Stephen Haynes :: Parrhesia

Op 16 juni van dit jaar overleed de Amerikaanse trompettist, schilder, docent en nog-zo-veel-meer Bill Dixon (1925-2010), een gerespecteerd cultfiguur wiens muziek niet zozeer het ritmische en strikt melodische verkende, maar de puurste bouwstenen: het spelen met klanken, timbres, spontane interactie en niet door conventies gehinderde compositie. Dat ’s mans nalatenschap niet met hem het graf in verdween, bewijst Stephen Haynes met Parrhesia.

Die Haynes, zelf ook een trompettist, docent en organisator, was een leerling en goede vriend van Bill Dixon, met wie hij de voorbije decennia vaak samenwerkte. Zo was hij o.m. ook van de partij op Dixons bejubelde werken 17 Musicians In Search Of A Sound (2008) en Tapestries For Small Orchestra (2009), releases die lieten horen dat de leraar onverminderd creatief in de weer was. Dixons wereld is duidelijk ook binnengeslopen in die van Haynes, want deze brok improvisatie klinkt erg abstract en ‘open’, als het muzikaal equivalent van een canvas vol klieders. Dat laatste betekent niet dat er een ‘alles kan, alles mag’-filosofie wordt gehanteerd die vooral leidt tot muzikale anarchie of lelijkheid, integendeel. Wat je te horen krijgt zijn drie muzikanten die elkaar ruimte en vertrouwen geven en de jazz- en improvisatieconventies laten voor wat ze zijn.

Haynes speelt trompet, kornet én bugel en heeft daardoor al een heel arsenaal aan mogelijkheden ter beschikking. Hij laat zich in deze zeven stukken dan ook gaan, met gereutel en gepruttel, aanzwellende misthoornklanken, breed uitgesmeerde uithalen en nu en dan schel geschetter. Je zou het kunnen vergelijken met de capriolen van Peter Evans, nog zo’n muzikant die soms een imponerend staaltje vakmanschap kan laten horen, waarbij het zoeken is naar vertrouwde elementen. Het is ook een aanpak die veel te hoog gegrepen is voor charlatans die willekeur aanwenden om gebrek aan bagage te maskeren. Dat Haynes wel degelijk kan spelen — zowel binnen als buiten de lijntjes — bewees hij trouwens met verve toen hij onlangs aantrad op het Follow The Sound-festival, met een project ter nagedachtenis van Dixon.

Dat hij op Parrhesia (een term uit de retoriek die o.m. verwijst naar de verplichting om de waarheid te spreken in het algemeen belang), zijn debuut als leider, omringd wordt door een stel kerels met een indrukwekkende staat van dienst, maakt zijn ambities alvast makkelijker uit te voeren. Zowel drummer Warren Smith (onlangs nog te horen op David S. Ware’s Onecept en een veteraan van het Engine Records-label) als gitarist Joe Morris zijn markante figuren die een jarenlange staat van dienst hebben en bekend staan om hun eigenzinnige speelstijl. Bij Smith blijkt dat o.m. door het gebruik van een breed gamma aan percussieve elementen en marimba, terwijl Morris een van de weinige gitaristen uit de scene is die niet zweert bij effecten en allerhande spielereien.

Het samenspel is ingetogen en intimistisch, nu eens een klankenspel waarin je als luisteraar de rode draad verliest (“Invocation”), en dan weer iets geruststellender, maar niet minder raadselachtig en meditatief (“Quietude”). Ruimte is bepalend en dwingt de opperste concentratie af bij zowel muzikant als luisteraar. Geen enkele nuance mag verloren gaan en de stilte dient om de geladenheid van de muziek te onderstrepen. Bij een eerste beluistering klinkt dat allemaal erg cerebraal en academisch, maar toch creëren de drie een hypnotiserend effect dat enkel onderbroken wordt als Smith zich tijdens “Yet And Still” aan poëzie waagt en de sfeer verbreekt. Gelukkig volgt dan nog “Unfolding”, de meest ‘klassieke’ improvisatie in deze reeks.

Met jazz heeft dit weinig te maken. Met in gedachten verzonken communicatie des te meer. Heeft het nu en dan iets van drie oudjes die onverstaanbaar murmelen en toch dezelfde taal lijken te spreken, dan heeft het op andere momenten ook iets van een wedstrijdje schaduwboksen, waarbij de participanten een gracieuze dans uitvoeren die vrij is van patronen, vaste passen en berekende verplaatsingen. Parrhesia is niet extreem, maar wel bijzonder moeilijk te vatten en daardoor vooral een aanrader voor muzikale avonturiers die achteloos en zonder beveiliging het diepe in willen duiken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − twaalf =