Blood on the Wall :: Liferz

Social Registry, 2008

Beschuldigt u sommige vrienden of kennissen er wel eens van ‘zo
nineties’ te zijn? In de muziekwereld zijn dit soort verwensingen
schering en inslag, of ze nu terecht zijn of niet, en eigenlijk
gaat het in de meeste gevallen niet eens om een aantijging. Zo heb
je bands of artiesten die er naar streven om als synth-punkgroepjes
uit de late jaren ’70 te klinken, terwijl deze in een stoffige club
in Franstalig Canada voor een horde zombies staan te spelen (zie:
Teenager Panzerkorps), en geloof ons maar vrij als we stellen dat
dit niks met de eigenlijke collectie opnameapparatuur van de bands
in kwestie te maken heeft. Daarnaast zijn er natuurlijk de obligate
‘hij klinkt als Neil Young’ / ‘zij klinkt als die dolle
Krezip-zangeres met een emmer over het hoofd’-motiefjes, iets waar
weinigen van gevrijwaard blijven (zo hebben we meteen de dagelijkse
mea culpa gehad).

Wel, misschien is het u al opgevallen, maar Blood on the Wall, dat
beruchte drietal uit Brooklyn, New York, heeft zichzelf voor eeuwig
en altijd de disputabele eer voorbehouden vergeleken te worden met
iconen uit de betere rockmuziek circa 1986-1993. We gebruikten het
woord ‘disputabel’, omdat men net zo goed de vraag kan stellen of
Brad en Courtney Shanks ook maar enigszins integer zijn in wat ze
doen. Maar muziek hoeft niet als een complottheorie uiteengerafeld
te worden, vooral als de band in kwestie zichzelf niet al te
serieus neemt.

Blood on the Wall, dus. Deze Brooklynites zijn ondertussen al aan
hun derde plaat toe, en er is al een hele weg afgelegd. Daar waar
ze bij hun titelloze debuut eerder klonken als een lusteloze meute
indie-pubers met een voorliefde voor Modest Mouse, zijn ze
zich stilaan gaan concentreren op het maken van geleidende,
opzwepende (art-)punk en plezierige crossover-rock. Opvolger
‘Awesomer’ biedt dan ook de blauwdruk voor wat we op ‘Liferz’ mogen
verwachten, al valt het op dat Blood on the Wall sinds 2005 nog dat
tikkeltje ruwer en geconcentreerder geworden is. Het resultaat is
een compacte en bloedstollende indie-rock.

Vreemd genoeg moeten we wel een teleurstellende opener slikken,
want ‘Hibernation’ doet zichzelf alle eer aan door de luisteraar
danig in slaap te wiegen, ritme en striemende riffs ten spijt. De
schuldige is hier vooral Brad Shanks, die verrast door vocaal
lethargisch uit de hoek te komen, iets wat op de overige tracks
nooit een probleem lijkt, om niet te zeggen dat iets verder wel
eens durft overdrijven. Combineer dit met een wat mindere
productie, en je hebt een track die in alle opzichten ondermaats is
vergeleken met de andere nummers. Bij ‘The Ditch’ mag zuster
Courtney het voortouw nemen, waarbij ze er op schrikwekkende wijze
in slaagt Kim Gordon te imiteren. Haar sterkste prestatie volgt
twee nummers later, wanneer ze, ondersteund door een stevige
baslijn à la Guided by Voices, de zaken op fluwelen wijze aanpakt
met ‘Lightning Song’. Ook dit nummer had net zo goed op een Sonic
Youth-plaat kunnen staan, maar zo valt een mens natuurlijk in
herhaling.

‘Go Go Go’ en ‘Rize’ geven Courtney Shanks de kans om wat te zingen
en te schreeuwen over tienerproblemen. Daar zat u vast ook op te
wachten. Alcoholmisbruik en seks op het toilet, daar zal het wel op
neerkomen, daar hebben we lyricscafe.com niet voor nodig.
Ondertussen maakt broeder Brad zich op voor zijn belangrijkste
wapenfeit. Op ‘Sorry Sorry Sarah’ gaat hij tekeer als een jonge
Frank Black die net de jumpstyle-en-red-bull-formule ontdekt heeft,
om dan over te stappen op de betere punksentimenten met het
vernietigende ‘The X’. Courtney (hebben we u verteld al dat ze
basgitaar speelt?) voegt er nog een kort, krachtig riot
grrrl-manifest aan toe met ‘Turn Around, Shut Up’. En zo bent u al
bijna door de plaat heen, beste vrienden.

Afsluiter ‘Acid Fight’ mag dan wel twee minuten te lang duren, het
blijft wel een komische tempowissel, met een manische Brad Shanks
die klaarblijkelijk een slechte trip doormaakt (‘I don’t know
what it is / but I know it’s in my face’
). Het is een
degelijke afsluiter voor een oerdegelijke plaat, een plaat die mede
dankzij zijn compacte vorm een vluchtige en erg plezierige
herinnering nalaat. We hoeven het niet te hebben over meesterschap,
monumentale platen of ‘luminairen’ als we over Blood on the Wall
spreken. Deze jongelingen zijn er voor uw plezier, maar vooral ook
voor zichzelf, en dat moet waarempel ook eens kunnen.

http://www.myspace.com/bloodonthewall

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =