The Good, the Bad & the Queen :: The Good, the Bad & The Queen

Het is haast niet te geloven, maar de Britse premier Tony Blair
ging ooit door het leven als een hip, sexy en menselijk politicus.
Halfweg de jaren ’90 werd hij zelfs aanbeden als de Heiland die
zijn land, na jaren zwoegen en zweten, buigen maar net niet barsten
onder een hardvochtig conservatief bewind, weer een mooie toekomst
voorspiegelde. Haast tegelijk (maar niet geheel toevallig) kreeg
ook de Britse muziekbusiness een stevige boost en namen talloze
groepjes (Blur, Oasis, Pulp en Suede op kop), die een gezonde dosis
Britishness koppelden aan het nationale popverleden, stormenderhand
de wereld in.
Vandaag liggen de kaarten heel anders: de Britten kunnen nauwelijks
wachten tot Blair uit Downing Street 10 is verdwenen, en ook het
hoogtepunt van wat door ‘historici’ de 2nd Wave of Britpop werd
genoemd is intussen allang voorbij. De meeste bands zijn gesplit,
in de vergetelheid gesukkeld of in het beste geval nog een schim
van wat ze waren in de jaren ’90. Eén van de weinigen die wisten te
overleven is Damon Albarn, tien jaar geleden vooral frontman van
Blur, maar anno 2007 spilfiguur van één van de aangenaamste
verrassingen die dit prille jaar tot nog toe voortbracht.

Eerlijk gezegd, Albarn is nooit ons favoriete Britpop-icoon
geweest, toch moeten we toegeven dat hij tot de slimste jongetjes
van de klas behoorde. Terwijl de meeste bands van zijn generatie
(Radiohead even niet meegeteld) zichzelf almaar bleven herhalen en
stilaan in een doodlopend straatje sukkelden, slaagde zijn band er
aan het eind van de jaren ’90 in zichzelf nieuw leven in te blazen
door op muzikaal vlak het roer om te gooien en plots voor een
ruwere sound te kiezen. Het zou niet de laatste verrassing zijn die
Albarn in petto had: de laatste jaren gooide zijn multimediaproject
Gorillaz hoge ogen, en tussendoor vond hij ook nog eens de tijd om
zich te verdiepen in de muziek uit West-Afrika.
Maar vandaag moet alles wijken voor The Good, The Bad & The
Queen, het nieuwe project dat is voortgevloeid uit ‘s mans
fascinatie voor West-Afrikaanse muziek. Een eerste aanzet was er al
in 2004, toen hij er in de Nigeriaanse Aphrosia Studios een aantal
jamsessies had opzetten met Fela Kuti-drummer Tony Allen, maar het
project kreeg pas echt vorm toen ook ex-The Verve-gitarist en
Blur-huurling Simon Tong en gewezen The Clash-bassist Paul Simonon
er werden bijgehaald. Een Britpop-survivor dus en een punkveteraan,
die -in deze zéker zo belangrijk – halfweg de jaren ’70 één van de
eerste bleekgezichten was die een oprechte passie ontwikkelde voor
reggae en dub.

Om met de deur in huis te vallen: ‘The Good, The Bad & The
Queen’ is een uitstekende plaat geworden. Ook al staat het nergens
vermeld in de hoesnota’s, toch lijkt het ons duidelijk dat de
meeste songs ontsproten aan de koker van Albarn. Dat betekent dan
weer niet dat de andere drie zich beperkten tot een figurantenrol,
want het is net dank zij hun inbreng dat de – op zich al – sterke
songs naar een nog hoger niveau worden getild. Zonder de aan dub
ontleende baslijntjes van Simonon, de drumpatronen van Allen en de
kamerbrede, uitwaaierende gitaarsound van Tong was deze plaat
allicht niet half zo goed.
Wat meteen opvalt is dat de twaalf tracks een echte entiteit
vormen. Haal er één track uit en zowel de hele plaat als de song op
zich boeten in aan kwaliteit. Ook qua sfeer en thematiek is er een
eenheid doorheen het album. De songs handelen, al dan niet
expliciet, over mistoestanden in eigen land (werkloosheid,
groeiende angst, misdaad,…), over oorlog in het algemeen en een
paar keer over het buitenlandbeleid (lees: Irak) van gevallen engel
Blair. Als geheel klinkt ‘The Good, The Bad & The Queen’ dan
ook vooral erg melancholiek, en ademt ze een soort heimwee uit naar
de grandeur van lang vervlogen tijden.

Ook al kunnen we op geen enkele track echt iets aanmerken, toch
doken de kippenvelbobbeltjes op onze armen in iets grotere getale
op tijdens ‘Kingdom of Doom’, ‘Herculean’, ‘Behind the Sun’, ‘A
Soldier’s Tale’ en de titeltrack. Door de karakteristieke stem van
Albarn en zijn talent om pakkende songs te schrijven zal deze plaat
voor Blur-fans zeker geen vervreemdende trip zijn. Het voordeel van
samen te werken met mensen uit andere genres én van andere
generaties heeft er bovendien toe geleid dat Albarn (nog maar eens)
zijn muzikale horizon heeft kunnen verbreden. Dat leverde hem niet
alleen zijn interessantste, maar wat ons betreft ook zijn beste
plaat tot op heden op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 10 =