Pukkelpop 2008 :: Beats & Pieces, Zaterdag 16 augustus

Het aftellen is begonnen. Naar het vuurwerk, het eigen bed, ja, naar een echt toilet. Maar niet zonder eerst nog eens de ultieme energie-test te doen: al dansend de laatste festivaldag door.

Trash? Zo voelen we ons vandaag wel, ja, en The Whip heeft dan ook geen moeite om ons te doen dansen. As electrorock goes, is dit van de efficiëntste soort, en je danst nog voor je het beseft. The Whip bouwt een klein feestje op dit vroege uur en al lang voor dat geweldige "Trash" weerklinkt, staat het volk uitvoerig te shaken. Leuk!

En dan de overtreffende trap van leuk in de Dance Hall: Girl Talk kampt met een jetleg en adhd, wat op een podium niet noodzakelijk een slechte combinatie is, zeker niet wanneer er niet meer hoeft te gebeuren dan twee plaatjes in elkaar te mixen. Waar dat doorgaans visueel een vrij tot zeer saai gebeuren is, Gregg Gillis gooit zich helemaal in zijn set, waarbij de extatische Amerikaan op het podium in geen tijd het gezelschap krijgt van een flink aantal dansende toeschouwers. Beats en gitaren gaan hand in hand en het qua aanstekelijkheid blijkt Nirvana’s “Negative Creep” niet te moeten onderdoen voor “Crazy In Love” van Beyonce. Dat Gillis daarbij net niet full monty gaat, draagt alleen maar bij aan de feestvreugde.

Meer ingetogenheid is te vinden in de Club. Two Gallants staat voor de derde keer in geen jaar tijd op een Belgisch podium en daarbij lijkt gewenning stilaan op te treden. Met nummers als het bloedmooie “Las Cruces Jail” tonen Adam Stephens en Tyler Vogel dat ze waardige erfgenamen zijn van het soort authentieke Amerikaanse muziek dat uit de grond gestampt werd door Bob Dylan en Johnny Cash. Maar daar ligt dan ook net het pijnpunt: hoe mooi en overrompelend dit ook is, in een witte tent bij klaarlichte dag komt deze schoonheid niet volledig tot zijn recht.

Waarna we in Club kunnen blijven hangen om reihalzend uit te kijken naar Yeasayer. Hun All hour cymbals is het beste album uit 2007 dat we pas in 2008 ontdekten en zelfs met een zieke zanger wisten ze enkele maanden geleden aardig te bekoren in de AB club. Een uitstekend in vorm zijnde groep wordt echter (nog maar eens) de nek omgedraaid door een geluidsmix waarin de subtiliteit en gelaagheid die het album zo genietbaaar maken, verloren gaan. Songs als “Red Cave”, “Sunrise” en “2080” blijven ook met een iets steviger en minder psychedelisch jasje overeind en worden door een redelijk gevulde tent op uitbundig gedans onthaald. Het nieuwe werk doet overigens uitkijken naar een nieuw album en live-revanche.

Wie is er een beter voorprogramma voor het grote sprookjesbos van Sigur Rós dan Alela Diane? Joanna Newsom misschien, maar vriendin en dorpsgenote Alela Diane kon zich gemakkelijk met haar rustige, simpele folk van deze taak kwijten. In al haar eenvoud en bescheidenheid wist Diane de club moeiteloos in te pakken. Opener “Clickety Clack” klonk loepzuiver en wanneer haar vader bij het derde nummer het podium betrad om haar op gitaar en banjo te begeleiden, had ze al twee huwelijksaanzoeken achter de rug. Het vele touren maakte van Alela Diane een volwaardige, krachtige podiumact, wat bij haar eerste Belgische doortocht wel wat anders was. Naast nummers uit The Pirates Gospel bracht ze ook nummers uit onuitgegeven ep’s of sessies, zoals “White As Diamonds”, “Tatted Lace” en “Dry Grass And Shadows”, minstens even sterk materiaal dat snel zijn weg buiten het internet moet vinden. Waarom een vracht zelfingenomen tienermeisjes uit een Leuvens koor de twee laatste nummers (“Pieces Of String” en “The Pirates Gospel”) zo nodig moesten komen opsmukken is een raadsel. Hun ambities leken eerder naar een Miss-verkiezing te neigen dan naar een muzikale carrière. En zo vonden we een nieuw werkpunt voor Alela Diane: veel haar op de tanden kweken om gluiperige koorleiders te snel af te zijn. Doen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =