Stornoway + Beirut :: 11 augustus 2010, Rivierenhof

Zelden wordt een concertlocatie lyrischer bezongen dan het Antwerpse Rivierenhof. Geen betere plek om de meeslepende Balkanpop van Beirut te gaan bekijken, dachten wij dan ook. Verkeerd gedacht, zo bleek enkele uren later.

Eerder op de avond mocht ook Stornoway al bewijzen dat zélfs goddeau zich wel eens kan vergissen: op basis van een handjevol veelbelovende Myspace-songs haalden we de heren binnen als tip voor 2010, maar het lichtjes tegenvallende Beachcomber’s Windowsill slaagde er niet in hetzelfde enthousiasme uit te lokken of de Fleet Foxes-referenties te rechtvaardigen; te braafjes, te eentonig ook, met zo weinig uitschieters dat een EP misschien een beter idee was geweest.

De passage van vanavond kon daar weinig aan veranderen: het uiterst bedeesde vijftal — bewegen op het podium leek haast verboden — wist nauwelijks los te komen van het koorknaapjesgeluid (die onschuldige jongenssamenzang in "The End Of The Movie"!) dat op zijn debuutplaat tentoongespreid wordt. Ondanks enkele voorzichtige toenaderingspogingen (het nog altijd meeslepende "Zorbing", de roffelende drums en zwierige viool in "Watching Birds"), was het publiek duidelijk ook meer geïnteresseerd in wat zijn buurman of -vrouw te vertellen had, dan in de terughoudende folkpop van Stornoway.

Dat het daarentegen wél massaal voor Beirut gekomen waren, is enigszins verbazingwekkend: de band rond Zach Condon heeft sinds 2007 geen volwaardig album meer gereleased (het dubbel tussendoortje March Of The Zapotec/Holland is wat ons betreft het meetellen niet waard), en na drie jaar is hitje "Nantes" al lang uit de heavy rotation verdwenen. En toch knetterde het Rivierenhof van de anticipatie wanneer Condon en band het podium opwandelden en Holland-track "The Concubine" inzetten, om vervolgens "Nantes" meteen de set in te gooien.

Een vreemde keuze? Misschien wel, en het zorgde er bovendien voor dat veel mensen gehoord hadden wat ze wilden horen, en de rest van het optreden maar een half oor meer schonken, als waren ze op een tuinfeest waar toevallig ook een bandje stond te spelen. Hoe gezellig dit park ook mag zijn, het zorgde vanavond allesbehalve voor extra sfeer, en daar leed ook het optreden onder. De magie was ver te zoeken, hoe melancholisch mooi de blazers in "The Shrew" ook klonken en hoe hartverscheurend "Elephant Gun" telkens toch weer is. Dat soort momenten was echter veel te zeldzaam: Beirut k´n ontroerend en meeslepend zijn, maar was het vanavond niet.

Niet dat er ook maar één nummer slecht klonk, en met persoonlijke favoriet "Forks And Knives" en het door piano voortgedreven "East Harlem" werden sterke songs bovengehaald die het niet per se van het onvermijdelijke Balkangevoel moesten hebben. Toch was het wachten op de bisnummers, waarbij de hekken van de frontstage wagenwijd opengezet werden om alsnog voor een band tussen de groep en het publiek te zorgen, om Beirut met overtuiging te horen spelen. Een gloedvol "Mount Wroclai" en vooral de indrukwekkende instrumental "Gulag Orkestar" zorgden voor een onverwacht hoogtepunt. Jammer dat we daar een heel concert op moesten wachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − vijftien =