Patrick Watson + Cold War Kids, zondag 11 november, Le Splendid (Lille)

Wegens in Leuven al weken van voordien zo hopeloos uitverkocht dat zelfs goddeau er niet meer bij kon, navigeerden wij zondagavond onze bolide de grens over om er in de voormalige cinemazaal van Le Splendid te Lille zowel Patrick Watson als Cold War Kids aan het werk te zien. Ofte, dé indiesensatie van begin 2007, aangevuld met één van de revelaties van het lopende jaar.

De Canadese Patrick Watson mocht openen en deed dat met de nodige bravoure. Onlangs zorgde de vierkoppige band rond de flegmatieke frontman voor een verrassing van megaformaat door in eigen land de prestigieuze Polaris-prijs voor Beste Canadese Album Van Het Jaar (vergelijkbaar met de Mercury Music Prize in Engeland) weg te kapen, voor de neus van grote namen als Arcade Fire (Neon Bible), Feist (The Reminder), The Dears (Gang Of Losers) en Junior Boys (So This Is Goodbye). Ook in ons land won de groep, met de release van het betoverende Close To Paradise en een opgemerkte passage op Pukkelpop, recent heel wat zieltjes.

Met het zweverige "Close To Paradise" als aftrap was de toon meteen gezet. Patrick Watson klinkt als een dromerig zandmannetje dat net voor het slapengaan nog enkele sprookjesverhalen in je oor komt fluisteren. Kippenvel verzekerd dankzij zijn begeesterend pianospel, filmische sound en bovenal de etherische stem van de zanger. Tijdens "Giver" zagen wij zowaar Jack Skelington uit "A Nightmare Before Christmas" van Tim Burton over het publiek zweven, terwijl Matt Aveiro, drummer bij Cold War Kids, in het heerlijk opzwellende "Luscious Life" zijn drumvellen even warm kwam kloppen.

Het absolute hoogtepunt moest echter nog komen: zanger Patrick Watson die, staand op een stoel temidden het enthousiaste publiek, een akoestische versie van "Man Under The Sea" brengt, vervolgens de volledige zaal zover krijgt om de wiegende tekstflard "Just me, the fish and the sea" te zingen, te fluisteren bijna, en er ten slotte van achter zijn klavier een bombastische finale aan breit. Pure, onmiskenbare klasse. Voor wie na dit huzarenstukje nog niet door had dat Patrick Watson zoveel meer in huis heeft dan de modale opwarmertjes die normaal een voorprogramma opvullen, kwam de band nog één keer terug met het frivole slaapliedje "The Storm".

En dan moest Cold War Kids nog komen! Het metershoge doek op de achtergrond ("100 years of solitude, only 12 years old") maakte meteen duidelijk dat er in de wereld van Cold War Kids nier per se gelachen moet worden. Nostalgische teksten over alcoholisme, vergeving van de grote zonden en ziekenhuishistories, verpakt in hoekige songs die afwisselend slaan en zalven, gekenmerkt door het net niet te pathetische stemgeluid van zanger Nathan Willet: dat is wat Cold War Kids te bieden heeft.

De Reaganbaby’s leverden een retestrakke set af, met de nodige instrumentale variatie (met hun droge drums, rammelende piano en scherpe gitaarriffs klinkt de band ietwat oubollig, maar steeds erg aanstekelijk). Bovendien lieten de brand new songs (die deden denken aan de weidse, epische sound van Editors) het beste verhopen voor hun moeilijke tweede.

Uitschieters waren de ontwenningshymne "We Used To Vacation" (met de van Bob Dylan geleende regel "to just give a check to tax-deductible charity organizations"), prijsbeest "Hang Me Up To Dry" (een welgemikte trap in de ballen), "Hospital Beds" en afsluiter "Saint John", die de vaakgebruikte vergelijking tussen de band — tijdens deze slepende slotsong bijgestaan door de langharige, werkschuwe lui van Patrick Watson — en The White Stripes verklaart.

Een wereldtopper in wording in de gedaante van Patrick Watson én de bevestiging van de veelgeprezen livereputatie van de vier gretige, jonge honden known as Cold War Kids: dat heet dan een geslaagde concertavond.

Meer fotos van het concert in Het Depot enkele weken eerder op wannabes.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =