Kyte :: Kyte

Er was eens…. zo moet het verhaal op basis van de muziek van Kyte beginnen. Als een sprookje.

Er was eens een meisje dat door iedereen Roodkapje werd genoemd omdat ze altijd een rood kapje droeg. Op een dag werd ze door haar moeder naar haar oma gestuurd…

Nah. Niet zo één.

Er was eens een ezel die wegliep van zijn eigenaar. "In Bremen kon hij wel stadsmuzikant worden," dacht hij. Onderweg zag hij een hond liggen, helemaal buiten adem. "Ik ben al oud" zei de hond, "en ik kan niet meer mee met mijn baas op jacht." "Kom met me mee. We worden stadsmuzikanten in Bremen." zei de ezel…

Dat zéker niet.

Er was eens een meisje dat op blote voetjes, paars van de kou, door de sneeuw liep. Het was oudejaarsavond en ze was zwavelstokjes aan het verkopen. Ze had nog helemaal niks verkocht en haar vader zou haar slaan als ze naar huis ging. Ze had geen moeder meer, die was jaren geleden overleden.

Zo dramatisch hoeft nu ook weer niet.

Dit dan maar?
Er was eens een Chinese keizer die erg verdrietig was. Zijn wachter maakte misbruik van die situatie, maar Kleine Li zorgde voor redding. Met haar vlieger overwon ze vele hindernissen en uiteindelijk wist ze de keizer op te vrolijken. Er dreigde echter nog meer gevaar….

Ja. Zo’n sprookje is het. Een beetje episch, heel erg mooi, maar op de achtergrond blijft altijd een zekere dreiging hangen. Natuurlijk hebben we zoiets elders al weleens gehoord. We denken dan vooral aan de epische grandeur van Sigur Rós en het bedje indietronica dat daaronder wordt gespreid. Hoewel we in "Boundaries" echo’s uit de postrock horen in de sfeervolle, dromerige aanpak, is die genrenaam zelf absoluut niet toereikend om Kyte te omschrijven..

Shoegazing is het ook niet. Daarvoor zijn de gitaarwolken niet indrukwekkend genoeg en blijft de song te veel de bovenhand houden: dit gaat niet om "wie kan het meeste lawaai uit zijn pedaaltjes halen?". Daarvoor is er A Place To Bury Strangers. Meer nog dan om de sfeer draait het bij Kyte zoals gezegd om echte songs: dingen met een kop en een staart, strofes en refreinen, poten en oren. Je hoort dat achter deze songs vakmanschap schuil gaat en dat de muzikanten weten hoe "mooi" moet klinken als het op noten wordt gezet.

In "Planet" moeten we nog denken aan het meest introspectieve van Secret Machines, twee nummers verder is dat alweer helemaal weg; dan herinnert de elektronica van "Sunlight" meer aan Styrofoam of The Postal Service. Daarbovenop brengt de zang van Nick Moon al eens de zachte croon van Death Cab For Cutiefrontman Ben Gibbard in herinnering. Mooi droomnummer, dit.

"Home" is misschien een iets te uitgesponnen instrumentale mijmering, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door "Ghosts". "Secular Ventures" krijgt hulp van een wolkje plastieken strijkers waarbij je vooral hoopt dat de band snel het budget voor echte heeft. Deze groep hoeft van Sigur Ròs immers nog maar weinig lessen te krijgen als het gaat om hymnes. Afsluiter "These Tales Of Our Stay" gaat helemaal de epische toer op met bijna negen minuten die van ambient sfeergeluiden uitbouwen tot een finale vol dromerige synths en tinkelende xylofoonklanken.

Ergens op het internet noemde iemand Kyte het beste dat uit Leicester is gekomen sinds Prolapse. Dat is een mager compliment en het doet vermoeden dat Kyte zowat het beste is dat uit dat provinciestadje is gekomen, ever. Zo bewijst bonustrack "They Won’t Sleep", die we telkens weer met plezier op repeat zetten. Want zoals dat gaat met goeie sprookjes: je raakt ze nooit beu.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =