Yoko Ono / Plastic Ono Band :: Between My Head And The Sky

Spraken we in het geval van het toepasselijk getitelde Yes, I’m A Witch (2007) nog over een gedeeltelijk eerherstel, dan mag die kanttekening nu volledig achterwege worden gelaten. Between My Head And The Sky laat een artieste horen die op haar 76e (!) avontuurlijker en energieker klinkt dan het gros van haar collega’s die een halve eeuw jonger zijn.

Het blijft wat vreemd en ongemakkelijk aanvoelen, Yoko Ono prijzen als een volwaardige artieste met een te duchten nalatenschap. Hoe sterk is het er immers niet ingehamerd dat Ono niet meer was dan een charlatan, een navelstarend, hysterisch Aziaatje dat een wig dreef tussen het beste songschrijversduo uit de moderne muziekgeschiedenis. En wat ze deed – kledingstukken aan flarden knippen, kattengejank op plaat zetten en te pas en te onpas in haar blote reet rondhuppelen – was zo onnozel dat je haar liefst van al het gesticht in zou sturen om aan de slag te gaan met klei en vingerverf.

Die koppige profileringsdrang steekt ook hier weer de kop op: Ono zal nooit wegsteken dat ze zichzelf als een artiest beschouwt, een avant-garde artiest dan nog, en als dat betekent dat ze daarbij een nummertje moet opvoeren om iedereen eraan te herinneren dat een conventionele aanpak niet tot de mogelijkheden behoort, dan is dat maar zo. Hier en daar is dat zelfbewuste, dat expliciet kunstzinnige element, ook aanwezig op Between My Head And The Sky en soms resulteert het in ronduit irritante tics en experimentjes, gaande van geïmproviseerd gekir en gezeur tot het afhaspelen van ronduit kinderachtige teksten. Maar er is gelukkig meer aan de hand, veel meer.

Was op het vorige album een parade van schoon volk te bewonderen, dan nam Ono voor dit album een bende medewerkers onder de arm die ervoor zorgen dat het album zo hedendaags klinkt als maar kan. Naast zoon en multi-instrumentalist Sean Lennon, die ook tekende voor de productie, treden ook volk van Cornelius, Yuka Honda (Cibo Matto) en avant-gardistische en freejazzmuzikanten Erik Friedlander (cello) en Daniel Carter (sax) aan. Een eclectisch collectief, voor het eerst sinds de vroege seventies trouwens verzameld onder de naam Plastic Ono Band, dat meteen ook tekent voor een album dat uitblinkt in diversiteit en ideeënrijkdom.

Met een speelduur van bijna een uur is het album iets te lang, al valt er niet zo veel te bespeuren dat afwezig had mogen zijn. “Moving Mountains” heeft met z’n vogelgeluiden en watergeklater wat weinig om het lijf en “Healing” verzuipt in het achterhaalde hippiedenken dat vijfendertig jaar geleden al van alle lippen verdwenen was, maar afgezien daarvan vallen er doorgaans vooral verrassingen en hoogtepunten te beleven, gaande van hoekige grootstadsrockabilly (opener “Waiting For The D Train”), noisy rock (de titeltrack), charmante kamerjazz (“Memory Of Footsteps”) en een op muziek gezette spoken word-sessie met een ecoboodschap (“Feel The Sand”).

Maar er is meer. Wat immers te denken van het paar “The Sun Is Down!” en “Ask The Elephant!” dat vooraan de plaat staat te trappelen om van Ono een gevestigde waarde te maken in de clubscène. Is die eerste song iets waarvan je zonder al te veel problemen kan geloven dat het een kans maakt in het dancemilieu, dan is het vooral “Ask The Elephant!” dat indruk maakt, met een onwaarschijnlijke groove en het funky baswerk van Shahzad Ismaily (zie ook Marc Ribot en Secret Chiefs 3). Of “CALLING”, een spetterende update van krautrock waar heel wat hippe bands voor zouden tekenen.

Opmerkelijk is ook dat men erin slaagt om stijlen doorheen het album te groeperen en er toch mee weg te geraken. Bevat de kop de fuifnummers en de buik de experimenten en rockers, dan zit het introverte werk vooral verstopt in de staart, door drie tracks na elkaar te laten dragen door stem, piano en Friedlanders bloedmooie cellowerk. Het is ook in deze songs dat de (al dan niet gespeelde) naïviteit van Ono het mooist tot z’n recht komt. “I’m Going Away Smiling” is onbeschaamd sentimenteel, maar geen haar op je hoofd dat haar van onoprechtheid verdenkt. Idem voor “Un un. To” met zijn “Sometimes I feel so much love for the world / I think my heart is bursting / Sometimes I feel so scared / I want to shrink myself … even further”.

Between My Head And The Sky baadt met al z’n toespelingen op het verleden en het geheugen in een nostalgische sfeer. Het is echter niet het gevoel van vroeger was alles beter, maar iemand die voor zichzelf heeft uitgemaakt wat belangrijk is en wat niet en zich daar naar gedraagt. “It’s me, I’m alive” zijn de laatste woorden van de plaat. En ze kloppen, want met dit album heeft Ono een moedige, gevarieerde en (vooral) vitale plaat gemaakt, die bulkt van levenslust en creativiteit. En dan neem je dat occasioneel irriterende gejammer er gewoon bij. Echte oma’s moeten een beetje zot zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 10 =