Feest in het Park

Mercury Rev ****1/2
Absolute top of the bill
op zondag moest Mercury Rev gaan worden, maar aan de opkomst was
dat niet meteen te merken. Hoewel Mercury Rev bij mijn weten België
nog niet zo heel veel heeft aangedaan, raakte de tent met moeite
half gevuld, maar laat dat vooral geen criterium voor de kwaliteit
het optreden zijn. Al had ik er in mijn dooie eentje gestaan,
Mercury Rev was de groep van de dag. Waar Mercury Rev het op albums
grotendeels bij dromerige popmelodietjes houden, worden live
minstens enkele demonen losgelaten. Na een entertainend
openingsdeuntje voorzien van de betere platenhoezen op het
achtergrondscherm volgde een onverwacht luid en oortergend ‘You’re
My Queen’. De rest van het optreden werd vervolgens verheven tot
één lange trip doorheen het dromerige Mercury Rev-universum. Onder
leiding van Jonathan Donahue, die ondanks zijn fluwelen stem eruit
ziet al was hij Satan hemzelve, zette Mercury Rev tegen de
verwachtingen in een prachtig staaltje epische rock neer. Het
geluidsmuurtje dat An Pierlé hier nog ergens had achtergelaten werd
zonder pardon neergemaaid door snijdende gitaren waar soms geen
einde leek aan te komen. De brokstukken werden daarna netjes
overzaaid met prachtige staaltjes droommuziek zoals we die van
Mercury Rev kennen. De kostuums, de projecties met spreuken van
allerlei bekende en minder bekende persoonlijkheden, de
ongelooflijk striemende blik van Donahue, … Het overdreven
theatrale was nooit veraf, maar toch bleef de muziek erbovenuit
steken. Mercury Rev was zonder meer een van de betere
concertervaringen van deze zomer. Laat ons hopen dat ze de volgende
keer op iets meer belangstelling kunnen rekenen en voor de
geïnteresseerden: oordopjes zijn zeker geen overbodige luxe!
(nm)

An Pierlé & White Velvet ****
Belgische groepen
in het buitenland, het is niet altijd dat geweest. Maar heel soms
hebben we het zelf niet helemaal door wat ze er allemaal uitspoken.
Zoals met An Pierlé & White Velvet bijvoorbeeld. In het
voorjaar waren haar affiches nog overal in de Parijse metro terug
te vinden, momenteel is ze langzaamaan Duitsland aan het veroveren.
Gelukkig hoeven wij voor An Pierlé niet zo ver te gaan reizen, want
kijk, wie staonddaar op Feest in het Park? Inderdaad, An Pierlé
& White Velvet. Dat de erkenning buiten de grenzen terecht was,
wisten we al, maar uit het oog is ook soms een beetje uit het oor
en daarom was het vooral een blij wederhoren met de Vlaamse schone
en haar band. Pierlé is live altijd al één brok energie geweest en
hoewel wij wel te vinden waren voor haar solowerk, is de band die
haar nu bijstaat zeker een verrijking geweest. De subtiliteit van
haar stem wordt mooi geaccentueerd door de arrangementen, maar
wanneer La Pierlé haar klep opentrekt om wat energie de zaal in te
spuwen zijn ze ook in staat alle registers open te trekken voor wat
toch een bescheiden geluidsmuurtje mag genoemd worden. An Pierlé,
zelfs met duidelijke zomergriep, bewees nogmaals over een van de
mooiste stemmen van ons land te beschikken. Wij kunnen al niet meer
wachten tot die nieuwe theatertour die ergens dit najaar aangevat
wordt. Hopelijk wordt België dit keer iets meer aangedaan!
(nm)

The Van Jets ***1/2
Belgische festivals hebben jaarlijks zo een paar constanten. Van
dit jaar herinneren we ons de Yuri, om onze vrienden terug te
vinden, de verschrikkelijke Nieuwsblad-hoofddeksels (‘Petten
bloot!’), maar zeker ook The Van Jets. Zo mochten ze al de affiche
sieren van onder andere Werchter, Dour en Pukkelpop. Later doen ze
ook nog Leffingeleuren aan maar deze keer vonden we ze dus terug op
Feest in het Park. Weinig Belgische groepen zullen het hen
voorgedaan hebben om in 1 zomer bijna alle grotere Belgische
festivalpodia (en nog een hele lijst kleinere) te slijten en toch
hebben The Van Jets daar geen regelrechte hype voor nodig gehad.
The Van Jets doen het op hun manier. Niet te opvallend, maar steeds
onderhoudend en dat was deze keer niet anders. Ondanks hun
alomtegenwoordigheid is het moeilijk op deze enthousiaste rockende
bende uitgekeken te raken. Zoals we dat van hen gewoon zijn, zetten
ze ondanks de kleine oogjes een denderende set neer. Snijdende
gitaarrifs, bijna foute outfits en het betere soleerwerk. The Van
Jets zijn naast The Blackbox Revelation zeker een van de betere
Belgische rock’n’roll-producten en wie ze na deze zomer nog nergens
heeft kunnen bezichtigen moet toch eens serieus gaan nadenken waar
hij/zij tijdens de zomermaanden dan wel heeft uitgehangen.

Jerboa ***

De laatste dag van Feest in het Park wordt vaak gekenmerkt door een
massale desinteresse van het vaak wel erg jonge publiek. Zo
herinneren wij ons nog steeds hoe Nid and Sancy – toch niet het
meest statische koppel ooit – twee jaar geleden wel heel hard hun
best moesten doen om enige beweging in hun apathische publiek te
krijgen. Jerboa, die zondag het festival mocht openen op het Bar
Bizar-podium, had duidelijk meer geluk. Zonder enige moeite kreeg
hij het jonge volkje aan het dansen met zijn sterk op hiphop
gebaseerde, vaak instrumentale muziek. Wat vooral opviel was het
speelplezier dat Frederik Dejongh en zijn band aan de dag legden.
Jerboa’s set was erg gevarieerd, maar zelfs tijdens de donkerdere
nummers bleven Dejongh zelf en zijn muzikanten ononderbroken
glimlachen.

Die muzikanten waren trouwens ook een van de redenen waarom dit
optreden zo goed was. Zoals gezegd gaven ze zich helemaal, maar dat
bracht de kwaliteit van de muziek helemaal niet in het gedrang.
Dejongh zelf, de keyboardspeler, de vingervlugge percussionist én
de vrolijk slapbassende bassist waren bijzonder goed op elkaar
ingespeeld en amuseerden zich duidelijk rot op het podium, wat
ervoor zorgde dat dit optreden een gedroomde opener was voor de
laatste dag van Feest in het Park. Heeft u trouwens al opgemerkt
dat wij het niet één keer over DJ Shadow hebben gehad? (wl)

Puppetmastaz ***
Vorig jaar werden wij op het Dourfestival aangenaam verrast door
Puppetmastaz, een uit Berlijn afkomstig hiphopcollectief dat live
een heuse poppenshow opvoert om hun hilarische, maar kwalitatief
hoogstaande rap te begeleiden. Voor wie zich daar niet echt iets
bij kan voorstellen; het geheel valt te vergelijken met een
streetwise Sesamstraat, met Eminem als gast. Geen wonder
dus dat wij, steeds tuk op een gezonde portie entertainment, per se
deze prettig gestoorde poppen nog eens wilden zien.
Puppetmastaz doen duidelijk hun best om hun show zo vaak mogelijk
te veranderen en aan te passen. Zo sprak één pop, een bruin
wezentje met een hoge hoed en een gigantische neus, in min of meer
verstaanbaar Nederlands: “Ik ga mijn grote broer halen”, waarop een
gigantische opblaasbare versie van diezelfde pop verscheen. Dat was
helemaal nieuw, maar natuurlijk kwamen veel sketches van vorig jaar
gewoon terug. Zo deed de Yoda-pop bijvoorbeeld exact hetzelfde als
op het optreden in Dour vorig jaar.
Het nieuwe is er dus wel wat vanaf als je Puppetmastaz al eens
bezig gezien hebt, maar dit bleef wél een goed optreden. Dat was
toch wat we konden aflezen van de tientallen lachende gezichten in
het publiek. (wl)

Flip Kowlier ***
En kijk, 2 jaar niet optreden, het hoeft niet meteen een slecht
teken te zijn. Flip Kowlier is weer alomtegenwoordig. De nieuwe
plaat werd zogezegd voorgesteld op Feest in het Park (maar
eigenlijk ook al op de Nachten van de Jukte en
Pukkelpop) en
vanaf Feest in het Park staat Kowlier zowat overal waar je als
Nederlandstalige artiest maar kan staan. Een nieuwe plaat brengt
live meestal een hele hoop nieuwe nummers met zich mee en aangezien
Flip Kowlier het toch meestal wat moet hebben van de ambiance is de
onbekendheid van die nieuwe nummers niet meteen een groot voordeel.
Maar kijk, Kowlier zou Kowlier niet zijn als hij daar geen mouw
wist aan te passen en zo geschiedde het. Ook zijn optreden op Feest
in het Park was weer een feestje. Dankzij een mix van oud en
nieuwer werk en waar het nodig was zelfs een covertje (‘Lat mie moa
lopen’ van opperbard Willem Vermandere en ‘No Woman No Cry’ van
opper… je weet wel wat, Bob Marley). De nieuwe nummers werden zoals
overal enthousiast onthaald en de frisse versies van ouder werk
deden de rest. Misschien niet het beste optreden muzikaal gezien,
maar de sfeer weet Kowlier er als geen ander in te brengen.
(nm)

T.O.K. * of ***
Wij hebben altijd al een vrij dubbel gevoel gehad ten opzichte van
dancehall. De meeste dancehallsterren zijn namelijk rasechte
patsers van het type 50 Cent. Net zoals Fiddy houden ze van
overdadig veel bling, en hebben ze de oncontroleerbare neiging om
teksten te schrijven over hoeveel vrouwen ze kunnen krijgen, en wat
ze allemaal met die dames willen doen. Natuurlijk wisselen veel
zangers dat soort nonsensicale teksten af met pure
maatschappijkritiek, maar als je diezelfde artiesten dan hoort
beweren dat alle homo’s dood moeten, en nog het liefst zo snel
mogelijk, wordt het effect van de maatschappijkritiek natuurlijk
wat tenietgedaan.
Aan de andere kant is dancehall wel een ongelooflijk catchy genre.
De stevige beats en de aanstekelijke melodieën en raps zorgen op
elke fuif steevast voor zwoele momenten, en ook wij moeten toegeven
dat dancehall ons in het verleden vaak verleid heeft tot ritmisch
geshake.
T.O.K. is zo’n groep die perfect deze dubbele houding belichaamt.
De vier zangers die deel uitmaken van deze immens populaire groep,
zijn namelijk ongelooflijk slick, en hun grootste hit,
‘Chi Chi Man’ (oftewel “homo”) getuigt van zo’n extreme vorm van
homofobie dat ze die song in Europa gewoon niet live mogen brengen,
maar het is onzes inziens wel één van de meest catchy nummers in
het hele urban-genre.
U hoort ons al komen; ook tijdens het optreden van T.O.K. hadden
wij wat last van dat dubbele gevoel. De vier Jamaicanen
onderstreepten namelijk met graagte hun status van macho door
middel van hun kleren (zwart met veel goud) en hun hele act. Zo
plukten ze een vrouwelijke fan uit het publiek om dan aan haar het
sterk door R&B geïnspireerde ‘Shining Star’ op te dragen. Ook
de thema’s van de songs waren vrij voorspelbaar. De meeste nummers
gingen gewoon over vrouwen (‘Gal You ah Lead’, ‘Galang Gal’), geld
(‘Money to Burn’) en natuurlijk ganja (‘Fire Fi Bun’, ‘Marihuana)’.
Toch betrapten we onszelf er herhaaldelijk op dat we met een
glimlach om de lippen aan het meeknikken waren. Heel de tent was
trouwens wild van T.O.K., en dat is dan ook de reden van de dubbele
score. Aan de ene kant krijgen ze één ster, omdat wat ze doen
eigenlijk plat en goedkoop is, maar aan de andere kant wérkt het
wel, zelfs bij ons, en daarom geven we hen het voordeel van de
twijfel. U beslist ongetwijfeld zelf wel of T.O.K. die drie sterren
waard zijn of niet… (wl)

Chromeo ***
“Has anyone seen T.O.K.? They were rockin’!” Dit riep een
euforische Dave Macklovitch aan de helft van Chromeo’s optreden de
tent in, en daardoor legde hij de link die wij ook al even ervoor
gelegd hadden. Chromeo en T.O.K. hebben namelijk vrij veel gemeen,
hoewel ze natuurlijk twee totaal verschillende muziekgenres
spelen.
Net zoals T.O.K. balanceert Chromeo namelijk op de grens tussen
compleet fout en ongelooflijk aanstekelijk. Neem nu hun grootste
hit ‘Needy Girl’. Dat nummer refereert aan de foutst mogelijke
disco, en ook tekstueel valt er weinig leuks te vinden. Toch kennen
wij niemand, onszelf incluis, die kan blijven stilstaan als dit
nummer door de boxen schalt. En dat geldt eigenlijk voor heel
Chromeo’s repertoire.
Op Feest in het Park zat de sfeer er al bij de opener ‘Rage!’ goed
in. Dave Macklovitch en Pee Thugg hadden er duidelijk zelf evenveel
zin in als het publiek, en maakten er een feestje van. Meer dan
twee micro’s, een gitaar, een keyboard, een elektronische drum en
een vocoder hadden ze daar niet voor nodig. Het podium leek zo wel
een beetje kaal, maar we gaan niet zeuren. Chromeo’s funky
discohouse was een meer dan waardige afsluiter van de Bar Bizar.
(wl)

Ladytron (**)
Ladytron is een band die het steeds goed doet op de dansvloer. Hun
onderkoelde electropop klinkt, zeker nu de jaren ’80 weer in zijn,
ongelooflijk hip, en sinds de broertjes Dewaele hun ‘Seventeen’
remixten, zijn ze ook bij een groter publiek bekend.
Dat dachten wij tenminste. In Oudenaarde bleek dat het met hun
bekendheid al bij al niet zo’n vaart loopt. Er was namelijk niet
echt veel volk opgedaagd voor het Bar Bizar-podium. De tent was
maar half vol, en de meeste mensen die er stonden, leken niet
bijster veel zin te hebben om te dansen.
Verder doen de dames en heren van Ladytron niet echt aan
interactie. Net zoals hun muziek kan hun podiumact eerder
onderkoeld genoemd worden. In smetteloze zwarte jurkjes en hemden
sturen ze hun beats de zaal in, en wisselen ze die slechts zeer
zelden af met een bedeesd bedankje. Op die manier krijg je een
publiek dat sowieso al niet echt mee wil, natuurlijk niet aan het
dansen.
Ook hadden ze niet echt veel geluk met het geluid. De zang, die
toch een essentieel onderdeel is van Ladytrons nummers, kwam bij
momenten helemaal niet goed door, en de geluidsman slaagde er af en
toe in om de songs gewoon te herkneden tot een ware geluidsbrij.
Erg veel geluk had de band dus niet in Oudenaarde.
Een slecht optreden was dit hoegenaamd niet, maar door het makke
publiek en vooral het slechte geluid oversteeg Ladytron toch de
middelmaat niet. En dat is jammer. (wl)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 2 =