Tibaldus en andere hoeren :: Omtrent Othello

Tibaldus en andere hoeren hebben ballen en ze lopen er graag mee te koop. Niet alleen letterlijk, ook figuurlijk kletsen ze hun publiek er stevig mee rond de oren. Omtrent Othello is daarin niet hun meest verdienstelijke poging, maar het mag duidelijk zijn: een jonge, energieke groep is gretig om van zich te laten horen.

Sinds Sam Bogaerts vijf jaar geleden de theateropleiding aan het conservatorium van Gent duchtig hertekende, lijkt het talent er met bakken uit de lucht te vallen. Dat leidde tot een invasie van Gentse collectieven met onder meer Het Geit en Corpus Ca., waarbij een sterk fysieke insteek als gemeenschappelijke deler terugkeert. Ook de makers van Tibaldus en andere hoeren wisten nog voor ze hun diploma behaalden in het oog te springen met hun trilogie Paard: een musical, Paard: een solo en Paard: een opera, dat najaar 2011 zal worden hernomen. Met hun afstudeervoorstelling Omtrent Othello laten ze zien klaar te zijn om ook podia buiten de schoolmuren en ver buiten Gent te bespelen.

Op de affiche van Omtrent Othello prijken twee naakte vrouwen met elk een paardenmasker op het hoofd. Wie zich hierdoor naar de voorstelling laat lokken, komt echter bedrogen uit: op scène staan enkel mannen. Stevige mannen. Zij spelen Othello en zijn geliefde Desdemona. Die afspraak wordt meteen bij hun introductie gemaakt: Desdemona draagt een kleedje, Othello niets anders dan zwarte schmink. Hij is de donkere moor die Shakespeare beschrijft. Eenmaal dit beeld is gezet, wordt het afgebroken: de twee geliefden wassen elkaar, waarbij het kleedje uitgaat en de schmink wordt weggeveegd. Een ritueel dat niet voor het eerst bij Tibaldus voorkomt.

Net als in hun voorgaande stukken weten regisseurs Timeau De Keyser en Hans Mortelmans beeldend sterk uit de hoek te komen. Het decor helpt daar enorm bij: een monotoon witte kamer, waarvan de leegte enkel wordt onderbroken door een houten deur en een piano. De scenografie is zo strak dat het niet meer realistisch kan zijn, de toeschouwer is er zich voortdurend van bewust dat het hier om een opvoering gaat.

De leegte in het beeld wordt overgenomen in het spel. Tibaldus en andere hoeren zoeken naar de stilte, zodat van elke kleine beweging of elk kort geluid de betekenis ten volle tot ontplooiing kan komen. Dat is mooi om te zien en geeft aan de handelingen op scène een sterk ritueel karakter. De jonge makers strekken dit uit tot aan de limiet en houden zelfs daar niet op. Dat is positief, want als student moet je de kans aangrijpen om grenzen af te tasten en erover te struikelen zodat je tenminste weet waar ze liggen. Tibaldus en andere hoeren bevindt zich nu aan de overkant van die grens. De gehele voorstelling is zodanig beladen met ritueel dat ze haast een opera wordt vol uitvergroot fysiek spel. Een idee dat in de hand wordt gewerkt door de klassiek georiënteerde muziek en gezongen tekst.

De sfeer van het mysterieuze en daardoor voor de buitenstaander ontoegankelijke ritueel zorgt ervoor dat Omtrent Othello een fout elitair bijsmaakje krijgt. In een poging om elk detail alle belang te geven, wordt er zo omzichtig omgesprongen met de theaterelementen, dat het gaat lijken alsof echt alles wat de acteurs op scène doen even levensbelangrijk is. Er is echter te weinig onderliggende stof om het publiek anderhalf uur lang te overtuigen van dit belang. Een tekst van Shakespeare — die dan nog opgegeten wordt ook — volstaat niet om een publiek deelgenoot te maken van een ondoordringbaar ritueel.

Met Omtrent Othello bewijst Tibaldus en andere hoeren dat er talent in huis is. Hoe je het ook draait of keert, er zit potentieel in dit collectief. Liever zien we hen echter hun eigen materiaal uitspitten, dan een werk dat eerder ver van hen/ons afstaat naar hun hand zetten. Shakespeare levert geen toevoeging, wel integendeel. Laat Tibaldus zijn ding doen, we zullen nog van hem horen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + drie =