The Rolling Stones :: 5 juni 2007, Werchter

Nog maar eens een passage van The Stones. Het te groot déjà vu-gevoel bij hun vorige doortochten schept bepaalde non-verwachtingen en zorgt ervoor dat er deze keer een relatief kleine opkomst is. Een foute gok zo blijkt, want in plaats van een greatest hits serveert de band een best of.

The Rolling Stones. Als er een groep is die spontaan enkele vragen oproept, dan is het wel deze. Zoals: waarom brengen deze heren nog platen uit waar niemand op zit te wachten, zelfs de doorgewinterde fans niet? En: waarom trekt zo’n band, na vijfenveertig jaar, nog steeds de baan op voor een serie mastodontconcerten? Daarop een antwoord vinden is niet eenvoudig, zeker niet als Van Morrison ondertussen op het gigantische podium zijn eigen status vol overgave de nek aan het omdraaien is.

De enige vraag waar min of meer een duidelijk antwoord op geformuleerd kan worden, is of er nog een publiek is voor zo’n relikwie als The Rolling Stones. Niet echt, zo blijkt. Want de doorstart van de Bigger Bang-tournee die in Werchter op gang werd getrokken, kan slechts op matige belangstelling van het publiek rekenen. Met ongeveer de helft van de kaartjes verkocht, lijkt er echt sprake te zijn van Stones-moeheid. Of zou negentig euro dan toch te veel zijn voor één concert? Het zijn maar enkele pogingen om een verklaring te vinden voor het feit dat dezelfde groep tien jaar geleden deze weide twee keer liet vollopen en het nu moet doen voor een, niet eens volgelopen, fel in oppervlakte gereduceerd festivalterrein.

Afschrijven dan maar? Want net zoals de release van The Beatles’ Sergeant Peppers en de Zesdaagse Oorlog ligt het hoogtepunt van The Stones alweer veertig jaar achter ons. Eén moment volstaat echter om de twijfel van tafel te vegen: Keith Richards die, ondeugende fonkel in de ogen, grijns op het gezicht, uit de coulissen komt en met de riff van "Start Me Up" een twee uur durende show — want dat is het woord — in gang zet. Wie net zoals bij de vorige doortochten van dit rock-’n-rollcircus een voorspelbare aaneenrijging van hits had verwacht, komt bedrogen uit. De band komt verrassend uit de hoek door, zeker in de eerste helft, de klemtoon te leggen op minder bekende nummers en zo de allertrouwste onder de fans te belonen voor hun opkomst. Het van de recentste plaat geplukte "Rough Justice" blijkt live goed stand te houden tussen oudjes als "Rocks Off" en "Some Girls". Pas als het voor een groot deel van het publiek echt bijna te veel van het goede wordt, doen The Stones middels een klassiek "Tumbling Dice" water bij de wijn.

Wanneer de band zich met een deel van het podium naar het midden van het publiek begeeft (u leest het goed!) en daar met songs als "It’s All Over Now" en het obligate "Satisfaction" het publiek geeft waar het voor gekomen is, is er extase waar te nemen onder de bezoekers. Met het met een kippenvel veroorzakende intro voorziene "Paint It, Black" werken de Britten hun concert naar een finale die na een ietwat langdradig "Sympathy For The Devil" als bis overgaat in een onwezenlijke stilte die doet afvragen of het nu echt gedaan is.

The Stones hebben het hun publiek zeker en vast niet gemakkelijk gemaakt. Uiteraard zijn er de typische gênant/koddige pogingen van Mick Jagger om Nederlands te praten, maar die kapriolen zinken in het niets bij het ongecontroleerde projectiel dat Keith Richards is. Wanneer de rest van de band bijvoorbeeld "Jumpin’ Jack Flash" naar een einde toewerkt, lijkt dit de man niet te deren en blijft hij er riffs tegenaan gooien alsof er niets aan de hand is. Tijdens het door hem gezongen "Slippin’ Away", vrezen we even dat hij vervangen is door een dronkelap uit een lokaal dorpscafé. Dat hij de rest van het concert draagt met zijn gitaarspel en daarbij met een enkele noot meer de aandacht weet vast te houden dan Jagger maken echter veel goed en roepen de woorden ’waardig’ en ’afscheid’ op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + elf =