Rock Werchter 2009 – 100% compleet

Donderdag 2 juli

Eagles of Death Metal (Main) ***1/2

 

Als
opener heeft Werchter het al met heel wat mindere bands dan moeten
stellen The Eagles Of Death Metal, het uit de hand gelopen
hobbyproject van Josh Homme en Jesse Hughes. Eerstgenoemde stuurde
echter alweer z’n kat, in dit geval onder de vorm van QOTSA-drummer
Joey Castillo, maar die trok ook meer dan behoorlijk z’n streng
naast publieksmenner Hughes, die in tegenstellng tot Nick Cave nog
steeds gezegend was van z’n typerende snor, en heel wat charisme.
Onder een loden hitte werden we onthaald op pretentieloze
dijenkletsers als ‘I Only Want You’ en iets harder of bekender
werk, waarbij vooral ‘Wannabe in La’ op bijval kon rekenen. Klein
minpuntje was dat Hughes z’n stem ietwat zwak uitviel tegen het
vele gitaargeweld, maar zelfs met dat in acht genomen bleven de
Eagles retestrak en uiterst aan te raden. (avdm)

Lily Allen (Main) ***

Lily
Allen gaat de zomer tegemoet met duidelijk een aantal kilootjes
minder, en dat showde ze maar al te graag in een klein
luipaardbikinietje. De jonge Britse was echter niet enkel op
vestimentair gebied het zonnetje in huis, ook met haar muziek
vormde ze de ideale soundtrack bij de piekende temperaturen. Naast
een aantal wel erg fijne hitjes (‘Fuck You’, ‘The Fear’, ‘LDN’)
vielen natuurlijk ook de vele weinig memorabele songs en het flauwe
stemgeluid van de zangeres – vooral voor een jazzy nummer als ‘He
Wasn’t There’ wordt Allen een stuk te licht bevonden – op, maar op
dat eigenste moment leek dat allemaal er nauwelijks toe te doen.
(lve)

Emiliana Torrini (Marquee) ***1/2

Geen
luipaardbikini voor Emiliana, wel een kleurrijk, bijna cirkelvormig
kleed en een werkelijk stralend gezicht dat positieve vibes
doorheen de Marquee zond. De IJslandse Torrini is – wellicht tot
haar eigen verbazing – een stuk populairder geworden dankzij haar
recente hit ‘Jungle Drums’ en wachtte tot het allerlaatste moment
om er de Marquee voor het eerst helemaal mee op zijn kop te
zetten. Het waren vooral de snellere songs die indruk maakten,
terwijl de ballads niet perfect door de mix kwamen. Songs als ‘Big
Jumps’ en oudgediende ‘Sunny Road’ haalden het beste in Torrini
naar boven. Toch was het het atypische ‘Gun’ dat ons nog het meest
kon bekoren. (kvv)

Fleet Foxes (Marquee) ****

Hooikoortsalarm!
Probeer de pollen maar eens weg te blazen als deze vijf apostelen
van de polyfonische countrypop hun religieuze lentehymnes ten berde
brengen. Gelukkig kreeg het publiek in de Pyramid Marquee geen
collectieve infectie aan de luchtwegen, maar werden de
trommelvliezen zachtjes gemasseerd door de glorieuze melodieën van
Fleet Foxes. De groep kreeg wel te kampen met een rumoerig publiek
dat middels aritmisch handgeklap en geroezemoes de impact van ‘Sun
Giant’ en ‘Sun It Rises’ fel afkalfde. Het optreden bereikte dan
ook niet de extatische magie van hun concert in de AB, maar na
‘White Winter Hymnal’ was er toch geen houden meer aan. Geen
lichaamsvezel die niet beroerd werd door schitterende versies van
‘Ragged Wood’, ‘Your Protector’ en ‘Tiger Mountain Peasant Song’.
Naast het onvermijdelijke ‘Mykonos’ tekende Robin Pecknold
daarnaast ook nog voor heel wat racende rillingen over de
ruggengraat met het sublieme ‘Oliver James’. Orakelmodus aan: deze
band wordt groots! Groots, zeg ik u! (sv)

Placebo (Main) ***1/2

Dat
Placebo met ‘Battle For The Sun’ een album uitheeft dat voorganger
‘Meds’ aftroeft zoals Cavendish dat tegenwoordig met het volledige
sprintersgild doet, is genoegzaam gekend en veelvuldig
neergeschreven, daarmee hadden ze live de farce van enkele jaren
geleden op diezelfde Werchterwei nog niet uitgewist. Dit jaar wel
een strak, stevig, lekker en goed Placebo – al ogen de wijven Molko
& co. steeds enger – dat een set stevige nieuwe nummers deed
afwisselen met de obligate hits, al bleven we wat op onze honger
wat de kwaliteit van die hits betrof. Wel ‘Song To Say Goodbye’ en
geen ‘Teenage Angst’, dat soort gein. We zeggen maar wat. Placebo
speelde een tweede degelijk concert op korte tijd te lande, maar
kan nog beter. Onderscheiding. (nd)

Oasis (Main) ****1/2

Wat
een band! Wat een attitude! Wat een regenvest! Het is makkelijk om
Oasis als een farce te zien en het als een sjabloon om te smsen in
je gsm te steken dat ze na ‘Definitely Maybe’ en ‘Morning Glory’
enkel nog bagger afleverden, maar het straalt zoveel meer finesse
uit om de band de credits te geven waar ze recht op heeft. ‘Dig Out
Your Soul’ is een heel aardig album, en live staat Oasis als een
huis waar zelfs een Blurreunie niet meer dan een piswindje tegen
is.
Openen deden de Gallaghers met ‘Rock’n Roll Star’, meteen een
anthem om fokk you tegen te zeggen, maar in deze set niet meer dan
een inleiding op wat komen zou. Oasis serveerde een greatest hits
show, speelde ‘Live Forever’ eens live, verbaasde met minder
bekende maar daarom niet minder geroemde nummers als ‘Half the
World Away’, en legde de lat voor de andere bands dan al onmetelijk
hoog. Weinigen zouden er nog overgaan. (nd)

The Prodigy (Main) ****1/2

Het
was niet echt een dankbare opgave om nog aan de slag te moeten op
het hoofdpodium na de briljante doortocht van Oasis, maar The
Prodigy kweet zich met verve van deze taak. Met een handjevol
recentere nummers en vooral oudere kleppers overtuigden Liam
Howlett en MC Maxim Reality het publiek om het en masse naar de
bierstandjes trekken toch nog even uit te stellen. Hun driftige set
had een haast bezwerende uitwerking. De vaak ietwat twijfelachtige
choreografieën op de Werchterweide getuigden van een grote
appreciatie voor de immer relevante band, die met zijn snedige
sound na al die jaren nog steeds fel afsteekt tegen de vele
monotone elektronicaformaties die het muzieklandschap telt.
(lve)

Vrijdag 3 juli

Priscilla Ahn (Marquee) *1/2

 

Het
was geen makkelijke keuze: het misselijkmakende gekweel van Amy
Macdonald of het folklichtgewicht Priscilla Ahn. We kozen voor de
laatste omdat die ons misschien nog het meest kon verrassen, wat
uiteindelijk een jammere illusie bleek. Priscilla Ahn heeft een
engelenstemmetje – tot daar het goede deel – maar brengt folk
zonder karakter. Enkel ‘Are We Different’ kon ons tussen al
gegiechel en haar oe’s, oo’s en aa’s boeien en een song als ‘Living
in a Tree’ zit wel goed in elkaar maar eenmaal je naar de tekst
begint te luisteren, ben je half opgelucht dat haar Schotse rivale
van het hoofdpodium het feestje regelmatig kwam verstoren. En dat
terwijl er zoveel goede folkzangeressen zijn. (kvv)

White Lies (Main) ***1/2

 

White
Lies hadden het een beetje moeilijk om het publiek op klaarlichte
dag naar hun hand te zetten. Elkeen van hun gitzwarte nummers – het
epische ‘Death’ op kop – werd haast perfect uitgevoerd, maar het
ontbreekt de band nog aan intensiteit en overredingskracht om het
publiek werkelijk te hypnotiseren. De mannen van Editors kunnen op
beide oren slapen, voorlopig zullen ze nog niet meteen van hun
troon worden gestoten. (lve)

Elbow (Main) ****

‘To
Elbow, or to M. Ward?’ was de vraag waarmee we ons meermaals het
hoofd braken op Werchterse wei, beiden stonden sowieso garant voor
een knap optreden, maar wie zou wat meer brengen? Ondergetekende
hield het tot zijn grote vreugde bij Guy Garvey en de zijnen, die
er een danig daverend en toch meesterlijk ingetogen concert van
maakten dat we nu, enkele dagen later, nog steeds met flarden Elbow
op ons netvlies rondlopen. Opperknuffelbeer Garvey slaagde er
wonderwel in om een ietwat makke wei tot een mexican wave
te verleiden, deed de hoofden knikkebollen uit begeestering eerder
dan verveling, en eiste naar volgende editie toe nadrukkelijk een
plaatsje in de avonddonkerte op. Toegeven is de boodschap, want aan
de pracht van Elbow was er vrijdag geen ontkomen. (avdm)

M. Ward (Marquee) ***

Jason Mraz, Priscilla Ahn en godbetert, Jasper Erkens: ze waren
talrijk aanwezig op Werchter, de singer-songwriters die veel weg
hebben van couveusebaby’s: lief en aandoenlijk, maar onvolgroeid.
Gelukkig stond er met M. Ward ook een volwassener songsmid en
ervaren vakman op het podium. Hoewel de Amerikaan tonnen
klassesongs in de knapzak heeft steken, maakte M. Ward echter geen
memorabele indruk. Het concert miste bezieling en songs als ‘Rave
On’, Hold Time’, ‘Epistemology’ en ‘Right In The Head’ werden
inspiratieloos afgehaspeld. Jammer, want M. Ward had met onder
andere een Jim James en Willie Nelson-kloon een goed gerodeerde
band bij. Die klasse kwam gelukkig bovendrijven in de tweede
concerthelft. ‘Poison Cup’ was een verkoelend lentjebriesje dat
zachtjes door de haren streek en met gedreven versies van ‘To Save
Me’, Fisher Of Men’ en een heerlijk ‘Roll Over Beethoven’ sloeg de
vlam alsnog in de pan. Niettemin slechts een half geslaagde
passage! (sv)

Bloc Party (Main) ***

Dat Bloc Party een tot de nok gevulde AB in een dampende sauna kan
omtoveren, bewees de Britse band eerder dit jaar al. Maar hoe zit
het met een volgepakte achtertuin van Herman Schuermans? Met het
lauwe ‘One Month Off’ en wat obligate publieksspelletjes leek de
mot alvast onmiddellijk in hun set te zitten. Gelukkig heeft de
band genoeg hits in de mouw steken om het tij snel te doen keren.
Zo wrikte ‘Mercury’ probleemloos de graszoden los en de hooks van
de tandem ‘Song For Clay (Disappear Here)’-‘Banquet’ sneden door de
wei als door boter. Daarnaast ontpopt ‘This Modern Love’ zich
steeds meer tot een anthem met U2-proporties en toonde
Kele Okereke zich een enthousiaste volksmenner in ‘The Prayer’ en
een uitstekend ‘Like Eating Glass’. Allemaal songs van hun eerste
twee platen dus, waardoor de bloedarmoede van ‘Intimacy’ nogmaals
pijnlijk bloot kwam te liggen. En voor de rest liet ‘Flux’ ons zo
ijzig koud dat het deugd deed in de broeikast van de Werchterweide!
(sv)

The Killers (Main) ****

Je
hoort criticasters wel eens zeggen dat Brandon Flowers maar een
flauwe Freddie Mercury-kloon is. We zijn niet helemaal akkoord,
maar mogen we op een paar tenen trappen door de vergelijking met
Queen iets verder door te trekken?
Beide groepen worden door de critici niet altijd even serieus
genomen, maar zijn absolute publieksfavorieten. Bij beide bands
zijn de platen nooit écht over de hele lijn geslaagd te noemen,
maar leverden ze wel steevast tonnen hits op, waarmee ze grootse en
geweldige liveshows geven. Dat mochten ze dus bewijzen op Werchter,
waar The Killers een heel strakke set speelden, waarbij slechts
enkele mindere nummers van het nieuwe album af en toe voor een
dipje in de set zorgden. Met perfecte popnummers als ‘Somebody Told
Me’ , ‘Spaceman’ of ‘When You Were Young’ had Flowers, intussen een
ware volksmenner, niet de minste moeite om het hele publiek mee te
krijgen. De menigte sprong, de menigte zong en ook wij amuseerden
ons uitstekend met deze uitmuntende festivalshow. Strak en
professioneel, gedreven en entertainend: deze Killers hadden hier
misschien zelfs al de headliner-status verdiend. (pc)

Coldplay (Main) **1/2

Coldplay
is een van mijn favoriete bands. Ik werd al week in de lenden van
‘Parachutes’, stond vooraan mee te schreeuwen toen ze in 2003 ‘A
Rush Of Blood’ kwamen voorstellen, en smulde van hun ‘give me mud
to my knees, best festival in history’ intermezzo tijdens ‘Politik’
op Glastonbury datzelfde jaar. Tot afgelopen herfst in Antwerpen
zag ik ze nog nooit echt denderen, maar toen maakten ze alles
goed.
Maar niet zo op Werchter. Eerst moet opgemerkt dat Coldplay hier
eigenlijk te groot voor geworden is. De show is een machine die dan
wel nog geen U2-proporties krijgt aangemeten, maar toch zo geolied
is dat improvisatie ver weg is. Zo speelden ze niet alleen een
quasi identieke set als vorig jaar, ook elk spontaan trucje –
hetgeen we Martin zo graag zagen doen – ligt maanden op voorhand
vast. Breakdance intro, klassieke opening, gordijn bij
‘Technicolor’, zijpodia bij ‘Talk’ & ‘God Put A Smile’,
allemaal check. Dat we op weg naar Werchter in de wagen al konden
voorspellen dat ‘Billie Jean’ de revue ging passeren, zegt
iets.
De eerste songs hadden de weide meteen in vuur moeten zetten, maar
alles was ietwat rommelig, en tijdens ‘Yellow’ had het publiek meer
zin om de gele ballonnen die over de wei werden gelost te beroeren
dan het de band toeliet hun ziel aan te raken.
Was dit dan echt een draak van een concert – temeer omdat Martin
Clouseaugewijs elk nummer om a cheering crowd vroeg? Nee, want de
nummers staan vaak wel als een huis. ‘Cemeteries Of London’ was
intens, ’42’ stevig, ‘Green Eyes’ ingetogen, ‘Death Will Never
Conquer’ apart en toch weer enig, ‘Politik’ bevlogen en ‘The
Scientist’ blijft een van de dertig beste nummers ooit.
Maar daar tegenover stonden banale versies van ‘Fix You’,
‘Strawberry Swing’ (banaal in al zijn facetten, dat) en een
pijnlijk gevoel van gewenning. Het is als kijken naar Wimbledon en
weten dat Federer zal winnen. Mooi, maar niet erg opwindend.
(nd)

Zaterdag 4 juli

Triggerfinger (Main) ****

 

Onzedig
vroeg stonden ze geprogrammeerd, de bewakers van de Vlaamse
rock-‘n-roll, maar dat weerhield ze er niet van om de slaperige
massa van het nodige vuur te voorzien. Met slechts twee platen
achter de hand slaagde Triggerfinger er namelijk in om heel wat
straffe nummers niet te spelen (‘Faders Up’! ‘All My Floating’!!
‘Camaro’!!!) en toch een geweldige set neer te poten.
Zanger/gitarist Ruben Block toonde zich een uitstekende frontman en
gunde z’n collega’s ook heel wat plaats in de schijnwerpers; Mario
Goossens gunde hij welgeteld vier drumsolo’s en ook bassist, en
overlever van de eerste Werchtereditie Lange Polle kreeg een
passend saluut als het ‘vleesgeworden ritme’. Met ‘Scream’ en ‘Is
it’ leverden ze zowaar de eerste hoogtepunten van de dag. Wetende
dat een deel van het publiek hunkerde naar een blik Red Bull vonden
we dat heel straf, en eisten ze de titel van ‘beste opener’ zeer
nadrukkelijk op. Van ons mogen ze hem hebben ook. Triggerfinger
heerst, en laat u niets anders wijsmaken. (avdm)

Social Distortion (Main) ***

 

Met
Social Distortion leek de Schuer het obligate punkbandje op de
affiche gezwierd te hebben, zonder zich daarbij erg te bekommeren
om trommelvliezen en smaakvoorschriften, zolang ze maar wat
overjaarse punkers de weide op konden lokken. Zo dachten wij. Waren
wij even verkeerd. Hoewel we ze liever voor de geweldenaars van
Triggerfinger geposteerd zagen, speelde Social Distortion een zeer
te genieten set met enkele rake uitschieters, waarbij vooral hun
cover van ‘Ring of Fire’ ons tot inwendig gejuich aanzette, en
duidelijk aantoonde dat er bij deze heren toch heel wat branie en
inspiratie zat, gespeeld met voldoende bezieling om ons stilletjes
benieuwd te maken naar hun oeuvre. Dat terwijl Jasper Erkens
intussen de tent met een geheel andere cocktail bezielde/in slaap
wiegde. Als u ze gemist heeft, dan hoeft u zich geenszins voor het
hoofd te slaan, maar wie ze meepikte weet toch dat er heel wat te
believen viel op de Main Stage. (avdm)

Regina Spektor (Marquee) ****

 

Regina
Spektor kwam haar nieuwe album ‘Far’ voorstellen en het zou ons
niet verbazen dat ze met haar optreden in de Marquee wel degelijk
heel wat mensen naar de cd-winkel heeft doen snellen. Het kleine
meisje met de grote stem stond met een drietal muzikanten op het
podium, maar had genoeg aan haar eigen stembanden en pianospel om
indruk te maken. De twee gitaarliedjes die de zangeres ten berde
bracht waren ook wel leuk, maar het is vooral van achter de vleugel
dat Regina wist te imponeren. Een Tori Amos is ze nog niet –
daarvoor kleurt ze nog net iets te mooi binnen de lijntjes – maar
het feit dat die referentie alleen al maar in ons hoofd opduikt, is
beslist een goed teken. Publiekslieveling is nog steeds de radiohit
‘Samson’, wij genoten vooral van het bloedmooie ‘Us’. (lve)

Rodrigo y Gabriela (Main) **

Wie
het in zijn hoofd haalde om Rodrigo y Gabriela, toch wel het
typevoorbeeld van een Marquee-band, op de Main Stage te
programmeren, dient toch wel wat vraagtekens te plaatsen bij zijn
beslissing . De zuiderse ritmes van deze twee gitaristen sloegen
dan aanvankelijk wel aan, maar na een viertal nummers veranderden
ze veelal in muzak. Hun expressieve speeltechniek pakte niet
helemaal, een aantal nummers bleken in een dergelijke ‘grootse’
opvoering veel te inwisselbaar, en zelfs hun promopraatjes
tussendoor verveelden na een tijdje. Jammer, want bezield en
charmant waren ze zonder twijfel. Een herkansing in de Marquee
volgend jaar lijkt ons de beste oplossing. (avdm)

Yeah Yeah Yeahs (Marquee) ***1/2

Onverlaten
die bij hoog en laag blijven beweren dat synthpop niet kan rocken,
moesten zaterdag naar de Pyramid Marquee om het tegendeel bewezen
te zien. Op ‘It’s Blitz’ bekeerde Yeah Yeah Yeahs zich tot
glitterdisco en melancholische electropop, maar live werd die
lipgloss grotendeels van hun sound geschraapt. Met de look van een
rebelse squaw bewees Karen O dat ze allerminst een koele discodiva
is geworden en tijdens ‘Y Control’, ‘Pin’ en ‘Date With The Night’
prikte ze moeiteloos menige slagader lek. Niet alleen als ze
gemolesteerd werd door gitaarnoise kreeg de sensuele feeks de
Pyramid Marquee echter op haar hand. Tijdens stomende versies van
‘Heads Will Roll’ en vooral ‘Zero’ had de tent wel een
bliksemafleider kunnen gebruiken en ging ze tekeer als een
knetterende zekeringkast. Een mooie revanche voor de wat vlakke set
op Polsslag! (sv)

Franz Ferdinand (Main) ****

De
passage van Franz Ferdinand eerder dit jaar in de AB was van de
eerste tot de laatste minuut een verpletterende zegetocht. Toch
waren onze verwachtingen voor hun optreden op Werchter niet enorm
hooggespannen, wegens enkele minder overrompelende vertoningen op
festivals. Alsof ze het stilaan tijd achtten om ook met dat
misverstand komaf te maken, zorgden Alex Kapranos en co op de wel
erg zwoele zaterdagnamiddag voor een nog hetere set. (lve)

Mogwai (Marquee) ****

Een
windhoos net voor de Marquee tijdens het optreden van Mogwai? Het
kan geen toeval zijn. De Schotse postrockers zorgden wellicht voor
de meest kolkende set op Werchter. Mogwai speelde (en eindigde)
minder luid dan verwacht maar sloeg nog altijd op geregelde
tijdstippen genadeloos hard toe om op andere fascinerende
soundscapes op te bouwen. We kregen sterke songs uit voornamelijk
recentere platen zoals hoogtepunt ‘Hunted by a Freak’, ‘Friend of
the Night’ en afsluiter ‘Batcat’. Het oudere ‘Summer’ zorgde voor
welgemikte bombardementen en kreeg de volgelopen Marquee volledig
mee. Het dipje op het einde van de set in de vorm van ‘2 Rights
Make 1 Wrong’ kon niet verhinderen dat Mogwai een erg puike
prestatie heeft neergezet. (kvv)

Nick Cave (Main) ***12

Ondergetekende is al jaren devote fan van Nick Cave, maar was gelukkig nu ook weer niet toegewijd genoeg om haar bovenlip met alcoholstift te bekladden om zo nog meer op de man te lijken. Heel wat mensen in het publiek hadden die fout wel gemaakt, en deze groupies zagen er op slag nog een tikkeltje idioter uit toen bleek dat Zijne Grootheid komaf gemaakt had met de schreeuwlelijke snor die al enkele jaren onder zijn neus prijkte. Verder was Cave echter wel zijn immer even enthousiaste zelve, en ook de overgebleven Bad Seeds waren in goeden doen. Opener ‘Tupelo’ was er al meteen boenk op, en wat volgde was een set waar de hits – al is dat een relatief begrip in Cavecontext – elkaar in strak tempo opvolgden. Zelden zo’n bezeten entertainer gezien als Cave tijdens ‘Deanna’ en de dreiging die van ‘Red Right Hand’ uitging, zou in een rechtvaardige – of toch cultureel correcte – wereld moeten volstaan om de overdadig aanwezige Kings of Leon-fans eventjes het zwijgen op te leggen. Helaas bleek die schare grotendeels vrouwelijke pubers nog hardnekkiger als een plukje onkruid en wisten zij Caves kunstjes hoegenaamd niet te appreciëren, wat meteen ook het enthousiasme van de echte fans drastisch naar beneden haalde. Het bleek moeilijker dan verwacht om te genieten van een uitgelaten, bijna demonisch ‘Papa Won’t Leave You Henry’ of een bloedgeil ‘Dig Lazarus Dig’ als je voortdurend wordt afgeleid door de ostentatieve zuchten van zij die nauwelijks konden wachten tot de neven Followill het podium betraden om die oude zagevent het zwijgen op te leggen. Hoe irritant ze bij momenten ook mogen geweest zijn – “there ain’t no need to cry” werd vakkundig vervrongen tot “and I hope that you will die”, toch konden we hen niet helemaal ongelijk geven.

Ook wij waren niet voor de volle 100 procent overtuigd en uit ervaring weten we dat Cave meer in zijn mars heeft dan wat hij ons tijdens Werchter 2009 liet zien. Hoewel opgedragen aan zijn Polly Jean, – “whatever dark corner she may be in”– bleef het bij een wel erg makke versie van ‘Henry Lee’ en doordat de muziek niet overal even goed afgesteld stond, verdronk Caves stem bij kleppers als ‘The Mercy Seat’ af en toe in het gitaargeweld van zijn Bad Seeds. Een echt begenadigd zanger is hij nooit geweest, maar goochelen met woorden kan Cave des te meer en het is dan ook enigszins zonde dat zwartgallige vondsten als “Wolves have carried your babies away, oh your kids drip from their teeth” of “He’ll rekindle all the dreams it took you a lifetime to destroy” amper verstaanbaar door de boxen schalden. Ook de setting waarin Cave ten strijde trok tegen de apathie van de festivalgangers was verre van optimaal; op klaarlichte dag op een kaal ogend hoofdpodium, terwijl zijn donkere muziek beter tot zijn recht komt in een rokerig café of toch op zijn minst in de beslotenheid van de Marquee, waar Nick Cave met zijn Bad Seeds een waardige afsluiter had kunnen zijn. Een gebrek aan enthousiasme van de meerderheid van het publiek was dan ook de voornaamste reden dat Cave het al na één bisnummer – het onontdekte pareltje ‘Lucy’ – voor bekeken hield. Hoewel wijzelf dus een beetje op onze honger bleven zitten – geen ‘We Call Upon The Author’ noch ‘Into My Arms’? – kunnen we het de arme man amper kwalijk nemen. Een klasbak als Cave verdient tonnen meer respect, en we kunnen alleen maar hopen dat hij in de nabije toekomst een herkansing krijgt in een setting die hem beter ligt, met een publiek dat rijp genoeg is om er ten volle van te kunnen genieten. (aw)

Kings Of Leon (Main) ***1/2

We hebben ons met ons kliekje avant-gardistische cultuursnobs geërgerd aan Kings Of Leon nog voor de band een noot gespeeld had. Drie albums lang waren de jongens uit Nashville, Tennessee er in geslaagd om in de marge erg fijne muziek te maken, en hapje voor hapje viel ook het soort publiek dat een festivalweide inkleurt voor hun pathos en bombast. En toen besloten ze een plat hitjesalbum te maken, een welgemikte carrièrezet die de bankrekening van de neven Followill dan wel alive and kicking maakte, maar de relevantie van de band minstens zeven banken terugschroefde. Gisteren mocht de eerste band die groot is geworden door een generatie pubers, waar ondergetekende zichzelf niet meer toe rekent, afsluiten na Nick Cave, en hoezeer we de muziek van de Kings ook degelijk mogen vinden, er is een mechanisme in onze cerebrale cortex die dit niet kan vatten. Al uren voor Kings Of Leon de bühne betrad stond alles voor de Main Stage afgeladen vol met pubermeisjes, en tijdens het optreden werden we zowaar deelgenoot van een erg bevreemdend fenomeen – we waren na het onverwachte succes van Limp Bizkit al wel wat gewoon, daar niet van. De voltallige weide rechtte zich zodra de band het podium besteeg, maar stond het volledige optreden lang maar wat apathisch toe te kijken wat er on stage gebeurde. Enkel bij ‘Sex On Fire’ en ‘Use Somebody’ kreeg je het tien-om-te-zien-effect, voorts leek het wel een klassieke opera die bekeken werd. Jammer, want Kings Of Leon speelde best een strakke en goede set. ‘Fans’ is een natte handdoek die recht op je slapen wordt gemept, ‘Charmer’ beter dan wat Pixies in Vorst zullen brengen als ze een slechte dag hebben, en ook de rest van de nummers mochten er grotendeels staan. Al slikten wij de ontgoocheling dat nummers als ‘Trani’ vervangen werden door nieuwe albumtracks weg met een paar slokken lauw bier. ‘t Was tenminste Jupiler dit jaar.

Zondag 5 juli

The Hickey Underworld (Marquee) ***

Het kan niet de meest dankbare taak zijn, op de laatste festivaldag ergens op de middag moeten openen in een snikhete Marquee. De tent was anders nog verbazend genoeg gevuld voor Younes Faltakh en de zijnen.
The Hickey Underworld opteerde resoluut voor de no-nonsense aanpak: niet te veel interactie met het publiek, snoeiharde riffs en: de beuk erin!
Zo speelden de vier met een hevige energie die ondertussen al bij geen enkele festivalganger meer te bespeuren viel. Dat ze naast hun pure, harde rock ook nog eens een kei zijn in catchy poprefreinen schrijven beweren ze met sterkhouders als ‘Mystery Bruise’ en natuurlijk ook ‘Future Words’. Om toch een minpuntje aan te halen: aan de podiumprésence van deze band kan nog serieus wat gesleuteld worden. De gitarist leek ergens aan de zijkant alleen op te gaan in zijn eigen gitaarwerk, terwijl de bassist wat beduusd naar de drummer bleef kijken, alsof hij bang was uit de maat te vallen. Ook zanger Younes wist duidelijk nog niet zo goed hoe hij met zo’n groot publiek moest omgaan, wat zich uitte in wat onwennige bindteksten. Desondanks een sterk optreden van een van de fijnste bands van de jonge Belgische generatie. (pc)

Mastodon (Main) ***1/2

Met dit viertal uit Atlanta stond er na Slayer vorig jaar alweer een metalband op een ontieglijk vroeg uur geprogrammeerd. Hoewel, metal? Op het fabeltastische ‘Crack The Skye’ jaagt Mastodon de drietand van Satan veel minder hard in de poep dan vroeger en ook tijdens hun concert profileerde de band zich meer als de stoere neefjes van David Gilmour en co dan als een stel bebaarde beukers. Jammer genoeg gingen de vocals van ‘Oblivion’ volledig de mist in, een euvel waar de band een optreden lang mee kampte. Dat verhinderde het progrockbeest ‘The Czar’ gelukkig niet om een verpletterende indruk na te laten en ook het aan Neurosis verwante titelnummer van de nieuwe plaat scheurde als een brullende tientonner. Dat de stem van Brent Hinds in ‘The Wolf Is Loose’ als de doodsreutel van een neergeknotste neandertaler klonk, namen we er dan ook graag bij. We onthouden liever de werkmansethiek en de passie waarmee Mastodon zichzelf opnieuw uitgevonden heeft zonder z’n originele mission statement te verloochenen. Dat zagen ook Cedric Bixler Zavala en Omar Rodriguez Lopez van The Mars Volta aan de kant van het podium! (sv)

Seasick Steve (Main) ****

‘Wassup, y’all?’. Meer introductie had Steve niet nodig alvorens met ‘Thunderbird’ meteen te laten weten waar hij voor stond. In zijn vertrouwde overall zag de baardige zwerver er voor niet-ingewijden uit als een curiosum tussen al dat gitaargeweld. Al snel kreeg hij echter respect en affectie van heel de weide. Het optreden leek dan misschien op een ingekorte versie van wat we eerder in de AB konden zien, we kregen een set waar weinig op af te dingen viel. Werchter ging voor de bijl toen hij zijn three string blues losliet, ook al kan je de man moeilijk van een breed muzikaal spectrum verdenken. Steve pakte de wei in, met meer rock ‘n roll en authenticiteit in zijn baard dan veel andere bands in hun hele discografie. Sing the dog house song! (md)

De Jeugd Van Tegenwoordig (Marquee) ***

Dat de Jeugd van Tegenwoordig deze zomer op zowat élk festival te zien is, leek de grote menigte niet te beletten alvast de Marquee te overrompelen voor hun passage op Rock Werchter. We konden ze alvast geen ongelijk geven: De Jeugd bouwde een van de fijnste feestjes van het hele weekend. Goed, van de vuilbekkerij in hun teksten begrijpen we zelfs live nog minder dan op plaat en bepaalde nummers leken slechts een flauw doorslagje van ‘Watskeburt’, maar daar stonden dan weer genoeg fijne nummers tegenover (‘BUMA, ‘Hollereer’) om deze set recht te houden. Ook tussen de nummers door bleven de Hollanders hun publiek entertainen met onnozele maar vaak grappige bindteksten of met een potje crowdsurfen, waar zelfs de (nogal zwaarlijvige) Willie Wartaal zich aan waagde. Toen ook Tim Vanhamel en Tom Barman zich bij het einde nog even wat kwamen belachelijk maken op (en naast), werd de prettige chaos op het podium compleet. Muzikaal niet altijd even strak, maar immer onderhoudend. Meer moest dat niet zijn, op de laatste Werchtermiddag. (pc)

The Mars Volta (Main) **

Jammer, jammer, jammer. De band rond Cedric Bixler-Zavala en Omar Rodriguez-Lopez was enerzijds zonder twijfel een van de interessantste die zondag op Rock Werchter te zien waren. Maar dat grote hoofdpodium is er niet de plek naar om geconcentreerd naar interessante muziek te luisteren. Laat er geen twijfel over bestaan: The Mars Volta is een bij momenten geniale band en Rodriguez-Lopez is een rasechte gitaarheld, maar crowdpleasen staat gewoon niét op hun prioriteitenlijstje. Naar hun normen speelden de Amerikanen nochtans een zeer gevarieerde en oerdegelijke set (we hoorden maar liefst ácht verschillende nummers). Wat we echter vooral zullen onthouden van het optreden van The Mars Volta op Werchter, is dat het publiek na drie en een halve dag drukkende hitte een uur lang van de meest verfrissende regenbui van hun leven kon genieten. Dit was de grootste misprogrammatie van het weekend, waarbij band en publiek elkaar absoluut niets te bieden hadden. Ondertussen wagen wij een nieuwe poging om het raadsel van nieuwe plaat ‘Octahedron’ te ontwarren en hopen we op een herkansing in een zaal. (md)

Kaiser Chiefs (Main) ****

Eerlijk? Vooraf stonden we écht niet te springen om na drie en een halve erg vermoeiende festivaldagen nog eens meer dan een uur met Ricky Wilson en co door te brengen. Voor de Kaiser Chiefs was het al de vierde opeenvolgende Werchterpassage, en zelfs voor de meest rabiate fans moet het ondertussen al een beetje routine geworden zijn om nog maar eens mee te brullen op hetzelfde ‘Every Day I Love You Less and Less’ als jaren geleden. Maar kijk, we stand corrected. Toen Ricky zei dat hij dit zijn beste optreden tot nu toe vond op de heilige wei, konden we hem alleen maar gelijk geven. Natuurlijk heeft een Kaiser Chiefs-optreden bij momenten meer mee van een voetbalmatch dan van een artistiek product. Maar het dolle enthousiasme van een zichtbaar verscherpte Wilson, gecombineerd met een steeds groeiende back catalogue van volkslied na volkslied, zorgde ervoor dat we al tegen het laatste refrein van opener ‘Never Miss a Beat’ toch maar weer overstag gingen. Het weze ons vergeven. (md)

Ghinzu (Marquee) ***1/2

Materiaalpech in het midden van je set, we wensen het niemand toe. Gelukkig voor de Brusselaars van Ghinzu was het keyboardseuvel na een kleine tien minuten hersteld en bleef het grote deel van het publiek trouw wachten. Dat had intussen een snedig en flitsend setgedeelte achter de kiezen van mannen die even veel cool uitstraalden als hun muziek bracht. ‘Mother Allegra’ en ‘Cold Love’ zetten de tent op stelten en ‘Do You Read Me’ werd lustig meegezongen. Ghinzu bracht de hoogtepunten van ‘Blow’ en ‘Mirror Mirror’ met stijl en toonde andermaal aan dat er naast Goose nog elektrorock op hoog niveau in dit land wordt gemaakt. (kvv)

Nine Inch Nails (Main) ****

Een schokgolf ging door de NIN-gemeenschap toen Trent Reznor enkele maanden geleden op zijn blog liet weten zijn band te zullen ontbinden. De Amerikaan zat natuurlijk nooit verlegen voor een gewaagde beslissing, en na twintig jaar achtte hij de tijd rijp voor een vaarwel-tour. Ons land werd gelukkig niet overgeslagen. Op Werchter kregen we een zeer indrukwekkend laatste optreden te zien waarbij uit zijn hele carrière werd geput. Van de nostalgie bij ‘March of the Pigs’ was het maar een kleine stap naar een recent hoogtepunt als ‘Survivalism’. Zonder veel show en belegen bindteksten was NIN een fysieke aanval op ons gestel, en een eervoller afscheid van de band op het allerhoogste schavotje konden we ons moeilijk voorstellen. Reznor is te veel een rasartiest om niet snel terug van zich te laten horen, maar voordat het zover is, was dit een waardig slotakkoord van een fantastische band. (md)

Metallica (Main) ***

Ze hebben er ons opnieuw meer dan een lustrum op laten wachten, maar het nieuwe ‘Death Magnetic’ is zonder twijfel het beste Metallica-album in tijden. Ons respect voor de Four Horsemen, dat na het wel heel middelmatige ‘St. Anger’ en de ontluisterende rockumentary ‘Some Kind of Monster’ een dieptepunt had bereikt, was plots terug van lang weggeweest. Hun zesde Werchterpassage (de vierde op zeven edities) had opnieuw een massa volk in spuuglelijke bandshirts naar het festival gelokt. Dat publiek kreeg waar het voor kwam: meer dan twee uur lang maakte Metallica een zegetocht langs oude en nieuwe hits. Erg subtiel was het uiteraard allemaal niet, en de obligate ‘METALLICA LOVES YOU, BABY!’-intermezzo’s waren natuurlijk ook weer van de partij. Nieuwe nummers als ‘The Day that Never Comes’ klonken meteen nog overtuigender dan op plaat, en pasten naadloos in de set. Grote risico’s hoef je bij Metallica echter niet te verwachten. Metallica is even onlosmakelijk verbonden met Rock Werchter als de bomen op het terrein, de kraampjes op de Haachtsesteenweg en de overvliegende Boeings. Iedereen wist wat er ging komen, Hetfield en zijn maats waren nogmaals oer- oerdegelijk, en voor een controversieel optreden was er nog altijd Regi’s World in de Pyramid Marquee. (md)

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 16 =