COLUMN :: Slijpschijf #43

Journalist DIRK STEENHAUT snijdt zich wekelijks aan de scherpste kantjes van de rockmuziek.

Onlangs lieten we ons in deze kolommen nog lovend uit over de nieuwe cd van Steve Wynn met zijn huidige band Miracle 3. Maar de groep waar het in de vroege jaren tachtig allemaal mee begon, was The Dream Syndicate, een van de pioniers van de postpunkbeweging in L.A. die destijds bekend stond als The Paisley Underground. Wynns kwartet, beïnvloed door The Velvets, Crazy Horse en Television, klonk hard en intens, wat voor een deel te wijten was aan de prikkeldraadgitaar van Karl Precoda, maar zeker ook aan de naar film noirscenario’s verwijzende teksten van de zanger. Later zou Steve Wynn zich als songwriter verder ontwikkelen als solo-artiest of als frontman van Gutterball, maar de vier langspelers die hij tussen 1982 en ‘88 opnam met The Dream Syndicate, blijven verplichte kost voor gitaarrockadepten van iedere leeftijd.

De enige plaat van het Californische viertal die tot op heden niet op cd verkrijgbaar was, is The Medicine Show uit ‘84. Wynn beschikte, tot zijn groot sjagrijn, niet zelf over de rechten en bij A&M hadden ze er blijkbaar geen benul van dat hun catalogus een vergeten cultklassieker bevatte. Maar zie: na 26 jaar is de tweede lp van The Dream Syndicate weer verkrijgbaar en kan hij eindelijk door nieuwe generaties worden ontdekt. Bassiste Kendra Smith, die ten tijde van debuut The Days of Wine and Roses nog deel uitmaakte van de line-up, had intussen andere horizonten opgezocht en ook Precoda zou binnen afzienbare tijd de groep verlaten, maar op The Medicine Show , voor velen het artistieke hoogtepunt van de band, viel hij nog één keer in al zijn primitieve glorie te beluisteren.

Die tweede plaat verschilde in heel wat opzichten van de eerste. Ze werd opgenomen voor een major met de hulp van sterproducer Sandy Pearlman, die eerder naam had gemaakt met zijn werk voor The Blue Öyster Cult. The Dream Syndicate had intussen uitgebreid door de VS getoerd en die omzwervingen hadden Steve Wynns zienswijze ingrijpend beïnvloed, net als zijn lectuur van schrijvers als William Faulkner, John Steinbeck en Flannery O’Connor. Dat leidde tot een desolate vorm van Americana die, zoals blijkt uit “Armed With an Empty Gun” en Precoda’s schroeiende “Bullet WithMy Name On It”, doordrongen was van de outlawcultuur. Ook in het brandstichtersepos “Burn” en het incest suggererende “Daddy’s Girl” wierp Wynn zich op als een begeesterende verhalenverteller, die de woede en verwarring van zijn personages op een franjeloze maar literaire manier wist te verwoorden. Kant 1 bestond nog uit vrij compacte popsongs, maar kant 2 liet een band horen die zich helemaal overgaf aan de vrije vorm. In de uitgesponnen jam “John Coltrane Stereo Blues” gooide The Dream Syndicate alle remmen los, terwijl in de titelttrack en het hypnotische “Merittville” spanning werd opgeroepen door bepaalde delen van het verhaal onuitgesproken te laten.

The Days of Wine and Roses werd in drie dagen ingeblikt, terwijl de groep, daartoe gedwongen door Pearlman, voor The Medicine Show vijf volle maanden in de studio kampeerde. Daardoor klonk haar muziek wat panoramischer, terwijl het veelvuldige gebruik van een piano voor extra swing zorgde. The Medicine Show miste weliswaar de scherpte van zijn voorganger, maar heeft, zo blijkt nu, de tand des prima doorstaan. De meeste van de acht songs staan ook vandaag nog op Steve Wynns concertrepertoire. Op de cd-versie staat bovendien de al lang niet meer te krijgen ep This Is Not The New Dream Syndicate Album… Live!, zodat we geen enkel excuus kunnen bedenken om deze voortreffelijke re-release aan u voorbij te laten gaan.

De Duitse schrootrockband Einstürzende Neubauten vierde onlangs zijn dertigste verjaardag. Maar liever dan op hun lauweren te rusten, blijven de leden nieuwe uitdagingen opzoeken. Zo besloot voorman Blixa Bargeld enkele jaren geleden een alliantie aan te gaan met zijn landgenoot Carsten Nicolai, alias Alva Noto, bekend als avantgarde-technopropducer en mede-oprichter van het toonaangevende Raster Noton-label. Beide heren waren al lang bewonderaars van elkaars werk en enkele maanden na hun gezamenlijke debuut-ep onder het pseudoniem ANBB, komen ze nu op de proppen met een volwaardige langspeler. De titel Mimikry verwijst naar de eigenschap van dieren om zich uiterlijk aan hun omgeving aan te passen en zich zo te beschermen tegen aanvallen van hun natuurlijke vijanden.

Bargelds hypnotiserende voordracht, afwisselend in het Engels en het Duits, is meteen herkenbaar en laat zich op een haast vanzelfsprekende manier combineren met de kale beats en minimalistische elektronische soundscapes van Alva Noto. Het resultaat klinkt even gevarieerd als prikkelend: de tien tracks, waarin abstractie wordt gekoppeld aan toegankelijkheid, dienen zich aan als theatrale hoorspelen, waarin diverse vocale en instrumentale lagen subtiel op elkaar worden gestapeld. Het lange openingsnummer “Fall” begint met het voor Bargeld zo typische dierlijke gekrijs dat geleidelijk overgaat in glitchy geluiden om uiteindelijk bij een mijmerende piano uit te komen.

Sommige nummers, zoals “Once Again” en “Ret Marut Handschake”, laten zich haast perfect inpassen in het Neubautenrepertoire, ook al bedient het duo zich hier van louter synthetische hulpmiddelen. “Wust” en het bijna symfonisch aandoende “Bersteinzimmer” herinneren zelfs aan de Tabula Rasa-periode van het Berlijnse plaatslagerscollectief. Op Mimikry putten Bargeld en Noto echter ook uit andere tradities, doorgaans met verrassende resultaten. Het van Harry Nilsson geleende “One” neigt bijvoorbeeld naar conventionele popmuziek en met “I Wish I Was a Mole in the Ground” tacklen beide Duitsers zelfs een traditional uit Harry Smiths Anthology of American Folk Music die we ook kennen in de versie van Bob Dylan.
In “Katze” is een gastrolletje weggelegd voor Veruschka, in de jaren zestig de fetisjactrice van de Italiaanse filmregisseur Michelangelo Antonioni. Op de zwart-withoes van Mimikry wordt ze overigens geportretteerd als het sluipende insect dat in het titelnummer van de plaat een centrale rol speelt. ANBB is een intrigerende aanvulling bij het werk van beide betrokken artiesten. Warm aanbevolen voor fans van Einstürzende Neubauten en andere muzikale avonturiers.

Liedjesschrijfster en multi-instrumentaliste Silje Nes groeide op in het stadje Leikanger, gelegen op de langste fjord van Noorwegen, maar opereert dezer dagen vanuit Berlijn. Ze is verbonden aan het Britse Fat Cat-label, dat ook Sigur Rós en múm in onze streken introduceerde, en het is daar dat onlangs haar tweede cd Opticks verscheen. Net als Ames Room uit 2008 baadt die plaat in een intimistische slaapkamersfeer, maar de nieuwe songs klinken iets melodieuzer en toegankelijker. Silje Nes, een geestesgenote van Hanne Hukkelberg en -voor wie zich haar nog herinnert- Virginia Astley, maakte broze folk met invloeden van postrock, indiepop en elektronica. Haar simpele liedjes zijn doorgaans rijk gearrangeerd: Nes speelt op haar plaat zowat alles zelf en weet zich uit de slag te trekken op een imposant aantal instrumenten, van gitaar, bas, drums en toetsen tot xylofoon, fluit, concertina, viool, trompet, clarinet en melodica. Alleen voor enkele altvioolpartijen, drumsamples en de mix liet ze zich assisteren, onder meer door Ronald Lippok en Bernd Jestram van Tarwater.

Silje Nes zingt met een warme fluisterstem en stopt haar songs vol boeiende auditieve details, al klinkt haar muziek zo beheerst en ingehouden dat je soms hevig naar een noiseuitbarsting begint te verlangen. Zoals onlangs bleek in de AB tijdens Norway Now, vind je die rauwe kantjes wél in haar optredens terug, maar in de studio zweert de artieste consequent bij ijl, verstild en ingetogen. Daardoor lijkt het alsof de muziek achter een nevelgordijn verborgen zit en dreigt je aandacht al eens af te dwalen. Nes zit gevangen in haar eigen luchtbel. Wie haar wil volgen, hoort fraaie miniatuurtjes zoals “The Grass Harp”, “The Card House”, “Crystals” en “Ruby Red”. Toch is het tekenend dat het sterkste nummer uit de naar een wetenschappelijk van Isaac Newton uit 1704 genoemde cd een cover is van Thurston Moore. “Silver > Blue”, oorspronkelijk uit diens soloplaat Trees Outside the Academy, lijkt Silje Nes op het lijf geschreven. In ieder geval zet ze de song moeiteloos naar haar hand. Opticksis een dromerige plaat die uitstekend past bij de tijd van het jaar, al zult u verscheidene draaibeurten nodig hebben om er alle verborgen charmes van te ontdekken.

  • The Dream Syndicate:: The Medicine Show, Water. www.myspace.com/thedreamsyndicatefans
  • ANBB (Alva Noto & Blixa Bargeld):: Mimikry, Raster Noton. www.myspace.com/alvanotoblixabargeld
  • Silje Nes:: Opticks, Fat Cat Records. www.myspace.com/siljenes

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − drie =