Great Lake Swimmers :: Lost Channels

De zaadjes country die Great Lake Swimmers op Ongiara reeds had geplant, komen op Lost Channels, zijn vierde langspeler, verder tot bloei. De grote doorbraak wenkt.

Na de warm onthaalde voorganger Ongiara kleuren Tony Dekker en trawanten hun songs dus nog een stuk voller in. Al van bij opener "Palmistry" (prominente drums, gezwinde gitaren, strak tempo en simpel meezingbaar refrein) wordt duidelijk dat Great Lake Swimmers de evolutie voortzet die op zijn eerdere albums merkbaar was.

Vertoonden het titelloze debuutalbum en Bodies And Minds immers nog breekbare, zeg maar poreuze beenderen, dan had Ongiara al een steviger skelet. Op Lost Channels lijkt Great Lake Swimmers stilaan tot volle wasdom te komen. Het geraamte is nog steeds niet robuust, maar songs als "Pulling On A Line" (tevens de eerste single), "Everything Is Moving So Fast" (de perfecte katersong) en het exquise "She Comes To Me In Dreams" staan erg stevig op hun benen. Als die evolutie zich voortzet, maakt Great Lake Swimmers over tien platen misschien wel een eigen Re-ac-tor.

Al zien wij in zanger Tony Dekker niet meteen een fan van de elektrische Neil Young. Daarvoor is zijn eigen stem te fragiel en neigt de begeleiding nog te zeer richting pure folk en country: banjo, contrabas, hier en daar (het fraaie "The Chorus In The Underground") strijkers en één song (al kan je "Singer Castle Bells" bezwaarlijk een song noemen) is zelfs niets meer dan luidende kerkklokken.

Naar analogie met de wolf in het sprookje De wolf en de zeven geitjes, zou je Dekker er van kunnen verdenken ooit een flinke portie krijt ingeslikt te hebben. Zo kwinkelerend klinkt zijn stem namelijk. Onwezenlijk, sprookjesachtig of magisch zijn trouwens vaak gebruikte adjectieven om Great Lake Swimmers te omschrijven. Ook Lost Channels doet weer dromen van vervlogen tijden, van een ongerepte wereld waar meren nog niet tot op de bodem vervuild zijn, en de meisjes even lieflijk zijn als ze eruitzien.

In zijn teksten heeft Dekker het vaak over de — doorgaans wilde en ongerepte — natuur. Dekker is dan ook volbloed Canadees. Op Ongiara culmineerden die groene vingers in het bloedmooie, door merg en been gaande "Changing Colours", een lofzang op — godbetert — de bladeren van een boom. Het mag dan ook verbazen dat op Lost Channels een song staat met als titel "Concrete Heart". Meer nog, het nummer blijkt te zijn geschreven voor een architectuurproject in Toronto. Qué?

Niettemin trok de groep voor de opnames van Lost Channels naar The Thousand Islands, een archipelregio langs de Amerikaans-Canadese kust in de St. Lawrencerivier. De albumtitel is bovendien afkomstig van een arm van de St. Lawrencerivier waar in de 18e eeuw een boot op mysterieuze wijze zou zijn verdwenen.

Die geïsoleerde sfeer is vooral te horen op de intieme songs aan het gaatje. "River’s Edge" is kaal en beklijvend. Maar het is vooral "Unison Falling Into Harmony" dat na iedere luisterbeurt dichter tegen onze ribben kleeft.

De experimentele koers van die andere Neil Young-epigonen Wilco zal Great Lake Swimmers allicht nooit varen, maar met zijn vierde album doet Tony Dekker een —voorzichtige — poging tot vernieuwing. Tussen de voortdurende stortvloed aan nieuwe releases is Lost Channels een plaat die gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien. Doe dat uzelf niet aan.

Spelen op 16 mei op Les Nuits Botanique, samen met geestesgenoten The Acorn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 7 =