The National + Phosphorescent




Na twee alom bejubelde albums en enkele fel
gesmaakte concerten ter promotie ervan, was The National in 2010
eindelijk klaar om naast liefhebbers van het meer alternatieve werk
ook een ruimer publiek aan te spreken. ‘High Violet’ werd zo niet
alleen een voltreffer bij onze verzamelde landelijke pers, maar
stal ook de harten van radioluisterend België. En ook hun halte op
Pukkelpop dit jaar ging rechtstreeks de festivalgeschiedenis in als
onvergetelijk. Er was dus hoegenaamd geen enkele reden waarom zij
een uitverkochte Ancienne Belgique niet zouden kunnen
inpakken.

Om, vooraleer verder uit te wijden, toch even te biecht te gaan:
hun vorige passage
in Brussel kon mij maar matig bekoren. Was het dan een slecht
optreden? Maar nee, bijlange niet. Was het braaf, degelijk en een
tikje onwennig? Dat wel, al zal de toen aanwezige enola-correspondent
me daarin mogelijk tegenspreken. Benieuwd naar hoe de band het er
ditmaal van zou afbrengen bestelde ook ik – gelukkig nog net op
tijd – mijn ticketjes en ging kijken naar wat op voorhand al
fluisterend het concert van het jaar werd genoemd.

Eerst was er Phosphorescent, nog zo’n artiest die mij een vorige
maal niet echt wist te overtuigen. Voorlopig blijft de balans wat
ie was, want veel beter deed Matthew Houck het deze keer niet. Zijn
band klonk plat en steriel, en deed eerder denken aan de country
van acteur Kevin Costner dan aan de ingetogen rammelende americana
van Houcks platen. Daarenboven sloeg zijn stem zo vaak op
rotirritante wijze over dat het contrast tussen vocalen en muziek
haast belachelijk werd. Dieptepunt in de set was het ooit zo
prachtige ‘Wolves’, dat deze avond afgehaspeld werd alsof de man
plots dringend naar het toilet moest.

In het halfuurtje na de openingsact sloeg de twijfel plots keihard
toe. Was het dan toch een vergissing om vanavond te komen kijken
naar een groep wiens cd’s me steevast meevoerden naar mooiere
oorden, maar die me bij een eerdere live-ervaring Siberisch liet?
Lang duurden mijn zorgen niet, want van bij de eerste tonen van
‘Runaway’ was duidelijk dat The National volwassen was geworden.
Geruggensteund door fijne visuals werkte de groep zich uit de naad
om een setlist vol kleppers tot een goed einde te brengen. Vooral
songs van hun laatste album stonden daarbij in de kijker, met
uiteraard ‘Bloodbuzz Ohio’ als publiekslieveling. Maar ook heel wat
nummers van het geniale ‘Boxer’ passeerden de revue, met als
uitschieters ‘Fake Empire’, ‘Mistaken For Strangers’ en ‘Squalor
Victoria’. Bij de paar oudere, tenslotte, viel mij vooral de
energie van eerste bisnummer ‘Mr. November’ goed mee.

En zo slaagde The National er wel in om mijn vooroordelen kaduuk te
meppen. Zanger Matt Berninger ontpopte zich eindelijk tot een
waardig frontman en zanger – inclusief behoorlijk geestige
conversaties met het publiek. Het geluid was deze keer even perfect
afgeregeld als drie jaar geleden, maar was tegelijkertijd een stuk
rauwer, wat de kracht van de meeste nummers alleen maar ten goede
kwam. Als muziekliefhebber kan je het – weliswaar stiekem – al
eens jammer vinden dat één van die minder bekende
poulains, die je al zo lang volgt, zich ontwikkelt tot een
topact. Transformaties als deze kan ik echter enkel aanmoedigen:
The National is zowat de beste band die het momenteel kan
zijn.

‘High Violet’ is verkrijgbaar bij 4ad

Meer afbeeldingen
The National

Meer afbeeldingen
Phosphorescent

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × drie =