Eleni Mandell :: Miracle Of Five

Michelle Pfeiffer als krols kruipende stoeipoes in The Fabulous Baker Boys, dat is het eerste waar we aan dachten bij het beluisteren van Eleni Mandells zesde album. Een van de best bewaarde geheimen uit Los Angeles gaat op Miracle Of Five even de jazzclubtoer op, wat aandachtige luisteraars al hadden kunnen zien aankomen. Net als het feit dat het gaat om een bescheiden pareltje dat al te snel over het hoofd kan/zal worden gezien.

Al sinds haar debuut, een klein decennium geleden, blinkt Mandell uit in tussen jazz, pop en roots aarzelende songs, verhaaltjes over zichzelf en haar liefdesleven die ontstaan lijken in schaduwrijke jazzkroegen waar cool cats en vamps met een plagerige pruillip en een fifties look het cliënteel uitmaken. Het is de wereld waar (de oude) Tom Waits, Rickie Lee Jones en Chuck E. Weiss zich in bewegen, die van Aimee Mann, Chet Baker en Art Pepper. Mandell is één van die artiesten die daarbij de dunne grens tussen sensueel en slaperig bewandelt met gefluisterde liedjes die nu eens kinderlijk zijn en dan weer donkerder oorden opzoeken.

Opener "Moonglow, Lamp Low" toont meteen het volledige plaatje: een vrouw, alleen en gehuld in gedimd licht, prevelt een liedje met een glas bourbon en een pakje filterloze sigaretten binnen handbereik. Een paar meter verder staat een ouwe kerel wat op z’n saxofoon te blazen. "Body And Soul". "My Funny Valentine". Zoiets. Het is zwoel en broeierig, en tegelijkertijd toch licht, als een pagina uit het werk van Raymond Chandler. Of een gewassen en in een stijlvol pak gestoken Bukowski. Elders gaat het er speelser aan toe: het walsende, met vibrafoon ingekleurde "Girls" heeft iets van een grappig postkaartje uit het verleden, terwijl het huppelende "Salt Truck" de plaat zelfs wat naïviteit verleent.

Voor dit album werd op een bijzondere manier gewerkt: om het beste uit haar zangpartijen te halen werden Mandells stem en gitaar eerst opgenomen en alle andere partijen later eraan toegevoegd. In tegenstelling tot wat verwacht had kunnen worden, leidde het tot een bijzonder evenwichtige plaat: de muzikanten (naast Mandells vaste begeleiders o.m. ook Wilco-gitarist Nels Cline en voormalig X-drummer DJ Bonebrake) voegen accenten toe aan het geheel en gunnen toch alle ruimte aan Mandells stem, die zo dominant blijft.

In "Make-Out King" wordt een heel mooi effect bereikt door meerdere lagen van die zang op elkaar te stapelen, en even later lijkt het alsof ze het titelnummer speciaal voor de luisteraar heeft ingezongen. Het intieme effect komt nog beter tot zijn recht met "Beautiful", dat op zo’n manier werd opgenomen dat het klinkt alsof de zangeres in je oor staat te fluisteren. Het is ook de ideale overgang naar afsluiter "Miss Me", die de luisteraar terugvoert naar de jazzclub van "Moonglow, Lamp Low" en zo de cirkel rond maakt.

Ondanks de lichtverteerbaarheid van de meeste songs, is het hoogtepunt van Miracle Of Five de donkerste song: "My Twin" wordt aangezwengeld door een verleidelijk, heupwiegend ritme, maar lijkt zich op datzelfde moment te wentelen in een romantiek van grijstinten, die nog eens in de verf wordt gezet door lijzige saxarrangementen en Mandells meest expressieve zang. Ze klinkt daarbij vrouwelijker dan Erin McKeown en intrigerender en mysterieuzer dan Norah Jones.

Miracle Of Five ontbeert het excentrieke kantje dat Mandells vorige album Afternoon (2004) zo apart maakte, al is het op zijn eigen manier even sterk. Het is een goed gedoseerde, gestileerde plaat die vrij spel geeft aan de verleidelijke kant van Mandell, die tekent voor een dozijn degelijke tot sterke songs. Opvallen zal ze er dus niet mee doen, maar niemand heeft ooit gezegd dat er iets mis is met je ding goed doen in stilte. Eén Lily Allen is genoeg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =