The Golden Years

Sportpaleis, Antwerpen, 8 december 2008

Dat de gouden jaren van de rock- en popmuziek al even achter ons
liggen, hoef je niet te vertellen aan die mensen die nostalgisch
terugdenken aan de jaren zestig en zeventig, toen rock nog rock was
en Elvis nog ademde. Voor hen, maar ook voor iedereen die jonger is
en graag in het verleden grasduint, was er voor de negentiende keer
‘The Golden Years’, een ‘Night of the Proms’ voor verzamelaars van
de Prehistorie-boxen. Op dezelfde locatie, met dezelfde
presentator.

De Britse zanger Alvin Stardust mocht de avond in
gang zingen en bracht het publiek vanaf de eerste noot in de juiste
stemming met een cover van Eddie Cochrans ‘C’mon Everybody’. Alvin
Stardust is zijn glitterperiode nog niet ontgroeid: zijn lederen
broek zit hem nog steeds als gegoten en zijn hits klinken na 30
jaar nog iedereen bekend in de oren. Vooral tijdens zijn nummer
1-hit ‘Pretend’ schudde het publiek van links naar rechts en werd
op het middenplein menige vrouw door haar partner
rondgespind.

Voor The Tremeloes was het de tiende keer dat ze
op het podium van The Golden Years stonden en daarvoor werden ze
letterlijk in de bloemetjes gezet. Ook zij brachten een selectie
van hun grootste hits en gingen met ‘Silence is Golden’ de
kersttoer op. Deze sixties klassieker reduceerden ze tot de meest
eenvoudige versie, begeleid door een enkele gitaar.

Middle of the Road bewees het waard te zijn dat
een muziekgenre naar hen vernoemd is. De aanwezigen die er op dat
moment nog beteuterd bijzaten, werden meteen opgebeurd door deze
Schotse band en hun happy music. Iedereen zong mee, en intermezzo’s
als “only the girls, only the gentlemen, and everybody one more
time”
waren dan ook niet vreemd. Het was wel jammer dat de
stem van zangeres Sally Carr de tand des tijds niet volledig
doorstaan heeft. Op haar 62ste klonk ze op sommige momenten meer
als een heks dan iemand die miljoenen albums heeft verkocht. De
sfeer zat er echter zo goed in, dat niemand haar dat kwalijk
nam.

Ook Dave Edmunds had tijdens zijn ‘Queen of
Hearts’ wat last van stemproblemen, maar dat loste hij heel leuk op
door even naar zijn keel te grijpen en er een “woew” uit te slaan.
Groot gemis tijdens zijn set was het nummer ‘Girls Talk’, toch wel
een van zijn bekendste hits.

The Rubettes hebben na 30 jaar nog steeds dezelfde
stylist in huis. Ook in Antwerpen stonden ze er met hun typische
witte, oversized jasjes en petten. Dat hun muziekin het collectief
geheugen staat gegrift, werd in het Sportpaleis bewezen. Iedereen
zong de hits mee van begin tot einde. En wie bij het horen van de
groepsnaam niet meteen een lied kon plaatsen, ging spontaan mee
rechtstaan en meehuilen tijdens ‘Sugar Baby Love’. The Rubettes
gingen tijdens hun set twee maal experimenteren. De eerste keer
gingen ze, zoals ‘Barbara Ann’ en ‘Happy Days’, de Voice Male-toer
op door enkele bekende hits a capella te coveren. Hun tweede
experiment bestond uit een percussieset waarin de 4 bandleden het
publiek entertainden met opzwepende ritmes. De grote vraag die
achter deze set bij de muziekkenners bleef hangen, is waarom ze in
de jaren ’70 steeds playbackten en tóch zo goed live kunnen
zingen.

Chris Norman bracht tijdens The Golden Years zowel
covers, hits van toen ie in de band Smokie speelde en muziek die
hij zelf graag hoort. En wat heeft die kerel een goede smaak:
‘Sledgehammer’ van Peter Gabriel en ‘My Sharona’ in één medley, ik
werd er even wild van. Van de band Smokie mochten de hits ‘Needles
& Pins’ en ‘Alice’ zeker niet ontbreken. En, hoe kan het ook
anders, het publiek schreeuwde luidkeels “Who the fuck is Alice”
mee.

De rockers van The Sweet zien er anno 2007 iets
mannelijker uit dan 30 jaar geleden. De weinigen die nog niet uit
de bol gingen tijdens de vorige acts, deden dat op The Sweet wel.
Al hun bekende hits passeerden de revue en het leek wel alsof ze er
niet genoeg van kregen. ‘Ballroom Blitz’, ‘Fox on the Run’,
‘Hellraiser’, ‘Poppa Joe’ … Zou het na al die jaren de leden van
The Sweet zelf nog een kick geven? Feit is dat de meer dan 8.000
aanwezigen in Antwerpen veranderden in adrenalinebommen.

Om af te sluiten was het nog tijd voor good old community singing.
Alle artiesten kwamen samen op het podium om de Status
Quo-klassieker ‘Rocking All Over the World’ te brengen.

The Golden Years bewijst dat de muziek van de jaren ’60 en ’70
allesbehalve dood is. Iedereen die toen jong was, wilde enkele
helden van vroeger nog eens aan het werk zien. De jongere garde
genoot dan weer van de muziek die ze hoorden toen mama en papa hun
platendraaier nog niet op zolder hadden gezet. Het was dan ook
jammer dat het middenplein gereserveerd was voor een massa ronde
tafels waar de vips konden genieten van een glaasje champagne
tijdens het concert. De mensen in de tribune die wilden dansen,
springen, of andere toeren uithalen, hadden daar niet echt de kans
toe. Wat me gedurende het concert nog opviel, was dat de muziek
opvallend luider stond dan op andere concerten in het Sportpaleis.
Zou dat aan de gemiddelde leeftijd van het publiek gelegen
hebben?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − vijftien =