Khadak





108 min. /
België/ 2006

“Poetry is not always words”. Iets dat de
vrienden (of kennissen) van de poëzie al langer weten dan vandaag.
Poëzie heeft niets te maken met woordjes gedwongen in een
rijmkorset, het gaat in essentie om verwondering en heel veel
‘goesting’. Zin om ons alledaags gemodder eens door een andere
zonnebril te bekijken, om de zaken eens op een andere manier te
verwoorden. Iets dat échte scenarioschrijvers en filmmakers ook
proberen te doen: hun verhaal vertellen op hun eigen frisse manier
in hun eigen taal. Soms is die taal onbegrijpelijk, soms is ze te
triviaal en soms is het ‘boenk erop’. Bij ‘Khadak’ is het ‘boenk
erop met een omweg’. De film is niet recht voor de raap, het is
soms een beetje speuren naar de betekenis achter de beelden, maar
de personages zetten kleine deurtjes open voor interpretatie en
laten ons binnen in de magische wereld van de Mongoolse steppe,
waar de wondermooie beeldvoering en dito beeldspraak van het
regisseursduo Peter Brosens en Jessica Woodworth zelfs aan patatten
een symbolische betekenis weten te geven. Tijd om eens heerlijk
diep te zuchten dus, want het leven bestaat dan toch niet alleen
uit spuuglelijke Burberrysjaals!

Van een Mongoolse filmindustrie is niet echt sprake en ook
‘Khadak’ is, met een Belg achter de camera, zeker geen zuiver
Mongools product. De enkele films van Mongoolse makelij die de
laatste jaren tot in onze zalen sijpelden, hadden ook nog opvallend
veel documentairetrekjes. ‘Mongolian Ping Pong’ en ‘The Cave of the Yellow
Dog’
bijvoorbeeld, schetsten het leven van de nomaden in de
Mongoolse steppe, maar bleven allebei redelijke beschrijvend,
waarbij het binnenpiepen in hun levenswijze slechts met een mager
verhaaltje werd opgeflakkerd (respectievelijk: ‘jongen vindt
pingpongbal’ en ‘meisje vindt hondje’). Waar zij eindigen, begint
‘Khadak’ pas. De film weet evengoed de ziel van de Mongoolse
cultuur met al zijn gebruiken en waarden te vangen, maar geeft er
ons – zomaar voor niets – een wondermooi mythisch verhaal
bovenop.

Bagi (Khayankhyarvaa Batzul – en ik klaag dat ik een lange naam
heb) leeft met zijn moeder en grootvader in de uitgestrekte steppe
van het hoeden van schapen. Op een dag wordt het
plattelandsleventje van het gezin abrupt onderbroken, wanneer de
vooruitgang, in de gedaante van mannen in witte pakken en
mondkapjes, hen dwingt om het hele boeltje op te breken. Alle
dieren worden in beslag genomen en zullen vernietigd worden onder
het mom van een ‘gekkeschapenziekte’. De nomaden worden ‘in
quarantaine’ geplaatst in grauwe appartementsblokken in een
mijnstadje. Daar leert Bagi het kooldiefje Zolzaya kennen en samen
met haar ontdekt hij dat de overheid misschien niet de hele
waarheid heeft verteld…

Brosens en Woodworth zijn niet afkomstig uit de regio, maar ze
zijn al langer vertrouwd met de Mongoolse steppe. Na drie
documentaires over de streek (‘City of Steppes’, ‘State of Dogs’ en
‘Poets of Mongolia’) was het regisseursduo klaar voor de uitdaging
van een eerste langspeelfilm. Hun kennis van de problematiek van de
plaatselijke bevolking was een goede basis, want hoewel het verhaal
fictief is, wordt in het echt de druk op de traditionele nomaden
ook steeds groter. De film draagt een maatschappijkritische visie
in zich, maar toch ligt hier niet de kern van de prent. ‘Khadak’ is
zoveel meer. In de eerste plaats gaat het over de relatie tussen de
mens en de natuur. De grootvader kwijnt weg in de lelijkheid van de
stad, mijmert boven zijn aardappelmesje over het uitgestrekte
landschap en droomt van een lekker stuk vlees op zijn bord. Het
ziekenhuis zit vol met mensen die het trauma van de plotse
levensomwenteling niet aankonden en één herdersvrouw pleegt
zelfmoord. Ik moet je niet vertellen dat de verhuis een grotere
impact heeft op de nomaden, dan het geval is voor iemand die bij
ons vanop het platteland naar de stad gaat wonen.

Een boeiend basisgegeven, maar dé schoonheid van ‘Khadak’ zit
hem in het magisch-realistische trekje. Bagi (met zijn zeventien
lagen kleren de uitvinder van de baggy clothes?) bezit
namelijk een bijzondere gave: hij heeft hypergevoelige oren. Dat
komt erg van pas als er weer een schaapje verloren gelopen is en
hij het puur op gehoor kan lokaliseren. Op één van zijn
reddingstochten krijgt hij een epileptische aanval en kan de
plaatselijke sjamane (een vrouw met bovennatuurlijke gaven) hem
maar op het nippertje uit zijn dromen terughalen naar de
werkelijkheid. De sjamane voelt meteen dat de jongen erg speciaal
is en dat het zijn lot is om sjamaan te worden. Bagi tast bij
momenten de grenzen van zijn gave af en dan bevindt hij zich ergens
tussenin, in een hallucinerende werkelijkheid, een andere wereld.
Van hieruit probeert hij als een ware Frodo zijn volk de vrijheid
te schenken in een fysiek en mentaal uitputtende strijd met
zichzelf.

De dialogen in de film zijn vaak wat raadselachtig en hebben
iets meer tijd nodig om zich een weg door je hersenpan te boren,
maar laat dat je niet afschrikken. (Voor één keer kan het misschien
wel geen kwaad om de korte inhoud te lezen). De film reikt de
buizen aan en het is aan jou om ze aan elkaar te lassen. Ben je
even de draad kwijt als er ook sjaaltjes uit de lucht beginnen te
vallen, geniet dan gewoon van de verpletterende fotografie. Wat een
schouwspel! Landschappen waarin de spierwitte sneeuw kust met de
ijswitte lucht en zich tot één perfecte filmische achtergrond
verstrengelt. De machtige mijngrachten, de grauwe
appartementsblokken… Brosens en Woodworth wisten wel waarom ze
naar Mongolië trokken – de film had nauwelijks setbuilding nodig.
De prent staat bol van de straffe beelden, die schreeuwen om
begrepen te worden, uitblinken in eenvoud en zelfs weten te
ontroeren. De grootvader die met stoel en al uit van zijn grond
wordt gedragen, de sjamane die een hele hoop leeggoed staat kapot
te slaan om Bagi’s aandacht te trekken, of Bagi die teder zijn
handen op Zolzaya’s oren legt… Er straalt overal een poëtische,
soms zelfs religieuze boodschap uit (de bende van Zolzaya heeft
iets weg van de twaalf apostelen), zonder dat het kitscherig wordt.
En met niet-professionele acteurs werken is dezer dagen eerder een
zegen dan een vloek, want ze doen het uitstekend.

De indrukwekkende fotografie van het duo maakte duidelijk indruk
en het leverde hen de prijs voor beste langspeelfilmdebuut op het
filmfestival van Venetië op, al liepen de bezwerende
muziekfragmenten op bepaalde momenten ook als miertjes over mijn
arm. ‘Khadak’ gaat over een plek tussen dromen en waken, tussen het
heden en een mogelijke toekomst. Zelf is het een ongrijpbare
mysterieuze wolk, die beeldig aan onze ogen voorbijtrekt. Een
geschenkje uit de hemel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 12 =