REWIND :: The Scabs :: 7 september 2007, AB

Rockgroepen sterven niet meer: tegenwoordig loert altijd wel een volgende reünie om de hoek, en als die er niet vanzelf komt, dan vraagt iemand het wel vriendelijk. De AB bijvoorbeeld voor haar nieuwe Rewindproject. The Scabs stonden vrijdagavond voor het eerst in elf jaar op een podium, maar dat was er niet aan te merken.

Het idee is briljant in al zijn eenvoud: vul de rustige concertmaand september in door een drietal Belgische groepen met historisch belang te vragen hun meest klassieke plaat nog eens integraal op te voeren. Gorki en The Neon Judgement zorgden al voor een paar mooie pluimen op de hoed van de AB, maar om hen te overtuigen was wel het bijna-onmogelijke nodig: een reünie van The Scabs.

”Vóór dEUS was er niets”, luidt het gezegde, maar niets is minder waar. De Belgische jaren tachtig waren een muzikale zandbak waarin heel wat namen groot werden (Luc Van Acker! Marcel Vantilt! Arno!), en Belgen en passant de electronic body music uitvonden. En dan waren er nog The Scabs: ze hadden ongeveer alles gepikt van The Stones, maar het waren wel ónze Stones, en de echte stelden na hun Steel Wheels Tour toch niets meer voor. Dus.

Dus Rewind is een geniaal concept en The Scabs zijn er de op één na geniaalste opener voor (enkel TC Matic zou nog historischer zijn geweest). Voor oren van nu klinken de platen van The Scabs dan wel hopeloos belegen en clichématig, maar dit was rock in Vlaanderen anno eind jaren tachtig. Tegen het begin van de jaren negentig waren The Scabs de grootste en enige rockband binnen deze landsgrenzen, en bovendien de eerste Belgische rockers die goud haalden. “Voor mij is het de enige rock’n rollband van de Benelux”, aldus Marc Didden stellig in 1992.

”Ladies and gentlemen, welcome to the album Royalty In Exile”. En meteen is het opnieuw 1990 en geen dag later. “Crime Wave” vliegt uit de startblokken alsof het haar een stuk minder grijs is, en wolven nog hongerig en jong zijn. Guy Swinnen is goed bij stem en ook de groep klopt opnieuw zoals in de hoogdagen: Willy Willy perst ijzig cool de strakste solo’s uit zijn gitaar, drummer Frankie Saenen mept er stevig op los, en bassist Fons Sijmons is zo duidelijk dolgelukkig dat het aandoenlijk is.

Live staan de songs van Royalty In Exile er nog altijd. “Hard Times” is terecht een klassieker geworden, die nog elke zomer rond talloze kampvuren wordt meegezongen, “You Don’t Need A Woman” gaat lekker breed in zijn soulvol arrangement met veel backing vocals. “I Need You” steekt eenvoudig in elkaar, maar net daarom klopt het ook zo goed. “Come On” en “Time” luiden de definitieve finale in: dit is nog altijd één van de meest rock ’n rollste bandjes van het land, en je krijgt het gevoel dat ze elke ochtend wel één van die conservatoriumbandjes van nu tussen hun boterham leggen als ze willen.

”Barkeep” is een massaal meegebruld aanstekermoment, en zorgt voor het nodige kippenvel. Daarmee zit Royalty In Exile er op, maar wie voor het eerst in elf jaar nog eens samenspeelt, houdt het daar niet bij. Een uitgebreide bisronde volgt met alle straffe singles die de band ooit schreef: “Can’t Call Me Yours”, “Crystal Eyes”, “Robbing The Liquor Store”. Met “Let’s Have A Party” barst het feest nog een extra keer los. “Don’t You Know” en “Nothing On My Radio” zijn ook nu nog altijd wereldnummers die de groep verder hadden moeten brengen.

Een extra bisronde serveert nog het erg new wave-achtige “Matchbox Car”, maar dan zit het eerste concert van The Scabs in jaren er op. En het was geweldig. Zullen we u eens een geheim vertellen? Ook vóór dEUS werden er in deze contreien goede rockplaten gemaakt. Royalty In Exile is er één van. Dit was het eerherstel dat The Scabs al lang verdienden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − negen =