vaak elders en beter gedaan, zoals bijvoorbeeld recent door Avi Buffalo en MGMT, die het genre naar een heel nieuw niveau wisten te tillen.

Family Of The Year barst weliswaar hoorbaar van de goede bedoelingen, maar blijft in de uitvoering ervan hangen in de middenmoot. Als dan hetzelfde trucje op dezelfde plaat iets te vaak herhaald wordt, wordt het moeilijk de band enthousiast in de armen te sluiten. Hopelijk doet The Family live beter.

Family Of The Year speelt op 12 februari in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =