Cactusfestival 2010 dag 2


Zo’n cactusfestival is altijd een moment van gratie. Onder een
stralend gesternte want een Uruguayblauwe lucht – sinds het WK kan
dat – trapte de tweede festivaldag zich op gang, met
Balthazar dat als eerste band een gooi deed naar
uw en onze gunst. Als een van de vele Vlaamse groepen die recht uit
Humo’s Rock Rally tot in de hoogste regionen van de landelijke
popmuziek zijn doorgeschoten, toonde de band uit Kortrijk zich een
terechte claimer van het openingsconcert die zaterdag. Vaak hebben
we bij Vlaamse rockrallybands een gevoel van uniforme eenheidsworst
die dan wel een zeker niveau haalt maar nooit aan de Vlaamse klei
onttrokken zou raken; bij Balthazar hadden we dat die zaterdag even
niet. De band speelde 40 minuten lang net als een week eerder op
Werchter erg strak, met een geluid dat die bluesy sound die de
laatste tijd de trend lijkt te zetten aardig volgt. Wij hebben van
Balthazar een erg authentiek concert gekregen, zij van het publiek
het meeste succes tot een stuk in de vooravond.

Het is voor een band als Little Dragon dan ook een
pak moeilijker om naar de gunst van zo’n publiek te dingen. De
Zweden moesten het ondertussen puffende publiek onderhouden met
onderkoelde klanken… dachten we, maar dat was buiten de waard
gerekend. Little Dragon bewoog in 50 minuten meer dan onze heupen
de afgelopen 23 jaar samen, deed ons meer aan Copacabana dan aan de
Zweedse meren denken, maar kreeg ons toch niet écht opgewarmd. Het
zal onze conservatieve inslag zijn, want wat de olijke bende rond
zangeres Yukimi Nagano – voor de gelegenheid in een traditioneel
Japans gewaad gedrapeerd, en we waren nog niet over de
vestimentaire keuzes van Vampire Weekend een week eerder heen –
bracht was erg zuiver en hapklaar voedsel voor ziel en onderbuik.
Helaas hebben wij het daar meer voor rauwe biefstuk dan voor
fladderende vlinders.

Rauw was de biefstuk die Black Mountain opdiende
bijwijlen zeker. De band schudde ergens tussen Black Keys en Queens
of the Stone Age (we dachten zelfs een flard God is on the Radio
herkend te hebben) enerzijds, de vroege Pink Floyd – die met Syd
Barrett – anderzijds melodieën uit hun stonerrepertoire die ons
weer deden beseffen dat blues nog best ijskoud en godverdomme
eenzaam is. Black Mountain verzorgde ons inziens het concert van de
dag, met een al even chaotisch opgebouwde set als rockstijl. Als ze
twee uur hadden gespeeld, we hadden twee uur genoten. Onze kop eraf
als ze met het te verschijnen ‘Wilderness Heart’ geen stap vooruit
zetten.

Het is een enigszins gedurfde keuze, een jong en revelerend talent
als José James op Cactusfestival te programmeren.
Het Brugse Minnewaterpark lokt in grote mate gezinnen en jongeren
die weinig van jazz kaas gegeten hebben. Gelukkig is James een
muzikale kameleon en slaagt hij er wonderwel in om tijdens de
uitzonderlijke weeromstandigheden het publiek tot bewegen aan te
zetten.

Zijn laatste album ‘Blackmagic’ mag dan wel niet over de volledige
lijn even overtuigend zijn, het bevat genoeg soulpower om
een uur te vullen met meerdere hoogtepunten. Opener ‘Code’ zette
direct de bakens uit voor het volledige concert: een zwoel en
ritmisch nummer met de karakteristieke stem van José James daarop
aan het vocal rappen. Het aanstekelijke charisma sloeg aan
bij de massa en James dreef het tempo en moeilijkheidsgraad de
hoogte in.

Hoewel James en de zijnen slechts een zestal nummers speelden (elk
met een gemiddelde duur van zo’n tien minuten!), verveelden de vele
momenten van improvisatie het allerminst. Het warmhartige ‘Save
Your Love For Me’ was een mooie ode aan het afrodisiacum van de
liefde, terwijl ‘Blackmagic’ een fantastisch pamflet voor black
soulpower
bleek. Jordana de Loveley vervolledige nog even de
groep voor een intiem samenspel (‘Love Conversation’), maar het
echte hoogtepunt vormde Benga’s dubstepnummer ‘Warrior’ en de
bloedgeile afsluiter ‘Made For Love’. José James bevestigde zijn
hoogstaande live-reputatie met een technisch verfijnd en
avontuurlijk concert in het Minnewaterpark.

Balkan Beat Box is niet meteen onze meug, maar
daar besliste u duidelijk anders over. Rijen ver als was het Prince
zelf die acte de présence kwam geven, stond het volk in een
ondertussen onder dreigende onweerswolken badend Minnewaterpark
recht om van harte mee te doen met de chaos die de Oost-Europeanen
die helemaal niet uit Oost-Europa afkomstig zijn produceerden.
Dubstep is cool en hiphop infantiel, maar als deze jongens de
ongenuanceerde vooroordelen die ik ter vermaak even spui mengen,
krijgen we een feestje zoals het doodse Brugge het maar zelden
beleeft. Feestje is eveneens een erg infantiel woord, dat volledig
terzijde.

In een trip down memory lane keren we terug naar
die ene Beach Rock op het strand van Zeebrugge met The Cure als
headliner. K’s Choice speelde die middag ook, en
als uk van een jaar of 8 vonden we het best aardig. We zijn
gegroeid en ook K’s Choice (coole bandnaam, dat geef ik ze) is over
berg en door dal getrokken, maar de loutering die enkele uren later
door ons lijf zou sobben, hebben we op het podium tijdens de 80
minuten Bettens niet gevoeld. ‘Cocoon Crash’ en ‘Not An Addict’
konden op de hele wei op herkenningsapplaus rekenen en de band rond
Sarah Bettens werd doorheen het hele optreden door een uitgebreide
schare fans geruggensteund, maar het kon niet verhelpen dat we
zelden een festivalgevoel hadden tijdens K’s Choice.

Onze reden om Cactus boven Werchter Boutique te verkiezen heette
evenwel Declan Patrick MacManus ofte Elvis
Costello
. ‘Secret, Profane and Sugarcane’ mag dan al het
niveau van pakweg ‘The Delivery Man’, het magnum opus uit zijn
nacarrière, niet halen, het is een aardige cd en Costello bracht
met zijn akoestische begeleidingsband The Sugarcanes alleszins iets
waar het gretig naar anticiperen was. Tussen nummers uit zijn meest
en minst recente album (‘My Aim Is True’ was opvallend goed
vertegenwoordigd) bracht Costello enkele rillingen om in te
kaderen. De combo ‘New Amsterdam’ – ‘You’ve Got To Hide Your Love
Away’ was fantastisch, ‘The Delivery Man’ subliem, en ook ‘Down
Among The Wines and Spirits’ en ‘Red Shoes’ bleven akoestisch
zonder moeite overeind. Helaas kwam de lakmoesproef in de vorm van
een zelden geziene regenval er even later, en kon een akoestische
Costello de vlucht uit Egypte nooit beteugelen, enkele flauwe
regenmopjes en een mak ‘I Want You’ ten spijt. ‘Grateful Deadcover
Friend of the Devil’ was een laatste hoogtepunt, daarna leek
Costello er Lance Armstrong-gewijs zelf niet echt meer in te
geloven.

Als God zijn duivels sommeert moet zelfs een recensent
ootmoedig buigen, en bijgevolg bleef Jamie Liddell
ongezien. 2010 was niet de meest briljante of muzikaal meest
geslaagde editie van het festival daar aan het pittoreske
Minnewaterpark, maar met Black Mountain, José James en Balkan Beat
Box hebben wij er drie bij om in het oog te houden. Wat u?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + twee =