Dour 2007 – the short reports

Donderdag 12 juli 2007

In de verte hoorden we al ergens een andere groep de dancehall
uittesten, maar voor onze opener hebben we toch even gewacht op
The Blackbox Revelation. Terecht zowaar. Dit
piepjonge duo brengt ons niets meer dan cliché blues rock’n’roll,
die heel dikwijls geleend lijkt van Led Zeppelin, The White Stripes
of AC/DC, maar doet dat zo overtuigend dat je soms wel eens zou
denken dat ze het gewoon allemaal zelf uitgevonden hebben. Met niet
meer dan een drum en een gitaar slaagden deze jonge knapen erin een
goed gevulde ClubCircuit-tent van bij haar opening in beweging te
krijgen. Stevige en snedige rifs gecombineerd met de power van een
drummer die misschien eens voor de rol van Animal moet gaan
solliciteren. The Blackbox Revelation heeft het allemaal, en hoewel
ze het misschien allemaal wel ergens gepikt hebben, weerhoudt dat
ons zeker niet om dit een schitterend optreden te vinden.
Rock’n’roll! (nm)

Omdat Dour daar gewoon tot uitnodigt (en omdat het begon te
regenen) leek het me wel eens leuk iets nieuws te gaan ontdekken.
De keuze viel op I Love UFO en gewapend met niets
anders dan de oren trok enola naar de Dance Hall (die zijn naam
trouwens heel weinig eer aan deed). Jammer genoeg bleek al snel dat
deze band niet echt de beste keuze was. I Love UFO brengt iets dat
volgens mij post-punk zou moeten genoemd worden, maar brengt dat
zodanig dat het eigenlijk gewoon best slecht genoemd wordt. Het
eerste halfuur werd gevuld met ellenlange herhalingen van thema’s,
die wel leuk zijn als climax aan het einde van een of ander drie
uur durend spektakel, maar als spektakel zelf weinig om het lijf
hebben. Pas na een halfuurtje begon het punk-gedeelte uit postpunk
wat de overhand te nemen en voor wat meer luisterbare muziek te
zorgen. maar tegen dan was het kalf (en grote stukken van de weide,
ook wel bekend als modder) al verdronken. I Love UFO slaagde er
niet meer in het eerste halfuur herhaling en geschreeuw goed te
maken en uw reporter tekende dan ook nog voor het einde van
de rit present aan het dichtstbijzijnde frietkraam. Smakelijk.
(nm)

Na de ontgoocheling in de Dance Hall ging het richting
Skatelites, die, in tegenstelling tot I Love UFO,
wél deden wat ze moesten doen. Bewijzen dat zij en niemand anders
gewoon de beste ska-band ter wereld zijn. Met hun zomerse muziek
toverden ze voor de eerste (maar zeker niet de laatste) keer op dit
Dour Festival de Last Arena om tot een dansvloer waarvoor zelfs de
zon even van achter die hardnekkig grijze wolken tevoorschijn wou
komen. Overal hing een indringende weedgeur, en me dunkt dat de
helft van het rondhuppelende publiek geen enkel nummer van The
Skatelites zou kunnen opnoemen, maar dat deerde helemaal niet. Dit
is ska zoals ska ook in de dikke Van Dale zou moeten staan: “high,
extreem dansbaar, zoals The Skatelites eigenlijk.”
(nm)

De meest verrassende naam op dag 1 moet dan wel weer
Fixkes geweest zijn. Zeemzoete pop in het
Stabroeks? Ook dat kan blijkbaar op Dour. Voor een goed gevulde (en
bijna volledig Nederlandstalige) Club Circuit-tent mochten de heren
nog maar eens proberen te bewijzen dat ze meer in hun mars hebben
dan ‘Kvraagetaan’. En dat deden ze ook. Fixkes brengt leuke
luistermuziek, afgewisseld met wat meer uptempowerk dat best te
smaken valt. Liefdesliedjes, verloren-liefdesliedjes, covers van
The Freestyle fabriek en Doe Maar en dat alles in het Stabroeks.
Het is simpel, niets nieuws en mischien voor velen te soft, maar
anders hebben ze het ook nooit beweerd en het blijft wel leuk om
horen. Enkel jammer van de massale leegloop die hen na
‘Kvraagetaan’ te beurt viel, misschien had Jos Van Oosterwijck dan
toch stiekem een schare ‘Tien om te Zien’-fans de weide opgestuurd.
(nm)

Omdat iedereen ooit wel eens Wu-Tang aanzien had als de ongekroonde
koningen van de hiphop en gangsta-rap en omdat het op zich al een
wonder is dat de volledige Wu-Tang Clan
gelijktijdig op vrije voeten rondloopt, moesten we het ook eens
gaan proberen. Tevergeefs, zo bleek. Veel meer dan dreunende bassen
en wat rondspringende negertjes kregen we niet te zien. Wanneer een
van die negertjes dan nog eens iets begon te roepen dat verdacht
veel op “Pukkelpop” leek (het kan ook “buckle up” geweest
zijn) werd het tijd ons uit de voeten te maken. (nm)

In afwachting van The Cinematic Orchestra ging het dan maar
eventjes terug naar de Club Circuit-tent, waar Tom Barman volop
bezig was zijn “schattekes” van het podium te zwieren. Blijkbaar
had hij even daarvoor niet minder dan het geniale plan bedacht
iedereen op het podium uit te nodigen en zoals dat wel eens gaat op
overvolle podia was een van Barmans “schattekes” erin geslaagd een
of andere kabel uit te trekken. Na wat dreigementen over stilleggen
en het vinden van toch enkele security-mensen kon
Magnus eindelijk verder gaan met zijn dj-set, die
overigens niet zo slecht was. Maar geef ons dan toch maar de Magnus
live-set, want plaatjes draaien kunnen er al zoveel dezer dagen.
(nm)

Hoogtepunt van dag 1 moet wel The Cinematic
Orchestra
geweest zijn. Dour heeft een lange traditie in
geestverruimende middelen maar had er dit jaar met The Cinematic
Orchestra minstens één legale roes bij. Hypnotiserende post-jazz
die zo door je vel heen gaat en je zintuigen prikkelt. Ideaal om
een vermoeiende eerste dag mee af te sluiten. Het feestje zou voor
de volgende dag zijn, de regen voor de rest van de nacht.
(nm)

Vrijdag 13 juli 2007

Belgisch weer heeft op Dour geen vat en dus droogde de ‘s nachts
gecreëerde modderstroom in enkele uren al weer op om plaats te
maken voor een geur die nog rechtstreeks afstamt uit de tijd van de
slag om Paschendaele. Omdat daar nu eenmaal niks aan te doen valt
(en omdat Dour nu eenmaal het soort festival is waar je zo’n dingen
doet) trok uw reporter maar meteen de zwartgeblakerde wei in
richting Herman Düne voor de eerste teleurstelling
van de dag. Misschien lag het aan de plotse hitte, of aan het
vroege uur, maar echt overtuigen kon Herman Düne niet.
Herhaling durft op hun cd’s al eens als stoorzender gaan optreden,
maar live krijg je al helemaal het gevoel dat de 3000 Herman
Düne-nummers die ze naar het schijnt al bij elkaar geschreven
hebben wel eens grotendeels dezelfde (mits andere tekst natuurlijk)
zouden kunnen zijn. Het is allemaal wel vrolijk en leuk, daar niet
van (David-Ivar Herman Düne zou op één been een Urbanus-lookalike
wedstrijd kunnen winnen). Herman Düne heeft een hele hoop sterke en
vrolijke nummers bij elkaar geschreven, maar live lijken ze
allemaal net ietsje teveel op elkaar om een uur te blijven boeien.
(nm)

Dan maar richting Club Circuit-tent voor nog een potje Belgisch
talent met The Tellers, een gitaarspelend duo uit
het Waalse Bousval die eerder dit jaar een puik ep-tje op de wereld
loslieten en met hun eerste single ‘Second Category’ zelfs op
Studio Brussel redelijk wat airplay kregen. Populair zijn ze alvast
in Wallonië, ontgoochelend jammer genoeg ook. De charme van de
akoestische gitaren die op hun ep nog zo aanstekelijk werkte, was
in de live-bezetting grotendeels verdwenen. Dat zou wel eens kunnen
liggen aan de povere geluidsafstelling die we in de Club
Circuit-tent al eerder eens hekelden, want ook zanger Ben
Baillieux-Beynons accent raakt tussen de veel te scherp afgestelde
akoestische gitaargeluiden wat verloren, maar toch. Waar ze op de
ep de eentonige bezetting nog mooi konden camoufleren door allerlei
trucjes uit het grote akoestische gitaarboek toe te passen, is het
live allemaal maar een beetje meer van hetzelfde. Met nummers als
‘Girls of Russia’ en ‘Second Cathegory’ hebben ze nochtans al
bewezen over deftige songwriterscapaciteiten te beschikken, en met
hun gemiddeld 20 jaar moet je ze misschien nog wel wat tijd geven,
maar live hebben ze alvast nog een hele weg af te leggen.
(nm)

Dat het uiteindelijk een kalme dag zou worden, was al van bij de
eerste, verzengende zonnestralen (en ik was nochtans goed
ingesmeerd) duidelijk. Het leek dan ook geen overbodige luxe even
het iets meer opzweperige The Rapture te gaan
meepikken. Spijtig genoeg duurde het niet zo lang alvorens het
daagde waarom ik mezelf dat in het verleden verboden had te doen.
Opzwepend en fris en wat weet ik nog allemaal, dat wel, maar ook
bij The
Rapture
kun je aan de hand van één nummer hun volledige oeuvre
beschrijven. Voor meer info luister even naar ‘Get Myself Into It’
en zet het gedurende een uur of repeat, ziedaar The Rapture live.
(nm)

Heel wat leuker dan weer was Stereo
Total
op de Eastpak Core Stage. Dit geflipte
electro-rock ‘n’ roll duo, dat bij momenten doet denken aan een
silly Vive La
Fête
, moet zowaar het eerste geweest zijn dat de hitte even
deed vergeten. Met hun korte maar aanstekelijke electronische
punknummers kregen ze zonder veel moeite een halflege (of halfvolle
zo u wil) tent in beweging. Wie ze vooral kende van hitje ‘L’amour
à trois’ werd verrast, wie ze iets beter kende kreeg waarvoor hij
of zij kwam. Pretentieloze maar vooral geflipte en dansbare muziek.
Meer moet dat soms niet zijn. (nm)

Bright Eyes part one

Na al dat beentjesgegooi werd het langzaam tijd voor het meer
serieuzere werk en daarvoor gingen wij graag richting Red Frequency
Stage voor Bright Eyes. Bright Eyes zit zo ondertussen in die
categorie groepen die waarschijnlijk meer moeite zou moeten doen om
te ontgoochelen dan om een goed optreden neer te zetten en dat was
er op Dour weer aan te merken. Met uitgebreide band (inclusief
strijkers en 2 drumsters) zorgden Conor Oberst en de zijnen voor
wat hoogstwaarschijnlijk een van de beste concerten zou gaan worden
van deze Dour-editie. Dat Bright Eyes een van de beste bands van
het moment is, bewijzen ze door hun ouder en bekender werk veelal
achterwege te laten en vooral in te gaan op hun laatste telg,
Cassadaga en
toch niemand te ontgoochelen. Wanneer Oberst dan toch eens ouder
werk bracht was hij dan nog zo zelfzeker dat in een aangepast
kleedje te steken (getuige ‘First Day of My Life’ en ‘At the Bottom
of Everything’). Over kleedjes gesproken, ook visueel viel er niets
aan Bright Eyes’ passage op te merken. De hele band zat keurig in
het wit en het podium was voor één keer niet zijn amateuristische
zelf waar podia op Dour wel eens last van durven te hebben, maar
netjes aangekleed en versierd met bloemen. De achtergrond werd dan
weer voorzien van live gefabriceerde visuals van een of andere
technicus die zich ergens boven in de P.A.-toren moet bevonden
hebben. Het woord wereldklasse wordt meestal misbruikt door mensen
die iets dreigen te overschatten, maar kijk, voor Bright Eyes wil
ik het wel eens in de mond nemen. (nm)

Bright Eyes part deux

Een – naar onze mening – wereldgroep als Bright Eyes verdient een
mooi plaatsje op de Werchter-affiche. Dit vond ook de Schuer, maar
dat was naar verluidt buiten de waard gerekend. Conor Oberst is van
mening dat het nogal hypocriet is om met zijn politieke muziek in
zee te gaan met Live Nation (de multinational die onder meer Rock
Werchter en Pukkelpop organiseert, maar ook miljoenen dollars pompt
in de campagne van George W. Bush). Organisator Carlo Di Antonio
had meteen een headliner voor zijn nog steeds onafhankelijke
festival.
Het podium was stemmig doch heerlijk kitschy ingericht, en alle
muzikanten waren geheel in het wit gekleed. Oberst had enkel nog
een baard, een brilletje en een Japans krijswijf nodig om helemaal
een hedendaagse ‘Give Peace a Chance’-Lennon te zijn. Het contrast
met de nogal emo Bright Eyes die we enkele jaren geleden aan het
werk zagen, ten tijde van de ‘Digital Ash’-tournee, kon niet groter
zijn.
Ook aan de setlist was te merken dat Conor afstand heeft genomen
van zijn vroegere periode. Op enkele uitzonderingen na hoorden we
enkel nummers uit het recente Cassadaga. Dat was
ook logisch, want met twaalf muzikanten en nog veel meer
instrumenten op het podium zouden akoestische songs als ‘Lua’ wat
uit de toon gevallen zijn. Niet dat je iemand hoorde klagen. Oberst
weet hoe een goed optreden boven het niveau van een plaat kan
uitstijgen, zelfs zonder Flaming Lips-toestanden. Bright Eyes op
Dour was kort doch prachtig, en doet ons vooral verlangen naar véél
meer. Wat een headliner. Wat een band. (md)

Iets minder van wereldklasse, maar zeker niet minder de moeite
waard was Goose. De hele hype rond hun eerste plaat heeft
hen zeker geen kwaad gedaan en de heren stonden dan ook heel
zelfverzekerd de Last Arena plat te spelen. Naar het schijnt hebben
ze de laatste tijd zowat overal dat effect, en hoewel het de eerste
keer was dat ze mij zo overweldigden, had ik er zeker niets op
tegen. Goose is iets iets waar we als Belgen terecht trots op
kunnen zijn. Vette gitaren, stomende bassen en veel morg-, korg- en
andere orgeltjes, maar vooral extreem dansbaar, ook voor
dance-analfabeten als ondergetekende! (nm)

Omdat we dan toch al bezig waren, leek het niet minder dan voor de
hand liggend nog even verder te gaan in de elektronische
feestwereld waarin Dour ‘s nachts verandert. Slachtoffer van dienst
werd Motor, een Londons electro-trio dat in mei
hun tweede plaat op de wereld losliet. De Eastpak Core Stage
kleurde vooral rood-blauw en met het nummer ‘I Need Drugs, I Want
Drugs’ vatten ze perfect de drijfveren van toch minstens drievierde
van de gehele tent samen, maar veel kon dat ons eigenlijk niet meer
deren. Wij hebben vooral genoten, zeker de moeite om al party-end
de nacht te besluiten. Op naar dag drie. (nm)

Zaterdag 14 juli 2007

Ook dag drie op Dour beloofde weer snikheet te worden. En om dat te
vieren, begonnen we de dag nogal rustig achteruitgezakt met
Sioen
op de Red Frequency Stage. Omdat het voor den Frederik op het
podium waarschijnlijk wel even warm zal geweest zijn als voor ons
(en omdat we ons ook wel een beetje afvragen of Sioen hier
eigenlijk wel past) hadden we hem nog wat krediet gegeven door
languit op de grond te gaan liggen, maar kijk, dat was nu eens
helemaal niet nodig. Ondanks de hitte gaf Sioen zich volledig. Echt
fan van zijn muziek zal ik waarschijnlijk wel nooit worden, maar op
een podium staat hij er wel. Met zijn gekende mix van subtiele
liefdesliedjes, uptempo pianonummers en af en toe zelfs met een
staaltje rock slaagde hij erin een groot deel van het publiek met
zijn luie kont van de grond te houden en dat is in deze
weersomstandigheden minstens een prestatie te noemen. Om onze kont
eraf te krijgen zal hij jammergenoeg nog wat vroeger uit zijn nest
moeten klimmen. (nm)

Een van de revelaties van Dour 2006 was de Franse metalformatie
Punish Yourself, en dit jaar mochten ze hun trucje
nog eens komen overdoen. Meer dan een uur doorbrengen in de
snikhete Eastpak Core-tent was op zich al een staaltje
zelfbestraffing waar Hot Marijke wel raad mee zou weten. Los van de
opmerkelijke act van Punish Yourself (kilo’s fluomake-up en
kettingzagen live on stage) viel er echter niet veel meer te
beleven, zodat de lol er na een nummer of vijf voor ons wel af was.
En toen hadden we nog meer dan een half uur te gaan!
(md)

De volgende poging om onze bezwete lijven recht te krijgen kwam van
The
Frames
. Zij het iets minder verdienstelijk. Ze
beschikken natuurlijk wel over enkele radiohitjes die best
verdraagbaar zijn, maar een volledig optreden kan jammer genoeg
niet boeien. Te veel emotionele rocksongs die soms doen denken aan
hoe de rock ballad wel eens zou kunnen geëvolueerd zijn, te weinig,
nou ja, heel weinig dat echt kon boeien. Hoogstwaarschijnlijk moet
dat ook bij Two Gallants het geval geweest zijn, wakker hebben ze
mij alvast niet gekregen. (nm)

Sioen, The Frames, een mens zou zich voor minder gaan afvragen waar
de titel European Alternative Music Event op de polsbandjes
eigenlijk vandaan komt. Maar kijk, uit de as van The Frames, die
waarschijnlijk ergens op de achtergrond gewoon weggesmolten waren
terwijl wij even sociaal aan het doen waren, rees daar plots
Motorpsycho
op. Betrekkelijk vroeg vonden wij voor zo’n topper, maar mij mogen
ze elk moment van de dag een bordje Motorpsycho serveren. De zon
kreeg er plots een serieuze concurent in het op de mensen inbeuken
bij en daar zal je ons niet om horen treuren. Motorpsycho ronkte,
nu eens subtiel dan weer chaotisch, maar zoals we gewoon zijn nooit
zonder de muziek uit het oog te verliezen. Ter compensatie van dat
vroege uur had Motorpsycho waarschijnlijk een extra speeluur cadeau
gekregen en zo kwam het dat wij even bij The Notwist konden gaan
piepen, gezamenlijk afkeurend keken en nog op tijd waren voor een
extra halfuurtje puur Motorpsycho-genot. (nm)

Omdat het met die hitte toch alweer een vreemde dag geworden was en
omdat wij als puber ook wel eens pogoënd de skate stage van
pukkelpop onveilig durfden maken, besloten we Girls In Hawaï maar
te laten voor wat ze waren en trokken we for old times’ sake
richting Dropkick Murphys. En jawel, ze kunnen het
nog steeds. Al de hele dag waren er her en der “Let’s Go
Murphys”
-kreten te horen en tevergeefs zijn die niet geweest.
Ierse traditionele muziek en punk blijft een goed scorende
combinatie. Snoeihard toverden de Dropkick Murphys The Last Arena
om tot een pogoënd Red Sox stadion. En met de langzaam ondergaande
zon waren wij daar allerminst rouwig om. Let’s go Murphys!
(nm)

Uitgeraasd maar nog niet volledig uitgeteld ging het daarna
richting Petite Maison Dans La Prairie voor wat alweer een
broeierige nacht beloofde te worden. Zonder enige vorm van
lichteffecten een volledige Petite Maison de la Prairie (geloof
mij, dat is niet zo klein als de naam doet vermoeden) aan het
dansen krijgen, dat moet Autechre wel geweest
zijn. Het bijna legendarische Engelse electro-duo slaagde er zonder
problemen in de volledige tent aan het bewegen te zetten. Electro
van de bovenste plank zoals Dour er ‘s nachts wel eens durft voor
te schotelen. Daarna bleven we ook nog hangen voor Venetian
Snares
. Breakcore naar het schijnt, maar daarover zijn
er niet veel details meer beschikbaar. (nm)

Zondag 15 juli

We waren de hitte ondertussen wel al gewoon, maar enkele graadjes minder zouden ons geen kwaad gedaan hebben. Ook dag 4 op Dour was er eentje om puf tegen te zeggen. In een poging die warmte eigenhandig om te zetten in positieve energie trokken we dan maar richting Tokyo Ska Paradise Orchestra. Het blijft een vreemd zicht, tien Japanners op een podium zonder ook maar één karaoke-scherm binnen een straal van drie kilometer (verder hebben we het niet onderzocht, ook voor ons was het warm). Wanneer ze dan ook nog eens proberen ons te verblijden met een potje ska klinkt het al helemaal absurd, maar daarom niet minder goed. Dat Japanners nogal graag Westers proberen te zijn, is algemeen geweten en Tokyo Ska Paradise Orchestra morste dan ook lustig met hits die ze aldaar pas jaren later doorgesijpeld kregen doorheen hun muziek (ik hoorde zelfs ska-achtige versies van Beatlesnummers). Laat dat echter geen negatieve kritiek zijn. Tokyo Ska Paradise Orchestra brengt gevarieerde ska en door hun sound die doorgaans veel minder high is dan de gemiddelde skaband uit het Afrikaanse of van bij ons klinken ze ook bijzonder fris, zelfs in deze hitte. Wij waren overtuigd, maar dansen zat er wegens te weinig lichaamsvocht nog niet in. (nm)

Om onze roodgloeiende lichamen even wat echte bescherming voor de zon te geven doken we voor The Van Jets nog maar eens de Club Circuit-tent in. Terwijl enkele Waalse drugsverslaafden op mijn beide schouders enkele eieren pocheerden, gaven de Oostendenaars nog maar eens het beste van zichzelf. Onvervalste rock’n’roll, minder chaotisch en meer jaren ’80 dan hun piepjonge collega’s van The Blackbox Revelation enkele dagen eerder, maar daarom niet minder stevig. The Van Jets bewezen op Dour (en doen dat eigenlijk een beetje overal deze zomer) nog maar eens waarom ze in 2004 Humo’s Rockrally wonnen. Vunzige glamrock ‘n’ roll en meer dan snedige rifjes van Belgische makelij, altijd de moeite. (nm)

Ook voor de volgende band blijven we rustig in het West-Vlaams doorkibbelen. Tomàn veroverde vorig jaar zowat alle Belgische muziekliefhebbersharten en dat zelfs zonder deel te nemen aan Humo’s Rockrally. Ondanks het gerucht dat het toch altijd hetzelfde is, blijft Tomàn sleutelen aan hun nummers en manieren zoeken om het nog beter te doen. Dit keer krijgen we voor het magistrale ‘Deportivo’ een heus koperkwartet voorgeschoteld. Maar dat is niet de enige verbetering aan Tomàn sinds hun rommelige albumvoorstelling ergens vorig jaar. De komst van toetsenist Senne en het vele toeren zorgden voor een steeds zelfverzekerder Tomàn. Meer dan ooit betoverde Tomàn met allerlei hemelse geluiden en een sporadisch gepiep de hoofden van het publiek. Wij zijn alvast benieuwd naar het nieuwe werk dat vanaf september opgenomen zou moeten worden. (nm)

Omdat het op een festival nagenoeg onmogelijk is je de hele dag in een tent te verstoppen, ging het na Tomàn opnieuw richting brandende zon aan de Last Arena voor The Black Rebel Motorcycle Club. Van de softies die The Black Rebel Motorcycle club zouden geworden zijn na hun ‘Howl’-album is op het podium niet veel meer te merken en de heren uit LA rockten dan ook een eindje weg in het ideale dorre decor dat Dour ondertussen geworden was. Droge en vette rock, dat is nog steeds wat ze live brengen en dat was wat ons heel even de hitte deed vergeten. (nm)

Welke putain van een Waal ooit op het idée is gekomen om het geweldige Wilco tegelijk te programmeren met 65daysofstatic, zullen we gelukkig voor hem en zijn familie wellicht nooit weten. Onder het motto ‘Wilco moet je niet op een festival zien’, trokken we richting ‘Little Maison dans le Prairie’, met de hoopgevende Brugse 65dos-doortocht nog in het achterhoofd. Geen idee of Jeff Tweedy en co een mooi optreden brachten, maar boy, wij hebben ons onze keuze nog steeds niet beklaagd. De laatste maanden hebben zowat alle grote postrockgroepen de weg naar ons land gevonden, maar 65daysofstatic bracht het energiekste, meest destructieve en beste concert van allemaal. De warme, stinkende tent stond afgeladen vol, en bijna anderhalf uur lang werd dat publiek in extase gebracht door de Sheffield Four. Veel herinnerden we er ons achteraf niet meer van, maar dat lag niet aan enige vorm van drugs. 65daysofstatic was een pletwals, een ervaring om niet snel te vergeten en bovenal een Dour-moment om in te kaderen. (md)

Alweer aan de andere kant van de festivalweide, na het oversteken van een of andere urinerivier die ondertussen alle kleuren van de regenboog uitsloeg, was het ondertussen ook al bijna tijd voor de pompende bassen van 65daysofstatic. Omdat we Wilco hadden moeten missen vorige maand in de Vooruit, schoot er maar een halfuurtje 65Dos meer over, maar dat was daarom niet minder de moeite. Stilstaan was ook hier weer nagenoeg onmogelijk geworden en 65Dos, dat deze keer wel ‘Drove Through Ghosts to Get Here’ meebracht, kon ook deze keer bewijzen dat hun bijna openersplaatsje van vorig jaar volledig onterecht was. Rockende drum’n’bass, de perfecte combinatie voor een Dour-headliner en een must-see voor iedere muziekliefhebber! (nm)

We vreesden voor een Wilco-overrompeling op de Last Arena, maar blijkbaar moet de hele wereld enkele weken in de Vooruit geweest zijn, want op echt veel volk kon Wilco niet rekenen. Ons hoor je niet klagen. Wilco pootte een meesterlijke set neer. Snediger dan verwacht, opvallend opgewekt en zoals Tweedy het zelf zei: “Less yakking, more music”.

Voor ons zat Dour er na Wilco en de lange, warme 4 dagen een beetje op. Nog wat dj’s hier en daar (waaronder Amon Tobin), maar enola had er een beetje genoeg van. Wij onthouden vooral The Cinematic Orchestra, Bright Eyes, Motorpsycho, Wilco, de ondraaglijke stank, de gele urinerivier (die uiteindelijk alle kleuren van de regenboog kleurde), de hitte, de veel te kleine camping en de modderstroom op vrijdagochtend die na enkele uren volledig opgedroogd was. Maar hé, dit was Dour, niet het Hilton

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =