White Lies, Botanique :: 14 maart 2009

In januari nog het speeltje van de hippe vogels, nu alweer bijna vergeten: White Lies. De band heeft het dan ook zelf gezocht: debuut To Lose My Life… is niet de instant-classic waar het her en der voor versleten werd. Gelukkig blijkt het trio op het podium wel te kunnen overdonderen.

Hypes en hoe er mee om te gaan. Begin van het jaar sloeg “Death” van White Lies in als een bom. Het op de moderne cold-wave van Editors geënte geluid van de single was niet van de radio weg te branden. En daar viel zeker wat voor te zeggen; de tweede single van White Lies was immers catchy, meezingbaar en had tegelijk dat tikkeltjes duisternis in zich dat maakte dat “Death” niet in wegzonk in de poel van vrolijke popsingles. De buzz rond de band nam indrukwekkende vormen aan toen halverwege januari debuutalbum To Lose My Life… verscheen. De weerklank die de plaat teweegbracht, leek echter niet in verhouding te zijn met de kwaliteit. To Lose My Life klonk zeker niet slecht, maar amper twee maanden later blijkt de houdbaarheid van het album behoorlijk beperkt. Het aantal draaibeurten dat To Lose My Life nog krijgt, is tegenwoordig zowat nihil, laat staan dat de plaat op zulke momenten nog veel enthousiasme opwekt.

Met een bang hartje naar een afgeladen Rotonde dan maar, waar het voor White Lies erop of eronder zal worden. Openingsnummer “Farewell To The Fairground” geeft de indruk dat het eronder wordt. Het trio lijkt niet op scherp te staan en de stem van frontman Harry McVeigh heeft verre van de impact die ze op de plaat heeft: waarom heeft die man plots een hoge stem? Doch, “Farewell To The Fairground” blijkt een schoonheidsfoutje en wanneer “To Lose My Life” vervolgens weerklinkt, zijn McVeighs ballen ingedaald, met een merkbaar effect op de overtuigingskracht van 's mans stem.

Plots wordt weer duidelijk waarom White Lies enkele maanden geleden zo’n impact had. Wanneer de band zijn best doet, is het resultaat overrompelend. En even plots wordt ook duidelijk dat de nummers op To Lose My Life… wel degelijk ijzersterk kunnen zijn, als ze maar met de nodige bezieling gebracht worden. Waar “Unfinished Business” op plaat na verloop van tijd zowaar belegen begint te klinken, geeft White Lies het op het podium de onderhuidse spanning die het nummer verdient. Hier is geen plaats voor gekabbel, White Lies speelt een versie die door merg en been gaat, niet in het minst door de geladen gitaarlicks van McVeigh.

White Lies blijkt er live zowaar te staan, en geen klein beetje, maar of dat genoeg is om de band tot revelatie van het jaar uit te roepen, is maar de vraag. Als het publiek er door McVeigh bovendien fijntjes op gewezen wordt hoe gelukkig het zichzelf mag prijzen zijn band in zo’n kleine zaal aan het werk te zien, dan is het moeilijk om niet lacherig te doen over dit nieuwe talent. Maar in een vlaag van ernst kan niet ontkend worden dat White Lies op het podium wel kan wat het op het debuut niet voor elkaar kreeg: bezield uit de hoek komen. Zelfs al fungeert “Death” als obligate afsluiter, dan nog weet de groep van zowat het begin tot het einde de aandacht van de toehoorders vast te houden. De nieuwe U2 is White Lies nog niet, maar kom: nu de songs live helemaal uit de verf kwamen, kan besloten worden dat White Lies een en ander in zijn mars heeft. Hopelijk mag dat in de toekomst ook op plaat blijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zes =