Demoproject ’07 :: Het juryverslag

Tot onze grote verbazing leverde de categorie The Beatles vs. Coldplay (in de volksmond beter bekend als “pop”) het minst reden tot klagen op. Meer nog: als u in deze categorie zat, is de kans groot dat we uw muziek op z’n minst verdienstelijk vonden. Inderdaad, we werden er zelfs goedgemutst van, waarvoor dank aan alle deelnemers.

Eerst nog deze vrijblijvende tips voor een volgende deelname: een demojury is geen bezigheidstherapie voor volk dat niets anders om handen heeft. Ook wij hebben een job, hobby’s, een slaaptekort en soms een partner die verwacht dat we op tijd thuis zijn. Vandaar: a) val in huis met uw sterkste song (we hebben niet liever!); b) probeer nummers met ellenlange intro’s te mijden (of steek ze weg achter die overdonderende binnenkomer); c) controleer voor het versturen of er muziek op uw cd’tje staat. Wie weet hoe ver de meisjes van Arjuna geraakt waren als we hadden geweten hoe ze klonken?

Wat ook opviel: de popbands van nu kunnen spelen, zingen, hebben vaak een voorkeur voor piano (het Sioen-effect?), en weten de weg naar een fatsoenlijke opnamestudio te vinden. Ze zouden de vloer aanvegen met de generatie van 1987. Het tijdperk van inderhaast opgenomen waskot-opnames is definitief voorbij, wat we enkel kunnen toejuichen. Anderzijds hebben we onszelf ook bij het pietje: met al die bijna professioneel klinkende demo’s valt er weinig te lachen en is het vooral hard labeur om degelijk van goed of (in een enkel geval) miljaar! te onderscheiden.

Meer dan ooit is een eigen smoelwerk hebben daarbij de doorslaggevende factor, en laat dat nu een hekel punt zijn voor heel wat inzendingen. Al te vaak horen we een fijne maar risicoloze sound die we al veel te vaak hoorden, ofwel een enkeling die te veel dingen tegelijk probeert. Voor JinXS en Sidemove geldt dat ze zowel zomerdeuntjes, slaapkamerpop als een voorzichtig experiment niet schuwen, maar wij willen artiesten horen die de knoop doorhakken. Weet wat u wilt. Hetzelfde scenario bij Seditio en Origain, bands die wel goed zullen terechtkomen als ze een tandje bijsteken.

In de afdeling die wel eens die van de straffe madammen wordt genoemd, zijn we goed volk tegengekomen: Yune doet fijne dingen met blueskroegstem, gitaar en djembe, Lennie Vane (een jonge Bonnie Raitt!) is charmant en soepel genoeg om zowat alles tussen pop, soul, en luchtige jazz aan te kunnen, maar verliefd werden we enkel op de sirene van Moonpie, die ons, gesteund door hypnotiserende ritmes en gitarentrance, in hogere sferen bracht.

Pop en rock liggen elkaar natuurlijk constant op te vrijen, wat ervoor zorgt dat een aanzienlijk deel van de inzendingen net zo goed in de twee categorieën had kunnen gedijen. Fijne gitaarpop kwam van o.m. Portland, Tommy en Friction Athletic, maar wij waren dan net iets meer onder de indruk van The Dogwalkers, producenten van elegante britpop à la XTC en Coldplay; de adolescentenclub van The Ignition met hun hyperaanstekelijke kauwgomballenpop; en de Oostendse Thin Line Men, die enkelen in de jury al snel deden opspringen onder het gebral van “drugsgitaren!”, “NEW ORDER!” en “DINOSAUR Jr. YEAH!”

Ook deze keer weer een aantal buitenbeentjes: volk dat zich bij een eerste beluistering van categorie vergist had, de platgetreden paden hardnekkig weigert te bewandelen (bravo!) of gewoon raar is. Peter De Boi maakt filmische pianomuziek waarbij we dachten aan Randy Newman, Keith Jarrett en zelfs Wim Mertens, maar pop? Um… Minguz doet boeiende dingen met weinig ingrediënten maar wist ons net niet lang genoeg te boeien, New Pines maakt fluokitsch in het straatje van Das Pop en Daan, maar het meest waren we nog te vinden voor de tussen Peter Gabriel en The The schipperende electropoprock van het Waalse Fâ Sköhl 9.1.1. Vreemde naam, vreemde sound, en rechtstreeks naar de finale.

Als deze selectie mag gelden als dwarsdoorsnede, gaat het best goed met pop in Vlaanderen en Wallonië. Heel wat van deze artiesten zijn minstens even goed, zo niet beter dan de bandjes en opwindpoppen die in radio- en tv-programma’s mogen opdraven tot jolijt van de goegemeenschap. Er is nog werk aan de winkel, maar onze kop eraf als geen van deze namen binnen een paar jaar handtekeningen staat uit te delen. Desnoods gaan we er zelf om vragen.

De deelnemers: Origain, The Ignition, Franco S., Chebull, Fâ Sköhl 9.1.1, JinXS, Seditio, Moonpie, New Pines, Tommy, Les Ducs, Yune, Portland, The Mutant Wolf, Bubble Trap, Paperweight, Lennie Vane, Friction Athletic, Thin Line Men, Peter De Boi, Arjuna (?), The She, Ozard.Oz, The Dogwalkers, Sidemove, Minguz

De finalisten: The Ignition, Moonpie, Thin Line Men, Fâ Sköhl 9.1.1, The Dogwalkers.

 

Gek of misschien net niet, maar de meest evidente van onze vijf categorieën leverde de grootste hoop troep op. Lag het niveau bij pop nog behoorlijk hoog, rockcategorie Nirvana vs Franz Ferdinand voelt heel vaak aan als de vuilnisbak van goddeau’s Demoproject 07. Maar als het dan toch goed zat, zat het ook wel echt goéd.

Het kon veel kanten opgaan met zo’n categorie: we hoorden groepen die net zo goed in de metalsectie hun kans hadden kunnen wagen, terwijl andere groepen evengoed de Beatles als inspiratiebron hadden kunnen citeren. Maar wie in Vlaanderen een gitaar in handen neemt, beschouwt zichzelf al snel als “rocker” en zoekt het vakje “Franz Ferdinand vs. Nirvana” op.

Nochtans hoorden we weinig van die twee groepen bij de deelnemers, zeker Franz Ferdinand is zelden te herkennen als invloed. Tenzij dan bij Tristand en Gap 11, die de jury als eerste kan bekoren met “She”, een wijds en stampend postpunknummer in de stijl van Editors. Hoe dan ook lijkt de hele postpunkhype aan België voorbij getrokken te zijn. Als Vlaanderen rockt is dat meestal op zijn jaren negentigs, en dan vaak zonder een goeie zangstem.

Neem nu James Brayne: de jury knikt goedkeurend onder hun leuke, stevige rock, totdat de zanger net iets te pompeus-stoer zijn nekaderen opzwelt. Zo serieus hebben we zelfs Chris Cornell al lang niet meer bezig gehoord. Wie alvast geen last heeft van dat euvel zijn de Gentlemen Of Verona. Met een zangeres die even bedreigend overkomt als P.J. Harvey rijft ook deze donkere rock met veel gemak een finaleplaats binnen. Iets minder clementie was er voor het Nederlandse Maze. We hoorden echo’s van The Gathering, veel echo op de zang en lekker gruizige gitaren, maar deze misten net dat beetje om helemaal te overtuigen.

Friemelrock: het is een genre apart, maar het heeft dus ook zijn Vlaamse aanhangers. U kent het ongetwijfeld: instrumentale Mars Volta, bijgevolg met eindeloos gesoleer en notenneukerij, maar wat klinkt het allemaal goéd. Ook dat is Franz Ferdinand vs Nirvana. En zo is dat zangersprobleem alweer omzeild, In Progress heeft dat goed voor elkaar gekregen.

Hadden we de jaren negentig al vermeld? Hong Kong Dollar doet iets op zijn Morphines. Het is boeiender dan Duitse punkrock uit Dendermonde (bestaat er een gat in de markt waar wij geen weet van hebben?), maar het schiet ook weer net dat tikje tekort. Een tikje dat [Jelly] net wel meeheeft: een lekker jachtig ritme, een heerlijk schreeuwerig refrein, een songsstructuur die steek houdt. Meer moet dat niet zijn.

Veel groepen in het demostadium slagen erin een soort van full-cd met tien of elf nummers binnen te gooien, The Arquettes doen het met een singletje met slechts één nummer. Sorry jongens, graag toch iéts meer volgende keer! Maar soms werkt het ook averechts: we hebben zelden zo hard de wenkbrauwen gefronst als bij het dossiertje dat Coal Mine bij zijn plaat had steken, drie Bergenaars met de oogschaduwfixatie van Green Day’s Billie Joe Armstrong. We hadden er geen goed oog in, maar kijk hoe misleidend alles kan zijn. Hello leverde gierende poppunkrock op die onmiddellijk in vijfde versnelling start, strakke songs en een aanvaardbare stem. Give us more!

Twijfelgevallen zijn er ook: The Mess lijkt eerst richtingloos, heeft een zanger die niet kan zingen,… tot de garagerock toch zijn kwaliteiten begint te tonen. En dan toch weer niet, want het verschil tussen garagerock en ronduit rommelig spelen is soms dun. The Mess bewandelt een gevaarlijk randje en struikelt nog net in de verkeerde richting.

Een middagje rockjury spelen, had vaak iets weg van speuren naar die spreekwoordelijke naald in de hooiberg. Zelden gelachen — zo laag lag het niveau niet — maar zelden gejuicht: veel gegeeuwd, en slechts heel af en toe met de armen in de lucht rechtgesprongen. Rock in België, het is hard werken, ook voor zij die het moeten aanhoren. Blijven oefenen, jongens, en het komt wel goed. En tot het zover is: rock on!

Deelnemers: The Von Burden Party Project, Bonnie Parker, Vernal Veinyard, , Ankalima, Sky Blue Pink, Angst, Maze, Steven Verraes, L’Aura Stars, Unleashed, Outskirts, Made In, Keiki, Hong Kong Dollar, Off With Their Heads, Arquettes, The Greens, Walhalla, The Hong Kong Dong, Aitch Reflections, Countryside Housewife Club, Bright Dust Evil, Ellen Acy, Troubled Soulz, The Kraken, Sheeft, Outnumbered By Idiots, Zuperking, James Brayne, Saint Vitus’ Choir, Midjizzmid, The Dallas Explosion, No Fancy Car, Coal Mine, After Life, Ayness, Hungry Sam, Left Foot Green, Froggy, The Mob Stories, Schopenheimer, The Mess, The Dancing Naked Ladies, Recorders, Yearn’d, [Jelly], In Progress, The Tabasco Collective, Tristand, Bourbon Break, Little Weazel, Skipper Thomas

Gingen door naar de finale: Coal Mine, In Progress, Gap 11, Gentlemen Of Verona en [Jelly].

 

Nu de neuzelende meester een heel nieuw publiek weet aan te spreken en zogenaamde freakfolkers als Joanna Newsom en Cocorosie met de vingers in de neus (die Van Dylan?) een AB moeiteloos weten te vullen, kon het niet anders dan een kwestie van tijd zijn vooraleer goddeau hun opvolgers uit de poel zou weten te vissen.

Maar dat was dus buiten de waard gerekend. Wie hoopte op een jonge Johnny Cash, een waardige opvolger voor Bob Dylan, of een in moonshine whisky gedrenkte americana-epigoon was er sowieso al aan voor de moeite. Ze zijn hier niet te vinden, of het moet zijn dat deze getormenteerde zielen en profeten goddeau links laten liggen en zich liever opsluiten in hun hutje op de heide terwijl een verwilderde hond ongenadig jankt.

“Te braaf” en “te weinig origineel” waren dan ook de woorden die na haast elke beluistering vielen. Slechts een handvol groepen wist een eigen identiteit naar voren te schuiven, zij het niet altijd even succesvol. Het experimentele (We Are) Mountains bijvoorbeeld nam het minimalisme zo serieus dat we even dachten dat de groep het stemmen van de gitaar per ongeluk had opgenomen.

Simplesongs gaf aan het begrip pathos en dramatiek een nieuwe invulling maar haalde het net niet. (gp) dacht nog even dat we hier met een vrouw te maken hadden maar Ken Veerman is wel degelijk een man, en wel eentje die de duimen moest leggen voor de opwindende folk van Zorkel. Gedegen en klassiek, maar wel met voldoende schwung en drive om meteen de collega’s van Sens Unique te overklassen en zichzelf een weg naar de finale te reidansen. Ook de op Calexico en 16 Horsepower geïnspireerde broeierige rock van Work had voldoende potentieel om de voltallige jury een gemeende yeehaa te ontlokken.

Intieme fluisterliedjes waren er te over trouwens, maar als het grootste verdriet in uw leven het heengaan van uw goudvis is, of u gewoon droomt van een plaatsje op één van de Knuffelrock-cd’s bent u bij ons echt aan het verkeerde adres. Ook meteen met een gebroken hart op de hoes uitpakken werkt niet als het daarna niet muzikaal waargemaakt kan worden. Een les die Lionel Solveigh zich bijvoorbeeld ter harte heeft genomen. De zomerse nummers van de man brachten de jury niet alleen terug in een goede luim maar stuurden hem ook direct door naar de finale.

De comateuze toestand waarin we verzeild raakten na het aanhoren van de zoveelste poging om het Nederlandse lied, al dan niet in kleinkunstvariant, van zijn ballen te ontdoen werd ruw verstoord door de gekken van Juicy Grapefruit, die zich al grappend en grollend richting uitgang begaven. Maar onder de soms flauwe en typische Franse humor schuilen wel knappe songs die ook de jury niet ontgaan waren. Een taart in het gezicht van de juffrouw en een bank vooruit dus voor deze olijke Fransen, excuseer, Walen.

Vier man is voldoende om te kaarten, maar er mogen vijf halve finalisten door naar de grote eindjurering. De vijf juiste groepen vinden was niet alleen aartsmoeilijk maar ook doodeenvoudig. Want net zoals de andere vier “winnaars” bezat Daenjellson niet alleen de nodige technische bagage, maar ook een smoel die hem boven het gros van de deelnemers moeiteloos deed uitstijgen.

Net zoals bij de andere jureringen viel ook in deze categorie de professionaliteit van de deelnemende artiesten en groepen op. Een enkele keer viel iemand uit de boot doordat hij de hoogste noten niet haalde of gewoon geen blijf wist met zijn nummer. Maar vakmanschap is nog altijd geen meesterschap. Het grote gebrek aan originaliteit en ballen deed dan ook bijna iedereen de das om. We hadden natuurlijk niet durven hopen op een tweede Johnny Cash of Bob Dylan, maar dat niemand zich aan een smerige roots/americana- of psychedelische freakfolk-uitstap waagde, deed alvast onze wenkbrauwen fronsen. Zijn de Belgen dan werkelijk zo braaf?

De deelnemers: The Nursery Rhyme, Sens Unique, Zorkel, Philip Vermeire, Lionel Solveigh, Simplesongs, Peter Cortes, Hand Crafted, Koen Deca, Juicy Grapefruit, Grijze Rijst, Work, Daenjellson, Daybreaker, The Golden Glows, (We Are) Mountains

De winnaars: Lionel Solveigh, Work, Daenjellson, Juicy grapefruit, Zorkel

 

De categorie die het meeste ladingen dekt, kreeg — een beetje tegenstrijdig — het minste aantal inzendingen te verwerken. Leven dansmuziek, elektronische muziek en dies meer niet in België, of vonden die artiesten de weg nog niet naar goddeau? De spoeling was in elk geval behoorlijk dun.

 

Dat ons Belgenland niet evenredig voorzien is van kings of bling als van patattenvelden, kunnen we nog aannemen. Maar het was toch wel opmerkelijk dat geen enkele demo ook maar een beetje naar hiphop rook. Sterker nog, ook Kraftwerk — het is bijna not done om er niét van te pikken — bleek niet echt representatief voor deze categorie. Wie op zoek was naar flarden techno of electro had al een goede speurhond nodig.

Wél sterk vertegenwoordigd was de electric body music (EBM) waar België internationaal naam mee maakte. Brainstorming, Nudex, B.O.Y.L… ze puurden voor hun beats en zonnebrillen allemaal uit de diepe jaren tachtig, toen Aarschot nog het centrum van de wereld was. Als deze wedstrijd een barometer is voor wat dit jaar opnieuw hip wordt, hou je best je oude platen van The Neon Judgement nog even bij, want ze zijn binnenkort het dubbele waard. Misschien noemen we deze categorie volgend jaar beter gewoon “Front 242 vs. The Klinik”.

De tegenstand kwam uit onverwachte hoek: hoewel funk niet het favoriete genre van de juryleden is, bracht The Seven Laws Of Woo de jury toch ietwat in beweging. Dansen is hun motto, en dichter is een goddeaujury nooit bij het funky-zijn gekomen. De andere funky deelnemer kon echter minder bekoren: salonfunk, receptiemuzak, … het oordeel was niet mals voor Madstreet 9. Sommigen probeerden het dan weer door van alles op een hoopje te gooien. “Live drum&bass band” kondigde één band zich aan, maar hun mix van drum ’n bass met uit het niets verschijnende gitaren en veel te zwoele vrouwenstemmen wist niet te overtuigen. Neen, dan liever Thot, dat iets sfeervols doet met diepe bassen, rattelende drums en eveneens zweverige vrouwenstemmen.

Eén deelnemer presteerde het ten slotte een demo in te sturen met één nummer. Fijn, zo’n single, maar daar valt een band moeilijk op te beoordelen. Sorry dus, Los Portales De Copacabana, maar volgend jaar willen we graag méér horen dan “Vida Virtual”. En waar zitten overigens de laptopknutselaars? Alvast niet tussen deze stapel demo’s, want op het Waalse Fractional na, is er van hen geen spoor. Het blijft wachten op de Aphex Twin uit Antwerpen of de Dntel uit Diksmuide. Is IDM niet aan de orde in het Beieren aan de Noordzee? Is Wixel een eenzaam roepende in de woestijn? Allemaal vragen die deze jurymiddag opwierp, maar die onbeantwoord bleven.

De deelnemers: The Seven Laws Of Woo !, Nudex, Grand Electric Club, Thot, Madstreet 9, Mind Ctrl, Brainstorming, Porc, Fractional, Constant Craving, Los Portales De Copacabana, B.O.Y.L.

De finalisten: Brainstorming, B.O.Y.L., Fractional, The Seven Laws Of Woo!, Thot.

Wat zou goddeaus demoproject zijn zonder een aparte speeltuin voor alles wat zichzelf met hoge borst hard, zwaar en lelijk noemt? De categorie die de meezingbare melodiciteit van Iron Maiden verbindt met de brutale ritmiek van Slayer, zorgvuldig gemarineerd in een badje snelheid en technisch vernuft. De plaats waar het experiment en de crossover met de nodige waardering verwelkomd worden.

 

 

Het scheelde geen dikke haar uit een vette paardenstaart of goddeaus demoproject was bijna onthoofd van haar speerpuntcategorie. De kleine twaalfkoppige draak met een rijke schakering aan kleuren werd immers bijna door de verkeerde struikrover op een witte scooter verslagen en gekidnapt. Gelukkig had Goddeaus geheiligde triniteit van de zwaarste muziekdivisie haar butler zorgvuldig onderricht in de leer der gemeenheden voordat hij in een perfect anonieme vermomming zijn vracht richting de gepaste jury transporteerde.

Kort daarna ging het gekletter pas echt van start: goddeaus drie oude wijze mannen van het stevigere werk verzamelden zichzelf en hun encyclopedische kennis om het geronk van jongere veulens grondig te beluisteren en de echte zwaargewichten uit de middenklasse te filteren. Twaalf koppen werden aandachtig bestudeerd en gekeurd, enkel de vijf gemeenste tronies werden naar de geroemde finaleronde gestuurd.

Echte rottigheid viel er alvast niet te detecteren in een categorie waarbij tijdens voorgaande edities al wel eens diep gezucht werd over de zoveelste scheve sologitaar en een ellendig foute drummer die elkaar beurtelings belachelijk maakten. Afgezien van de gewoonlijke imperfecties, waren de deelnemers lelijk waar het lelijk moest zijn, en betrekkelijk netjes uitgedost met de benodigde techniciteit wanneer de muzikale ambities verder reikten dan de doorsnee powerchords en het standaard rechttoe-rechtaan gedram.

Spijtig wel dat sommige deelnemers precies daardoor serieus tekort durfden schieten: een gebrek aan ambitie en zin voor avontuur deed drie lawaaiminnende harten ineenkrimpen van frustratie. De jury trotseerde meerdere golven van op flauwe nu-metal gestoelde zieligdoenerij en een enkele poging tot pretpunk. Altijd een rare combinatie trouwens, vond de jury, dat prettige gepunk, terwijl er stilletjes gezucht werd bij het pijnlijke gebrek aan degelijke punk- en hardcore-inzendingen. Ook de blekkies ontbraken droevigerwijs op het appèl.

De tanden die aan de streep het hardst glommen waren met andere woorden afkomstig van bands die zich ten volle in het avontuur storten en met doorgedreven overtuiging de grenzen van de zwaardere genres een paar kilometers op lieten schuiven, of bands die de conventies van hun eigen genre zo meester zijn dat de jurerende drievuldigheid niet anders kon dan een ’dedju, goed gemaakt jong’ de lucht in te sturen.

Het duidelijkste voorbeeld van dat laatste was de nagenoeg perfect uitgevoerde heavy metal van Sons Of Lioth, een vijftal dat voor de jury onbevreesd en onbeschaamd de tour op zou mogen met zowel Manowar (“100.000 Metal Years Ago”) als met Judas Priest (“Raise Your Fist”). Een andere deftige genre-oefening vond men in de demo van TrafficJam, een groep die zichzelf presenteert als ’alternative hardness’. Afgezien van die eerder knullige omschrijving, en ondanks het overdadige gebliep en gefrunnik met semi-rappers (deed dat de jury even aan Fred met de rode pet denken), wist TrafficJam toch de nodige catchiness aan de dag te leggen om zichzelf een plaatsje aan Odins tafel te versieren.

Steviger was de koek die Eject en X-Pozed presenteerden. Terwijl X-Pozed potige metalcore met een forse groove serveert, brengen de rakkers van Eject headbangklare riffs en knap variërende songstructuren. Spijtig wel dat de vocalen bij beide groepen nog niet helemaal op punt lijken te staan: te weinig variatie en stembreedte (X-Pozed) of nog worstelend met het juiste timbre en ritmiek (Eject).

Uiteindelijk bleek slechts één kandidaat de ’eigen smoel’-tactiek tot in de perfectie uitgewerkt te hebben. Wat het Waalse gezelschap Seven Tongues Of God door de jurerende oren liet denderen had verdacht veel weg van een metalmachine, en wel één die de beste onderdelen van Meshuggah, Alice In Chains, Pantera, en Black Label Society op een onnavolgbare manier samen aan het werk krijgt. Wat de jury van de categorie “Iron Maiden vs. Slayer” betrof, was de winnaar van goddeaus demoproject 2007 hiermee al bekend, maar of de totale finalejury het daarmee eens zou zijn, bleef een aangenaam mysterie.

De deelnemers: Angeli Di Pietra, Eject, Experienced?!?, Milk the Fish!, Pinnacle, Protocol, Seven Tongues of God, Sickened, Sons of Lioth, The Mutant Wolf, Trafficjam, X-Pozed.

De finalisten: Seven Tongues Of God, X-pozed, Eject, TrafficJam, Sons of Lioth.

APPENDIX

Beste,

Bij de info op de website staat dat wijzelf moeten beslissen bij welk genre onze muziek aansluit. Hopelijk ben ik niet de enige persoon die daar tamelijk wat bedenkingen bij heeft. Is het niet ietwat fout om een creatief product als maker zelf te gaan labelen? Want naar mijn aanvoelen is het eerder de bedoeling dat de luisteraar interpreteert, liefst de verwachtingspatronen en alle mogelijk mentale grenzen doorbrekend. Natuurlijk begrijp ik dat het organisatorisch een betere zet zal geweest zijn de binnenstromende demo’s in duidelijk afgebakende categorieën te gieten, ik wijs er gewoon op dat ikzelf het daar moeilijk mee heb. Maar wat moet gebeuren, moet gebeuren. Of het zal passen weet ik niet, maar bij deze vraag ik om onze songs onder te brengen in de categorie waarbij ook Slayer (e.d.) hoort; toch wel met een gevoel van ongenoegen.

Dank u.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =