James :: Hey Ma!

Lap, nogmaals een reünie op ons bord: na een paar jaar een glansrijke acteercarrière en een weinig succesvolle solocarrière te hebben uitgebouwd, vond Tim Booth immers de weg terug naar het oude nest James. Daar werd hij vurig aan oude boezems gedrukt en vonden de muzikanten elkaar terug. Hey Ma klinkt alsof James geen dag uit elkaar is geweest en zo is het goed.

Ze meenden het nochtans met die split. Na twintig jaar en almaar dalende verkoopscijfers was het genoeg geweest met James. Zanger Booth wilde andere wegen bewandelen en eind 2001 werd een uitgebreide afscheidstour gehouden. In Groot-Brittannië, wel te verstaan, Europees heeft de groep nooit iets voorgesteld. De achterblijvende muzikanten beloofden nog wel om met een andere zanger verder te gaan, maar gelukkig ging dat plan nooit door. Een charismatische frontman vervang je immers niet zomaar.

Booth ging scenario’s voor televisie schrijven en begon met veel succes zelf te acteren. Toch bleek het muzikantenbloed te kriebelen met het middelmatig-tot-uitstekende Bone uit 2004 als resultaat. Daarop bleek echter dat Booth zich ondanks wat meer op groove gebaseerde nummers toch nooit zou kunnen losmaken van het James-geluid en hij moest dus zijn conclusies trekken. Toen tijdens een eenmalige jam met bassist Jim Glennie en gitarist Larry Gott in november 2006 meteen nieuwe songs ontstonden, was één en ander snel beklonken. Na een nieuwe Best Of en bijhorende tour later — in de originele bezetting die succesalbums Gold Mother en Seven schreef — is er nu eindelijk ook nieuw materiaal.

“I’m alive”: Booth zweeft — de armen wijdopen flapperend als vanouds — al in opener “Bubbles” en ook single “White Boy” laat horen dat de groep geen spat veranderd is. Nog steeds bouwt de groep zachtjes op tot epische proporties, om bij het eerste refrein volledig van de grond los te komen. Hoogtepuntje en schoolvoorbeeld? Het breed uitwaaierende “Oh My Heart”, waarin Booth nog eens helemaal in overdrive gaat en de groep met zich meesleurt en niemand meer dan trompettist Andy Diagram die op Hey Ma alomtegenwoordig is.

Met een refrein als “Hey Ma, the boys in bodybags coming home in pieces” bevindt Booth zich op vertrouwd geëngageerd terrein; van hem kon vroeg of laat een antioorlogssong verwacht worden. De band antwoordt puik met een geïnspireerde melodie. Al kan Booth ook al eens silly worden: “my mum says I look like Yul Brynner/too old for Hamlet, too young for Lear'' beweert hij in “White Boy” met uitgestreken gezicht, dat van ons houden we nauwelijks in de plooi. Nog sterk werk is er met “Waterfall”, ongetwijfeld een toekomstige livefavoriet en een sterk argument om de groep eens over het water te lokken.

Doén, zouden we zo zeggen, want Hey Ma — opgedragen aan hun oude Factory-platenbaas Tony Wilson trouwens — telt meer knallers dan de laatste twee studioalbums samen. “Boom Boom” is er bijvoorbeeld weer zo eentje. Wat opvalt: meer dan het stadiongeluid van Gold Mother (met hit “Sit Down”), koos de groep als blauwdruk het experimentelere Laid dat de groep in 1993 met Brian Eno opnam. Fait divers: de groep gebruikte voor de opnames in een afgeleefd Frans château enkele technieken die hij hen toen heeft aangepraat. Met goed gevolg, overigens: dit is een groep die haar zoveelste adem heeft gevonden en er opnieuw voor even tegen kan. “This is what we do. This is what we love”, aldus Booth in het cd-boekje. Daar hebben wij niets meer aan toe te voegen; ook wij zijn hier gek op. Feest!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 8 =