Wintermetal hagelstorm!




De herfst is al even voorbij, de koude bijt, de duisternis is
hardnekkig en de mistige ochtenden zijn telkens een nieuwe aanslag
op je humeur en je geestdrift. Winter heet het, het seizoen bij
uitstek voor de zwartjassen en nihilisten onder ons. Kerstmis is
het feest van het licht, maar ook van het vuur en van de
oerkrachten die je het leven gunnen of net niet. Tijd dus om een
menuutje te presenteren, gevuld met wat obscure metalreleases die
passen bij deze tijd van het jaar als peertjes en bessensaus bij
hertenrug.

En omdat het feest is en enola niet voor ramptoeristen gaat – ons
obscurantisme gaat niet zo ver dat we hier bagger voorschotelen –
maken enkel stijlrijke en degelijke schijven deel uit van deze
nieuwitem. Wie eens goed wil lachen met de nieuwste
slaapkamerprojecten heeft tijdens de vakantie tijd genoeg om het
interweb af te speuren.

Warme vluchtoorden

The Chasm: Farseeing the Paranormal Abysm * *
* * ½

Ze maken het ons wel niet gemakkelijk, de Mexicanen van The Chasm.
Op hun site staat te lezen dat de eerste en de tweede persing van
hun album zijn uitverkocht, maar dat er misschien nog een
elpeeversie komt en dat is het dan. Dan voel ik geen schroom om er
illegaal aan te geraken, alsof het Daniel Corchado en zijn makkers
iets zou kunnen schelen. Al vijftien jaar spelen ze hun heavy metal
of death zonder dat er al iets van materiële winsten tegenover
stonden.

Spirituele bevrijding komt met ieder album echter iets dichter.
Deze cd heeft net als de vorige dan ook maar één doel, de
luisteraar op het duistere pad brengen naar ultieme zelfontplooiing
door erkenning van zijn negatieve kant. Yin en Yang, maar dan
gefilterd door de Mexicaanse pre-Columbiaanse culturen en bijna
veertig jaar heavy metal.

Het album staat vol met galopperende riffs en flitsende solo’s. We
denken aan Iron Maiden, maar dan wel met een duister kantje: de
drums zijn scherp en perfect getimed en door de analoge opname
voorzien van een korrelig maar levend geluid. Het hele album is
gedompeld in een bijtende duisternis. De drie bandleden zijn door
de jaren heen zo op elkaar ingespeeld dat ze losjes uit de pols en
met veel gevoel erg complexe riffs kunnen spelen en toch het tempo
strak houden.

De doemrasp van offermeester Daniel Corchado is gedrenkt in een
helse echo – àls er al gezongen wordt, want grote stukken van de
plaat zijn instrumentaal. Niet dat het stoort, want de gelaagdheid
van de muziek en haar sinistere sfeer houden je bij de les. Het
snelle en complexe ‘Callous Spectre – Vehement Opposition’ is
volledig instrumentaal, net als de meer doomy nummers ‘Vault to
Voyage’ en ‘Structure of the Seance’. Het meanderende gitaarwerk en
de soms onvoorspelbare hooks geven de nummers een erg episch en
progressief voorkomen. Niet dat de brutaliteit volledig wordt
vergeten, ‘The Promised Ravage’ bijvoorbeeld is exact dat. Een
stampede van razende drums en vurig maar uniek gitaarspel.

In slotnummer ‘The Mission – Arrival to Hopeless Shores (Calling
tha Paranormal Abysm)’ krijgt de trage en melancholische kant van
de band alle ruimte. Het is een langgerekte, klaaglijke trip met
melodieus gitaarspel, contrasterend met pijnlijke schreeuwen en
verzuchtingen.
The Chasm maakt na een paar jaar afwezigheid weer een gitzwarte,
progressieve en tegelijkertijd erg herkenbare (death) metalcd. Durf
je het aan om volledig geabsorbeerd te worden in de duisternis van
de Mayahel? Kauw dan na de kerstkalkoen op je peyote, zet de
hoofdtelefoon op en laat je (mee)voeren op de tonen van ‘Farseeing
the Paranormal Abysm’.

Infinitum Obscure: Sub Atris Caelis * * * ½

Infinitum Obscure zijn landgenoten van The Chasm, en hebben
duidelijk goed geluisterd naar hun platen vooraleer er zelf eentje
op te nemen. ‘Sub Atris Caelis’ is pas het debuut, want blijkbaar
bestaat de band al sinds de jaren negentig. Net als hun bekendere
landgenoten spelen ze ancient death metal, een term die gebruikt
wordt voor een soort van duistere death metal die houdt van analoge
opnametechnieken, ouderwetse Saxon- en Metallica-riffs (aan een
ietwat verhoogd tempo misschien), maar enkel bestaat bij de gratie
van occulte genootschappen en magische krachten.

Alles op dit album wijst in de juiste richting: ofwel naar de
verzengende zon, ofwel naar het gesmolten centrum van de aarde. Na
de rustige instrumentale opener ‘Serenade for Destruction’ schiet
het virulente ‘Seeding Darkness’ ons naar de keel. Dadelijk valt op
dat ze in vergelijking met The Chasm wel houden van eenduidige
songstructuren. Gedreven door een strakke dubbele-basdrummer worden
melodieuzere riffs afgewisseld met hakkende en zagende. ‘Towards
the Eternal Dark’ houdt een wat gematigder tempo aan en probeert
door steeds complexer wordende gitaarlijnen ons hoofd op hol te
brengen.

Middenin het album neemt men de vrijheid om ons te trakteren op een
stukje piano: ‘ Adventus Mortis’ is echter even sfeervol als
overbodig, al kan de getormenteerde luisteraar het rustpuntje wel
gebruiken. De nummers die volgen zijn weer immens furieus. In
‘Scepter of Malevolence’ wordt de aanbidding van The Chasm wel heel
erg openlijk, want dat nummer had zo op het vorige album van die
band gekund. Dat is tegelijkertijd kritiek en een compliment
natuurlijk.

Toch goed dat – zoals je hierboven kon lezen – zij hun horizon wel
nog verder verruimd hebben, zodat deze twee albums mooi naast
elkaar kunnen bestaan. Stiekem weten we natuurlijk wel wie de échte
heerschers zijn van deze stijl. Het album sluit af met een
genietbaar stukje akoestische gitaar, maar daarvoor krijgen we nog
het erg felle en strakke ‘Collustratus a Tenebris’. Een nummer dat
lekker denderende thrashriffs afwisselt met ijzige
blackmetalpassages, met gebruik van tegendraadse melodietjes.

Al bij al is dit een sterk album, goed gespeeld, goed geproduceerd
en spannend genoeg om gedurende de volledige lengte te blijven
boeien. Het is wel jammer natuurlijk dat ze er zo duidelijk voor
kiezen om de stijl van hun landgenoten te kopiëren. Nu ja, met het
slome tempo waaraan The Chasm albums uitbrengt kunnen we wel een
doublure gebruiken.

www.infinitumobscure.com

Winterspelen

Leper: End Progress * * * ½

Leper komt uit het Canadese Vancouver, waar na nieuwjaar de
winterspelen worden georganiseerd. Deze band is daar echter niet zo
gelukkig mee, met niets eigenlijk. Het zijn die hard anarchisten
die de filosofie van directe actie hoog in het vaandel voeren. Op
hun MySpace claimen ze zelfs dat een tournee niet kan doorgaan
omdat ze het te druk hebben met het plannen van aanslagen op de
winterspelen. (Oké, dat staat er niet maar ga hun versie gerust
zelf lezen).

Een aantal jaren geleden was er hier in Gent nog een vrij grote
krakersbeweging, maar de volwassenheid en de flikken (de echte,
niet die schattige van tv) hebben dat danig gereduceerd. Luisteren
naar Leper voert me echter dadelijk naar illustere plaatsen als Den
Ivago, Den Alcahell, Vacuüm Circus, De Drie Charels of de
Sloepstraat, en dat zonder ondersteuning van geestverruimende
walmen of waterige biertjes.

Het zou gemakkelijk zijn om die van Leper op een grote hoop te
gooien met een bordje ‘lawaai’ ervoor. Dat zou niet correct zijn.
Toegegeven, de mix van death/blackmetal, dis-punk en ska klinkt
aanvankelijk net zo onbevattelijk als je zou verwachten. Na een
paar luisterbeurten valt me echter op dat hier niet zomaar wat
anarchisten met instrumenten aan het werk zijn. Om maar iets te
zeggen: geen twee nummers klinken hetzelfde. De langere nummers (er
zijn er toch drie bij die langer zijn dan vijf minuten) zijn goed
opgebouwd en erg dynamisch.

Erg markant is hoe een razend stuk grindcore in enkele maten tijd
kan omslaan in een waanzinnig skankend deuntje. Door de rauwe zang
en vunzige distortion op de bas loopt het nooit uit op een al te
happy feestje. Het is echt opvallend hoe ze in de meeste nummers
proberen om iets van ska of reggae tussen de ruwe anarchometalpunk
te smijten. De eerste keer schiet je net niet in de lach of val je
van je stoel van verbazing, maar eigenlijk went dat
eigenaardigheidje best rap terwijl het toch fris blijft klinken.
Die soms onverwachte omschakelingen zorgen er ook voor dat snelle,
brutale en emotionele metal of punk stukken ook extra hard aankomen
en zelden vervelend worden.

Opener ‘War of 2010’ is volledig gewijd aan de Olympische spelen en
vat alles wat je kan zeggen over Leper treffelijk samen. Over het
algemeen bevat de tweede helft van het album wat minder
huppelklanken en wat meer desolate metal, met een sterk hoogtepunt
in het afsluitende ‘We Already Live in Ruins’.

Leper geeft veertig minuten lang van jetje in een eigen mix van
stijlen die wel speciaal is, maar toch niet helemaal consistent
genoeg om zo lang de aandachtig vast te houden. Ik kan hier niet
zeggen welk nummer slecht of overbodig is, maar meer dan een half
uur van deze intense en veeleisende muziek is toch lang. Misschien
zouden ze eens moeten proberen om niet in elk nummer én een doom
stukje én een skastukje én een heftig stuk te stoppen. Hoewel ik
toch van mening ben dat de nummers voldoende herkenbaar zijn, is
het constante op en neer gaan van tempo’s en stijlen vermoeiend.

De cd heeft een rauw en ongepolijst geluid, maar geen enkel
instrument klinkt vervormd of overheerst een ander. Ik kan nergens
terug vinden welke no budget technicus hiervoor verantwoordelijk
was, maar hij leverde degelijk werk. De muzikanten trouwens ook,
moest dat nog niet duidelijk zijn. Hier en daar zit de drummer er
wel eens naast maar de gitaren laten zeker en vast enkele straffe
dingen horen, al mis ik de solo’s wel wat. Zingen wordt er
uiteraard niet gedaan, wel uitsluitend geschreeuwd, gebruld en
gegorgeld.

Dit album is duidelijk niet voor iedereen bedoeld, al is het wel
voor iedereen vrij beschikbaar via de website van Moshpit Tragedy
records.

www.myspace.com/lepercreepcore
http://moshpittragedy.com/info-leper.php

Winterstemming

Tales of Dark: Perdition Calls (Servië) * * *
½

De Russische doom dealers van Solitude Productions hebben bij hun
Slavische broeders uit Servië een alleraardigst bandje gevonden.
‘Tales of Dark’ speelt melodieuze en melodramatische gothic doom
die toch niet te slap is. Het is een genre dat aaneenhangt van de
clichés en nauwelijks evolutie kent. De grote namen definieerden de
stijl bijna twintig jaar geleden en sindsdien proberen jaarlijks
tientallen bandjes om enigszins in de buurt te komen. De fans
struikelen daar niet over, de occasionele luisteraar beperkt zich
doorgaans tot de topnamen. Nochtans zouden die laatste deze band
ook gerust eens een kans mogen gunnen.
De cd baadt in een druilerige en dramatische sfeer. Slechts af en
toe passeren er wat heftigere death metal stukken. De overwegend
trage, slepende muziek wordt echt loodzwaar gespeeld en werd erg
goed gemixt. Hier en daar zijn er korte akoestische passages die
daarom niet vrolijk klinken maar wel even de druk van je borstkas
wegnemen. De gitaren kregen immers gewoonlijk een flink pak
distortion mee en spelen simpele maar grimmige riffs of suicidale
leads. De zanger en zangeres krijgen veel ruimte, net als de keys
die gelukkig niet te luid staan. De toetsen zijn instrumenteel voor
het geluid van Tales of Dark. Erg originele partijen worden er niet
gespeeld, maar ze slagen er wel in om de muziek zo mogelijk nog
melancholischer te laten klinken.

Het sterkste punt is de zang. De vocale partijen worden verdeeld
tussen zanger Arpad en zangeres Jovana. Die laatste vind ik best
goed. Ze heeft een mooie warme stem en zingt helemaal niet op zo’n
krijstoontje als haar collega’s bij onze noorderburen. Soms heeft
ze wel de neiging om wat te gaan zeuren, maar ze zingt steeds
zuiver en doorgaans met veel gevoel. Arpad bedient zich van een erg
buikige deathgrunt, maar ook van zijn gewone zangstem. Als hij die
gebruikt klinkt hij wel een beetje als Fernando Ribeiro van
Moonspell, laag en erg geladen.

De nummers lijken daardoor nogal op elkaar, en ook door hun lengte
loopt het ene over in het andere zonder dat je dat altijd door
hebt. Gelukkig zit het steeds goed met de sfeer en de toon van de
plaat, maar echt spannend tot op het einde blijft het niet.
Desondanks is dit een erg genietbaar doomalbum dat mede door de
goede vocalen boven de middelmaat uitkomt. De zwartjassen met een
liefde voor My Dying Bride en oude The Gathering die nog een
soundtrack zoeken voor hun jaareinde kunnen deze gerust in huis
halen. Ze zullen er niet vrolijk van worden.

www.myspace.com/talesofdark

Winterhart

Furia: Grudzien Za Grudniem * * * *

Ah… Polen… Kan je een kouder en killer land bedenken? Zijn grijze,
winderige steden, zijn desolate platteland, zijn concentratiekampen
en rommelmarkten vol oorlogsmemorabilia. Ideale voedingsbodem voor
ruige en soms ook originele metal, geen toeval dus dat dit al de
vijfde Poolse metalplaat is die dit jaar op enola besproken
wordt.

Furia speelt in essentie occulte black metal van de oude school,
maar dan zonder in zeven clichés tegelijk te vervallen. Het album
is tegelijkertijd behoorlijk grimmig en melodieus. Dat grimmige is
voor een flink stuk toe te schrijven aan zanger Nihil, die een
ruige maar expressieve strot heeft. Niet van dat iele gekrijs en al
helemaal geen deathgrunt, het is meer een soort manisch geroep en
getier met af en toe wat gefluister en gegorgel. Z’n stem staat ook
mooi afgetekend in de mix, met wat echo erop voor een extra
verkillend effect.

Muzikaal gezien tapt de band vooral uit het vaatje van Emperor,
Enslaved of Watain. Ook hoor ik af en toe wel een echo van mijn
favoriete hedendaagse black band Wolves in the Throne Room. Wat
moet de niet-kenner zich hier nu bij voorstellen? Overwegend snelle
riffs en drums die niet verstoken zijn van melodieën.
Afstandelijke, rituele, ijzige melodieën die wel pakkend genoeg
zijn om je tot luisteren te dwingen. De drummer houdt er soms een
raar gevoel voor timing en dosering op na, al denk ik wel dat het
de bedoeling is want op de meeste blast stukken blijft hij wel erg
behoorlijk in het ritme.

Furia houdt van afwisseling en dynamiek, ondergetekende ook, dus
daarin hebben we elkaar gevonden. Zelf zou ik het nooit zo ver
drijven om tegendraadse freejazzbreaks in een blackmetalsong te
steken, maar die Polen doen het toch. Zeer bevreemdend, en tijdens
een eerste luisterbeurt denk je misschien dat er iets goed fout is
gelopen tijdens de mastering. Het positieve is wel dat het niet
overkomt als een gimmick en ook niet als een poging zich
gesofisticeerder te willen voordoen dan men werkelijk is.

Niet alle van de zeven nummers hebben van die jazzstukjes
(‘Zgnilem’ en ‘Przechrozczony’ bijvoorbeeld wel), maar ze zijn wel
allemaal erg dynamisch opgebouwd. Op een ongeforceerde manier gaan
de tempo’s van de nummers op en neer van depressief en slepend naar
standaard Noorse black. Af en toe wordt je toch eens koud gepakt
door een plotse akoestische break of een verrassend vermorzelend
black-‘n-roll stuk. In ‘Zmierch Za Zmierzchem’ en het laatste
nummer ‘Kim Jestes?’ hoor je ook wel wat psychedelische en
progressieve neigingen, waardoor ze zich plots helemaal in de koers
van Enslaved bevinden.

Nochtans vind ik ‘Grudzien Na Grudzniem’ opmerkelijk beter dan
‘Vertebrae’. Deze band is duidelijk hongeriger en staat ondanks al
die avontuurlijke elementen toch nog erg dicht bij de basis van
black metal: een onheilspellend, koud gevoel van onverschilligheid
ten overstaan van de wereld der mensen.

‘Furia’ heeft ons op de valreep van het jaar misschien wel de meest
avontuurlijke black metal plaat van het jaar bezorgd. Als je een
ruimdenkende fan bent van eender welk metalgenre, dan zal je het
jezelf niet kunnen vergeven deze te vergeten onder je kerstboom.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × een =