Bad Statistics :: Static

Improvisatie heeft lang geleden al zijn weg gevonden in de jazzmuziek en blijft ook nu nog een van de pijlers van het genre. In schril contrast daarmee staat echter de rockmuziek waarin buiten de lijntjes kleuren snel beschouwd wordt als "pretentieus", "elitair" of "vergezocht". Wie een hond wil slaan, heeft snel een stok gevonden.

Natuurlijk leidt improvisatie niet noodzakelijk tot boeiende of knappe hoogstandjes, even vaak is het huilen met de pet op. Een gebrek aan talent wordt in de juiste kringen snel verward met genialiteit, "moeilijkdoenerij" is vaak slaapverwekkend, vooral wanneer zij die er zich aan wagen er geen kaas van gegeten hebben en niet begrijpen dat wie improviseren wil, in de eerste plaats zich de klassieke structuren meester moet hebben gemaakt.

Het Nieuw-Zeelandse Bad Statistics werd in 2005 opgericht om naar eigen zeggen te dienen als een "broodnodige lawaaierige uitlaatklep voor zijn leden". De (live)plaat kwam kort daarna al tot stand na enkele privéjams en improvisatieconcerten. De basis voor Static wordt dan ook gevormd door improvisatie, al maken de beide nummers op de plaat ook duidelijk dat de groep als geheel wel degelijk een idee had omtrent de richting die hij uit zou slaan.

De A-kant start als een loodzware meeslepende doomtrack, inclusief logge drums en slepende gitaren. Alleen het gorgelende zanggeluid van Thebis Mutante verraadt dat hier geen klassieke metalformatie aan het werk is. Na een drietal minuten wordt echter het roer omgegooid en ontpopt de groep zich tot een schizofrene krautrockvariant. De aanwezige keyboards worden prominenter en krijgen nu de ondersteuning van een ritmisch en repetitief drumpatroon. Mutante mompelt onverstaanbaar verder als was hij Rocky Balboa na diens gevecht met Apollo Creed.

Tien minuten ver in het nummer steekt de groep er een tandje bij en bloeit het nummer langzaam maar zeker verder open tot een fascinerende song die zijn krautrock een dwingender en meer rockend karakter meegeeft. De B-kant start op een gelijkaardige wijze met opnieuw een slepende aanvang die tussen stoner en garage op valium in hangt. Dit keer zijn de keyboards van bij aanvang iets duidelijker aanwezig en schakelt de groep na twee minuten over op een jazzier progrockgeluid.

Het duurt evenwel niet lang voor er teruggegrepen wordt naar een hypnotiserend doom/stonergeluid dat overduidelijk naar Sleep en Om refereert. Na de twaalfde minuut wordt aan de song een nieuwe injectie gegeven door ritme en melodie om te gooien zonder aan de essentie van het nummer te raken. Op geen enkel moment wordt het idee van repetitieve stoner/doom verlaten. Het grote verschil met de klassiekers binnen het genre is Mutantes zangstijl die zich, zeker naar het einde toe, plaatst tussen mekkerende schapen en een in zichzelf mompelende ambtenaar met een identiteitscrisis.

In hoeverre hier werkelijk sprake is van een improvisatiegezelschap valt moeilijk te beoordelen. De twee songs op Static zijn live opgenomen en vertonen duidelijk een coherentie en samenspel die niet alleen van het toeval afhankelijk kunnen zijn. Hoogstwaarschijnlijk vertrok de groep van een blauwdruk waarbij de leden binnen bepaalde marges vrij waren "hun ding" te doen.

De mix van krautrock en stoner/doom die Bad Statistics op deze plaat brengt, erkent en logenstraft de omschrijving van de band als "een groep fanatieke drone improvrockers die springen tussen prog, kraut, minimalisme en Scandinavische doom". Want wie op basis van die omschrijving afhaakt, loopt de kans mis een intrigerende band te horen die bewijst dat improvisatie met kennis van zaken ook binnen de rockmuziek tot boeiende excursies kan leiden.

De lp Static is in een gelimiteerde oplage van 500 exemplaren uitgebracht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =