WERCHTER 2009: Nick Cave And The Bad Seeds :: zaterdag 4 juli, Main Stage

Muziek heeft zo naderhand zijn eigen Natureingangen gecreëerd: een openbarstend wolkendek zou geen betere achtergrond kunnen hebben gevormd voor het optreden van Nick Cave And The Bad Seeds, dat tegelijk stoomde en koelde. De regenwolken die de verschroeiende Werchtermiddag voor eventjes onderbroken, hielden het helaas enkel bij dreigen.

Vorig jaar kon Cave zijn razernij loslaten op het publiek van Werchter onder de noemer Grinderman, dit jaar staat hij er terug met zijn begeleidingsband The Bad Seeds om het publiek te trakteren op een ererondje doorheen zijn oeuvre. Toch is er dit keer een dubbel gemis: Cave heeft zijn snor afgeschoren en moet het dit keer zonder Mick Harvey stellen. Waar de verdwenen snor nog voor een genoegzame verrassing zorgt, is de afwezigheid van Harvey een anticiperend afwachten.

Zoals verwacht houden The Bad Seeds zich het hele optreden lang aan hun rol als begeleidingsband. Hoewel Harvey vaak als leidende spilfiguur fungeerde, blijft de rest bij zijn afwezigheid niet richtingloos achter. Van Warren Ellis is nog steeds duidelijk een hoek af, Jim Sullovan zweert bij zijn flesje Duvel en Conway Savage ziet eruit alsof hij een saloon bezit; er werden bijna nog nooit zoveel western clichés op een podium bijeen gebracht als met The Bad Seeds. Aanvankelijk wordt de indruk gewekt dat de nummers muzikaal wat mak worden neergezet (mede door de typische trage overgangen en hey, dat fantastische festivalgeluid), maar Cave geeft zich terug voor tweehonderd procent in zijn predikersrol en treedt waar hij moet treden: op de voorgrond.

“Looka yonder / Looka yonder”: opener “Tupelo” laat verstomming toeslaan bij de reeds op Kings Of Leon wachtende tieners: wie is die man met de lange smoel en waarom wijst hij zo als een fanatiekeling? Het barre “Tupelo” uit zijn vroege werk wordt gevolgd door een ander uiterste: het heerlijk meezingbare “Dig, Lazarus, Dig” uit zijn gelijknamige laatste plaat. De buisklok wordt vervolgens geluid en een verleidend “Red Right Hand” wordt ingezet; bij iedere oerzware bas schudden hier en daar vuisten ten hemel.

“Deanna” zorgt daarnaast voor het meest poppy moment van het optreden terwijl een erg fijn gespeeld “Midnight Man” bewijst dat het nieuw werk van Cave zeker niet moet onderdoen voor zijn ruiger en zogezegd oprecht kwader werk; misschien is het niet voldoende aanwezig zijn van zijn later werk toch wel een licht minpuntje in deze set. Immers, als een greatest hits-tournee werd de toer niet aangekondigd, hoewel de begintonen van het toch wat overbodige “The Ship Song” (waarin Ed Kuepper, de plaatsvervanger van Mick Harvey, eventjes de mist in gaat) anders doen vermoeden.

“This song is for Polly Jean Harvey, wherever she might be, in which dark corner she might be”: met een fantastisch aangekondigd “Henry Lee” begint het overheersend betere deel van de set. “Henry Lee” wordt gespeeld met een bloedmooie viool, maar vanaf “Moonland” wordt het weer wat woester. Het podium lijkt te klein geworden, tekstbladen worden in het rond gesmeten en zelfs het microstatief moet eraan geloven. Er volgt een donderend, bijna oneindig lijkend “The Mercy Seat” en een slepend “The Weeping Song”, waarna Cave samen met zijn band op het gemak klaarstoomt voor de twee laatste en alweer imposante nummers: een extatisch “Papa Won’t Leave You, Henry” en een vuil “Stagger Lee”, met verrassend extra couplet.

De set mag dan weinig verrassingen bevatten, toch was ook het bisnummer “Lucy”, naast “Henry Lee”, eerder verbazend dan volkomen te verwachten. Cave, mét sigaret, wacht niet eens tot het geluid goed zit maar zet meteen een tergend mooi “Lucy” van op The Good Son in. Cave wees, spuwde, sloeg zijn armen in de lucht, preekte, bezweerde, schudde met zijn kruis, pakte wijdbeens de wei aan: Cave was in goeden doen en wijst meteen iedere ontstane twijfel over routineus afhaspelen van zijn bekendste nummers af als niet relevant . Het spelplezier, ook zonder Mick Harvey, was duidelijk en doet alleen maar verlangen naar een uitgebreider clubconcert.

Als geheel subjectieve noot willen wij trouwens nog even kwijt dat het we het jammer vonden dat iemand als Nick Cave vóór een groep als Kings of Leon geprogrammeerd stond. Dit maakte namelijk duidelijk hoezeer ook fans het voor elkaar kunnen verpesten. Simpel respect voor de anciënniteit van iemand als Cave lijkt helemaal niet meer zo elementair te zijn voor mensen die liever “KoL” dan “Nick Cave” op hun wangen schrijven. Ongeduldige, storende opmerkingen rondom deden ons eerst vrij lelijke verwensingen denken, maar achteraf gezien wensen we toch maar iets aardigere dingen: namelijk de illusie dat Cave er toch misschien in slaagde enkele jongeren te kunnen raken. Een illusie, inderdaad, want gaan mensen eigenlijk nog naar een festival als Rock Werchter om groepen te ontdekken of is er nu al sprake van mythevorming? Ach, wat baten kaars en bril als de uil niet horen wil: laat ze maar hun sex on fire hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − twaalf =