Denmark’s got talent :: De SPOT-tapes

Afgaande op de staalkaart die SPOT bood, zijn jonge Deense bands vooral braaf, vaak een heel klein beetje saai en hebben ze een zware fixatie op de jaren tachtig. Momenten genoeg echter, waarop we toch internationale kwaliteit ontwaarden of minstens een paar goeie songs hoorden. Een overzicht:

Monkey Cup Dress — of het duo Sidse Holte en Line Felding — bespeelt het hele spectrum tussen het rauwe van PJ Harvey en de jazzy folk op zijn Joni Mitchells. Met hun knappe songs en bijna ABBA-achtige samenzang weten ze een intieme en subtiele klanksfeer te creëren waarin het omineuze en manische van Monsoon wordt afgewisseld met gespeelde onschuld als “Honolulu”, dat ons nog urenlang door het hoofd zal zingen. Bij Monkey Cup Dress krijgen we voor het eerst het gevoel dat we dicht bij Een Ontdekking staan. Het is op momenten als deze dat SPOT zijn naam waar maakt.

Worden door het publiek ingehaald als helden: het lokale Veto. Deze groep danst op het populaire randje tussen electro en rock en doet dat met succes. We horen invloeden van The Cure en LCD Soundsystem en veel eightiesbliepjes tot een dampende mix gebald. Baardige frontman Troels Abrahamsen leidt de band nu eens de dansrichting op, dan horen we iets meer een rocksong, maar het resultaat is telkens opnieuw feest in het publiek. Veto heeft duidelijk al wat opgebouwd in Denemarken; het buitenland kan alleen maar nadrukkelijk wenken nu.

Men Among Animals komt op met “Somewhere Over The Rainbow” en bouwt vervolgens een fuifje met speelse en uitzinnige nummers die het midden houden tussen Beach Boys en een vrolijke fanfare. De heerlijk gestoorde pop van “Slow Years” en “Cavaliers” zorgt ervoor dat gedachten aan Flaming Lips nooit ver weg zijn, maar ook de vreugde van een I’m From Barcelona komt in herinnering. Toch is Men Among Animals gelaagder dan die laatsten, met toetsen, bellen en zelfs een theremin. Voor een prettige cover van Talking Heads’ “Psycho Killer” mogen er nog wat extra blazers bij. Naar België te halen en snel!

Hinken op twee benen: dat is de hobby die Le Fiasko met veel overtuiging beoefent. De groep rond leden van Under Byen en Choir Of Young Believers begint met ontspoorde nachtclubjazz en eindigt met regelrechte pop. Daartussenin ontwikkelt de groep een warm, organisch geluid dat af en toe niet vies is van de zucht naar climax die postrock kenmerkt. Een echte plaat is nog niet uit en dat is goed: deze groep heeft nog even tijd nodig om te bepalen welke richting het uit moet. Toch: in de gaten te houden.

Blue Foundation heeft dezelfde evolutie doorgemaakt als Portishead: ooit maakten ze archetypische triphop, maar ondertussen is het geluid donkerder en urgenter geworden. Frontvrouw Kirstine Stubbe Teglbjaerg neemt haar bandleden mee op een ongedurige en intense trip die het wat cleane van hun platen ver achter zich laat. Dit is muziek die de designinterieurs al lang achter zich heeft gelaten en — ver van de marketinglui — de echte wereld in de ogen kijkt. We horen flarden Archive en M83, een zucht Mew, maar vooral een band die zijn spacey geluid blijft bijstellen en die blijft zoeken naar vernieuwing. Blue Foundation leverde een erg klassevol optreden: dit was àf; van een internationaal niveau.

Samengevat komt dat vijf keer neer op “onthouden, die handel”. En daar is zo’n showcasefestival als SPOT dan ook interessant voor: nieuwe namen oppikken, lokaal talent met potentieel zien, maar je moet daarvoor wel je weg banen door een slechte Soulwaxcloon, een Arctic Monkeys-broertje, en een stoere Deense rap. Maar dan nog: vijf bands op dik twintig is een mooi resultaat: er schuilt wel degelijk heel wat talent in Denemarken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =