Alexander Tucker :: Portal

Hoewel de natuur vreemde en prachtige dieren voortbrengt, haalt ze het nog steeds niet van de fabeltastische creaturen die de middeleeuwse werken sieren. Zo goed als alle middeleeuwse biologen en illustratoren vertrokken van halfbakken observaties en overlevering bij het schrijven en kopiëren van hun werken.

Vanuit wetenschappelijk oogpunt gezien zijn die geschriften (behalve dan vanuit historisch oogpunt) waardeloos, maar de fantasie en verbeeldingskracht die uit de beschrijvingen en beelden spreekt, blijft ongeëvenaard. De realiteit vormt de basis waarmee de menselijke geest aan de haal kan gaan om een geheel nieuwe wereld te creëren. Het is niet geheel onlogisch om bij de vreemde walvis die Alexander Tuckers derde plaat siert spontaan aan de middeleeuwse wereld te denken, want hier is een dier te zien dat met een been (of vin) in de realiteit staat die we kennen, en met het andere been in een wereld van ideeën en verzonnen verschijningsvormen.

Een vergelijking overigens die ook van toepassing is op zijn muziek, want die is net zo goed een kind van beide werelden. Op Portal, zijn derde plaat, blijft hij experimenteren met (akoestische) gitaren, loops, nauwelijks hoorbare elektronica en zijn spookachtig stemgeluid. Met Jim O’ Rourke heeft hij niet alleen een voorliefde voor het onorthodoxe gitaarspel gemeen maar ook de neiging om niet voor de hand liggende songstructuren toe te passen in de nummers. Toch blijft het gevaar voor foute vergelijkingen reëel, want de verschillen tussen beiden zijn net zo groot als de gelijkenissen. Tucker bijvoorbeeld gaat veel meer als een componist pur sang te werk.

“Bell Jars” legt verschillende gitaarlijnen op elkaar waarbij akoestische gitaren de gids vormen tegen een wazige muur van elektrische gitaren. Strijkers en percussie onderstrepen het compositorische karakter van het nummer dat afwisselend als een moderne compositie en een intrigerende folk/rocksong wil klinken. In “Omnibaron” zijn gelijkaardige geluiden op te vangen, al kan hier veel meer van een rechttoe-rechtaan song gesproken worden. In het bijzonder de spookstem van Tucker verleent het nummer zijn cachet.

In “Another World” wordt gekozen voor een folk/blues-invalshoek, ditmaal wordt een akoestische gitaar gekoppeld aan een aardser klinkende Tucker wiens onheilsstem wel verbonden is met de wereld der geesten maar niet langer daar vandaan komt. Dat er halverwege het nummer toch een bed van gitaarnoise gespreid wordt, stoort niet. Het knappe gitaarspel in “Veins To The Sky”, inclusief een etherische zang en doemorgel, roepen beelden op van een Britse Six organs of admittance die zich in een andere folkwereld verdiept heeft. Het in crescendo overslaande “Here” deelt Ben Chasny’s fascinatie voor de sjamanistische kant van de muziekbeleving. Als in een mantra worden de gitaarmelodieën en de zang herhaald.

Ook “Poltergeists Grazing” heeft Tucker duidelijk andere plannen. De stem is ditmaal de dragende kracht die samen met de akoestische gitaar tekent voor wat wel eens de meest eenduidige song van de plaat zou kunnen zijn. “Husks” kan als een concurrent beschouwd worden, in zoverre men zich niet afschrikken laat door de dromerige, herhalende melodie (John Fahey/Jack Rose light) en (opnieuw) geritualiseerd gezang. “Energy For Dead Plants” laat verrassend genoeg als enige stem en gitaar achterwege ten behoeve van strijkers en percussie. Alsof Tucker bewijzen wil dat elk element op deze plaat voldoende is om een song te creëren.

Hoewel het avantgardische karakter van het album niet ontkend kan of mag worden, is Portal ook een opvallend toegankelijke plaat geworden die de luisteraar niet onmiddellijk de stuipen op het lijf wenst te jagen, maar hem eerder met zoetgevooisde woorden binnen wil lokken in deze vreemde wereld. Zoals het spreekwoord al zegt, vangt men immers meer vliegen met honing dan met azijn. Moge de zoetgevooisde middeleeuwse verbeelding van Portal u wel bevallen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + twee =