Alberta Cross :: ”Als er maar soul in zit”

Het begon met twee songschrijvers die de handen in elkaar sloegen, maar ondertussen groeide Alberta Cross uit tot een kloek kwintet. Ook het geluid dijde uit en op debuut Broken Side Of Time zijn gedachten aan de wijdse rootsrock van Kings Of Leon niet ver weg. "Als het maar soul heeft", is het devies van Petter Ericson Stakee en Seam Kearney.

Met de EP The Thief & The Heartbreaker leverden de Britse Zweed Stakee en Terry Wolfers enkele jaren geleden een mooi visitekaartje af. Vol mooie, folky gitaarsongs klonk het als wat het was: twee songschrijvers die in elkaar een muzikale partner in crime hadden gevonden. Maar het moest meer worden dan dat en van die ambitie is het bij momenten epische Broken Side Of Time het resultaat. Eerste vaststelling: de heren lijken wel van het geluid van de seventies te houden.

Stakee (zang/gitaar): "Ten tijde van The Thief & the Heartbreaker leefden we nog in Londen. Niet echt een interessante plek toen: je had daar nogal wat van die scenester bands. Als er eentje als Joy Division begon te klinken, had je er plots vijftig. Het was een weinig inspirerend zwart gat. Wij luisterden naar oudere muziek; we moesten wel als we iets soulvol wilden horen. Dus op die EP hoor je inderdaad die typische klank van de jaren zeventig."
"Op Broken Side Of Time is dat wat afgezwakt. Je hoort die invloeden er nog wel in, maar ook heel wat jongere bands als Sonic Youth of Depeche Mode. We hebben nu veel meer onze richting gevonden. We zijn nu ook een echte band, en dat helpt: dit is het resultaat van vijf mensen die samen een plaat hebben gemaakt, niet van twee frontmannen en hun huurlingen."
Kearny (gitaar): "Ik hield enorm van The Thief And A Heartbreaker, maar toen ik er bij kwam, wilde ik het groepsgeluid een rauwer gevoel geven; bijna punkrock. Ik hou wel van de seventies, maar ik ben een kind van de nineties: Dinosaur Jr. en Sonic Youth zijn voor mijn veel belangrijker geweest."

enola: Hoe zijn jullie in New York beland?
Stakee: "Omdat we ons in de Britse muziekwereld dus niet echt thuis voelden. En toen we eens op de CMJ-conventie in New York mochten spelen en in contact kwamen met de hele Brooklynscène, gaf dat meteen een heel ander gevoel. Daar bruist het van het leven, ook artistiek; heel inspirerend. Ons eerste optreden daar was samen met Yeahsayer, die goeie vrienden werden. En ook A Place to Bury Strangers is geweldig. En dan heb je daar nog Grizzly Bear, MGMT, Dirty Projectors,… er zijn daar belachelijk veel goeie bands op dit moment eigenlijk. We passen niet echt in die scène, maar ik vind ze echt geweldig."

enola: Zijn jullie de Kings Of Leon vergelijkingen nog niet beu gehoord?
Kearny: "Goh, het vreemde is dat we eigenlijk niet zo heel hard naar Kings Of Leon hebben geluisterd. Natuurlijk kennen we hun muziek en ik respecteer ze wel. Die gasten hebben vier platen uitgebracht op wat, vijf jaar of zo? Ze zijn gewoon een verdomd hard werkende groep uit Tennessee. En ach, van af het begin werden zij ook als Strokes-clonen afgedaan. Dat hebben ze misschien mogen horen tot net voor ze met hun laatste album doorbraken. Toen wij elkaar leerden kennen in Londen, konden we uren blijven doorbomen over muziek. En daar zat geen Kings Of Leon bij. Dan ging het om My Bloody Valentine, heel wat soul stuff. Veel. Vroege platen van The Verve, Nick Cave,… The good stuff."

enola: Waar komt de naam Alberta Cross vandaan?
Stakee "Dat is een anagram? Neen, ik ga je niet vertellen van wat; dat moet je zelf maar zoeken. (lacht) Het grappigste is dat veel mensen een vrouw verwachten als ze onze naam op een affiche zien staan. Een dikke soulmama? Ja, zo klinkt het wel." (schatert)

enola: Waarom verdient Austin met "ATX" een song?
Stakee: "We hebben onze plaat daar opgenomen. Twee maand zijn we daar gebleven, echt een heerlijke stad. Heel inspirerend. Het heeft die Texasvibe, maar tegelijk is het ook een heel vrije, liberale stad. "ATX" was meteen de eerste song die we er schreven, een hele krachtige jam. ’t Is een soort eerbetoon aan de stad."
Kearny: "Austin doet me wat denken aan Berlijn tijdens de Koude Oorlog. Je moet eerst door een hoop Texaanse waanzin, om dan eindelijk in dat oog van de storm aan te komen. Het zit daar vol hippies en rockers, geen cowboys."

enola: Jullie werkten samen met producer Mike McCartney (Spoon, Dead Confederate). Wat heeft hij bijgedragen aan het geluid van de plaat?
Kearny: "Hij heeft de plaat een heel rauw gevoel gegeven. Zo hebben we alles opgenomen op tape, zonder Protools. Iedereen speelde samen, zonder veel overdubs. Het gevoel was heel duidelijk: we zijn een band, en we gaan dat niet opblazen of oppoetsen met een productie. We hebben helemaal analoog gewerkt. Hij heeft de plaat een heel ballsy geluid gegeven."

enola: Tot slot: wat zijn de muzikale ambities? Is dit het definitieve geluid, of waar willen jullie naartoe?
Kearny: " We willen zeker nog evolueren. Ik wil niet in een band spelen die zijn eigen nummers gewoon naspeelt. De vroege jaren van The Verve blijven een invloed voor mij; dus als we zin hebben om een song live tot vijftien minuten te rekken, dan wil ik dat kunnen doen. Ik wil dat het publiek een belevenis meemaakt."
Stakee: "Voor mij blijft het belangrijkste dat het soulvol element aanwezig blijft. Voor de rest mag alles veranderen, maakt niet uit. Wie weet klinken we als Depeche Mode op onze volgende plaat. Kan me niet schelen, zolang het maar een soulvolle Depeche Mode plaat is. Neem nu een plaat als Black Celebration: het mag dan een synthplaat zijn, zo’n perfecte songs, zo’n geweldige productie, en zo doorleefd. Daar moet de lat liggen."

Alberta Cross speelt op 26 november in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 6 =